Collega Manal in de kijker: 'Voordat ik zelf een vluchtelinge van mijn eigen land werd, werkte ik met Palestijnse vluchtelingen in Syrië.'

door Fleur

Als Vlaamse ngo ontvangt Vluchtelingenwerk medewerkers via het OCMW. Manal is één van deze nieuwkomers. Met haar aanstekelijke lach is ze een opvallende aanwezigheid. Drieënhalf jaar geleden kwam zij als vluchtelinge naar België. Terwijl ze in Schaarbeek alleen maar schoonmaakbaantjes voor haar hadden, bood het OCMW in Tervuren interessantere jobs, die beter bij haar passen. In Syrië werkte zij al meer dan twintig jaar met vluchtelingen tot zij zelf een vluchtelinge werd en gedwongen was om haar geboorteland te verlaten. Naast haar werkzaamheden bij Vluchtelingenwerk praten we ook over haar vluchtverleden en over integreren in België. Ze zet zich dagelijks in voor vluchtelingen maar loopt zelf ook nog steeds tegen de moeilijkheden van het 'vluchteling zijn' aan.

Werken met Vluchtelingen 

Na zich altijd in een internationale werkomgeving te begeven, is zij voor het eerst omringd door Belgen. Geheel in overeenstemming met artikel 60, begint Manal onderaan om bekend te raken met de taal en cultuur op de werkvloer. Inmiddels is ze betrokken bij allerlei projecten binnen Vluchtelingenwerk en krijgt ze steeds meer verantwoordelijkheid. Ze helpt haar collega’s met het schrijven van voorstellen, het monitoren van projectoproepen en verschillende administratieve taken. Bovendien kan ze veel betekenen door van en naar het Arabisch te vertalen.

Met haar indrukwekkende CV, met zesentwintig jaar ervaring bij de Verenigde Naties, manager van een team van zeshonderd man en twee bachelor-diploma’s in boekhouding en HR-management, lijkt haar functie bij Vluchtelingenwerk misschien een stapje terug. Maar Manal vindt van niet. Ze leert elke dag iets bij en krijgt bovendien met heel andere uitdagingen te maken. Haar oude positie als manager was onderdeel van een heel ander leven. Daarom verwacht ze ook niet dat ze hier hetzelfde werk kan uitvoeren. De taal en de cultuur maakt dat niet mogelijk. Bovendien heeft ze al snel moeten beslissen om achter zich te laten wat geweest is. Ze kan niet anders.

Ook de ngo-omgeving is nieuw voor haar. Voordat ze zelf een vluchtelinge van haar eigen land werd, werkte ze al met Palestijnse vluchtelingen in Syrië. De Verenigde Naties werken echter altijd in een brede, internationale context. Vluchtelingenwerk houdt zich meer bezig met de lokale wetgeving en treedt in beleidsvoorstellen veel meer in detail. Ze zijn beter op de hoogte van de asielprocedures en staan directer in contact met vluchtelingen. Het resultaat is meteen zichtbaar, bij de VN niet.

‘Echt werk’

Na een jaar in België kon Manal aan de slag bij de UNHCR in Wenen. Dit aanbod kwam tegelijk met de aankomst van haar man in België. In deze periode zagen ze elkaar daarom slechts één keer per maand. Tot haar spijt merkt ze dat haar man duidelijk meer moeite heeft met de ingrijpende overgang. Met moeite leerde hij de basis in het Nederlands om zijn opleiding als IT ’er voort te zetten. Nu hij werk probeert te vinden, vereisen werkgevers ook kennis van het Frans. Het is niet evident om van de ene onbekende taal vloeiend over te gaan in de andere. Hij is te oud om nog opnieuw te beginnen en nog twee talen eigen te maken om hetzelfde werk te mogen doen dat hij in Syrië deed. Bovendien is haar man Irakees en door de achttienjaar durende oorlog zijn alle officiële documenten ongeldig verklaard.

Manal is zich bewust van haar positie. Ze spreekt Engels en Frans, leert nu Nederlands en heeft al veel internationale werkervaring. Ze kan zich niet voorstellen hoe mensen dat zonder opleiding doen. Zonder ervaring in een andere taal. 'Hoe breng je je kinderen naar school? Hoe begin je überhaupt je leven hier?' Ze kan nog steeds niet geloven dat het OCMW haar dit contract heeft aangeboden. Dat ze ‘écht werk’ mag doen en erkend wordt als werkend persoon onder de Belgen. Dat is zo belangrijk. Bovendien krijgt ze zo de kans om elke dag Nederlands te praten.

Manal merkt dat er op het werk weinig tijd is om Nederlands te oefenen. Collega’s zijn vaak heel druk en praten te snel onder elkaar. Ze zijn heel open naar elkaar maar niet naar de ander. Belgen zijn ontzettend fijne mensen maar introvert en een beetje bang voor wat ze niet kennen. Dat is jammer. Het heeft wat tijd nodig. En geduld. 

Eerste croissant

Net als vele anderen, kwam Manal niet op een veilige manier naar België. Tien dagen lang zat zij in de gesloten achterbak van een camionet op weg naar Engeland. Eenmaal in Brussel stapte ze om twee uur ‘s nachts nietsvermoedend uit de wagen. Pas toen de smokkelaar ervandoor ging met haar euro’s, merkte ze de nummerplaten van de auto’s op. Ze was niet in Groot-Brittannië. Ze was niet bij haar familie. Ondertussen verdween de smokkelaar voor goed, naar de uithoeken van het onvindbare. 'De idioot!'

Manal is niet de enige die op deze manier voor de gek is gehouden. Ook op andere plekken worden mensen, waaronder niet-begeleide minderjarigen, onder verkeerde voorwendselen afgezet en aan hun lot overgelaten. Veel nieuwkomers arriveren met niets op zak. Daarom zijn plekken als het Startpunt zo belangrijk, het is een plek waar mensen meteen de informatie krijgen die ze nodig hebben. Manal had zich iets beter voorbereid. Ze kent de procedure. Na dagenlang droge koekjes en water, ging zij naar de Exki vlak aan het Noordstation en at haar eerste croissant.

Manal waarschuwt: deze smokkelaars zijn geen individuen maar onderdeel van een enorm netwerk van mensen die er allemaal van profiteren. Op haar weg van Turkije naar hier is de chauffeur geen enkele keer aangehouden. Wel werd hij op verschillende plekken onderweg herkend en begroet. Manal is ervan overtuigd dat deze mensen weten dat hij migranten meesmokkelt en er zelfs net zo hard aan meewerken. Het is een enorme, geld genererende, business. En elke dag zijn er mensen zoals Manal, die het slachtoffer zijn van dergelijke criminele praktijken.

Haar oorspronkelijke plan om zich te verenigen met haar grote familie in Engeland, viel in duigen. Toch heeft ze gelukkig geen spijt van de plotselinge wending en haar keuze om in België te blijven. Alleen de taal blijft moeilijk. Daarom zullen we als collega’s elke dag een beetje Nederlands met haar oefenen.