Blog over Gastvrijheid: net zoals chocolade

Twee paar nieuwsgierige ogen verdringen zich voor de smartphone. Mijn kinderen staren naar het fotootje op het scherm. Daar ligt ze, op een kussen, met donkere ogen die rust en vertrouwen uitstralen: baby J. Op 12 januari las ik over haar geboorte op Facebook:

‘Oproep! Heeft er iemand babykleertjes voor een meisje dat net veel te vroeg geboren werd op 29 weken? De mama is een Syrische studente van bij ons op school die in financiële problemen zit. Als iemand kan helpen, kleertjes liggen heeft waar zijn of haar dochtertje uitgegroeid is, heel graag.’

Pasgeboren meisje. 29 weken. Financiële problemen. Kleertjes. De woorden bleven op mijn netvlies kleven. Ik weet dat ik de oproep herlas, een paar minuten door het raam staarde en diep zuchtte. 2016 was thuis een heftig jaar geweest: kopzorgen, arbeidsongeschiktheid, veel twijfels. Ik had me er met de koters doorheen gesleurd en hoopte in 2017 op beters, op nieuw werk en een bescheiden herstart. Ik kon een duwtje in de rug gebruiken. Net zoals die Syrische mama in Gent. Hoe zag haar toekomst eruit als die kersverse baby niet eens kleertjes om het lijf kreeg? Daar was toch ook een spreekwoordelijk duwtje nodig?

Ik greep prompt naar de telefoon en even later hing Linda van de Mama’s voor kinderen aan de lijn. De vzw staat in Knokke sinds jaar en dag in voor de voedselbedeling en tweedehandsverkoop van kinderspullen aan een bodemprijs. Ik gaf Linda een kort relaas over baby J. en de noodoproep. Ik zei dat ik wou helpen. Of ze misschien iets kon doen voor ons?

‘Uiteraard’, antwoordde ze. ‘Ik maak een pakket klaar. Wat moet erin?’ ‘Luierpakjes. Pyjamaatjes. Misschien ook een jasje. De aller-allerkleinste maatjes. En doe er nog een knuffeltje bij, of zo. Je mag er morgen na 16u om komen.’ Ik bracht nog een bescheiden ‘dank je’ uit en haakte in. Daags nadien - op 13 januari - reed ik met mijn kapoenen naar Knokke en haalden we alles op. Mijn dochter kreet een hoop ooooh’s en aaaaah’s bij het minuscule textiel: ‘Kunnen we een paar dingen sparen, mama? Please?’ Ik glimlachte maar stelde mijn veto: de kleertjes moesten bij baby J. belanden, dat was de afspraak.

Op 14 januari stopten we alles in een stevige doos, met de knuffel erbij en een pak chocolade. We vatten een tweede rit aan, richting Gent. Daar was de Syrische mama bevallen. De vrouw die de oproep lanceerde op Facebook, was haar lerares en haar broer baatte op zijn beurt een krantenwinkel uit aan de Dampoort. Hij zou alle schenkingen bijhouden, tot zijn zus het materiaal kwam ophalen en naar de piepkleine baby bracht.

Van het bezoek aan de krantenwinkel onthoud ik tot op vandaag: jovialiteit, een gemoedelijke Turkse uitbater met een ‘vree zwaar’ Gents accent, en de immense dankbaarheid die hij etaleerde. Hij was ontroerd dat we vanuit Brugge tot daar waren gereden: ‘Die mama gaat u dankbaar zijn, mevrouw, echt serieus…’

Ik onderstreepte dat het met hart en ziel geschonken was, en dat ik hoopte dat de baby haar eerste weekjes goed zou doorkomen. De krantenman bedacht mijn twee kapoenen met een snoep en kreeg hun eeuwige dank in ruil.

In de dagen erna communiceerde ik geregeld met de leerkracht van de kersverse mama. Ze zei dat de baby het goed maakte en dat de mama intussen zelfs haar taalexamen had afgelegd: met glans geslaagd. Toch hielde de vluchtelingenproblematiek Gent in de ban. De ontruiming van Ponton De Reno was volop bezig. Gemotiveerde en goedbedoelende mensen werden zonder veel uitleg weggestuurd. Ze woonden vaak al een tijd op de Reno, maar er was op aangeven van de overheid ‘geen plaats meer voor hen in de stad’. Een bikkelharde, trieste realiteit.

Baby J. is die dans gelukkig ontsprongen. Het is nu maart, twee maand na haar geboorte. Met het statuut ‘asielzoeker’ vond haar mama een kleine woonst in Gent. Inmiddels is baby J. thuisgekomen uit het ziekenhuis: ze stelt het goed, groeit als kool, krijgt de nodige zorgen en heeft kleertjes om het lijf. Het is met die kleertjes dat ze ons elke dag aankijkt, op die foto op de smartphone. Mijn kinderen wijzen naar haar gitzwarte ogen en tateren honderduit: over hoe we naar Knokke reden om een doos, daarna naar Gent, en dat de Turkse meneer daar snoep gaf. Allemaal voor baby J.

Na amper acht weken heeft die piepkleine dame al een immense weg afgelegd. Hoe haar toekomst er hier uitziet, blijft koffiedikkijken. Maar de streep gastvrijheid, de stukjes textiel én de menselijke warmte zijn haar alvast gegund. Zoiets heet gastvrijheid. Dat schenk je graag. Net zoals snoep… en chocolade.

 

Benedikte Van Eeghem was vorige maand betrokken bij directe hulpverlening aan een Syrische vluchtelinge in Gent en schreef haar relaas neer in een blog.