De weerbarstigheid van John Sadiki

Mijn ogen en oren volop de kost geven, dat was het devies voor mijn eerste week hier als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Eén dag was genoeg om te zien dat hier geregeld opmerkelijke figuren binnenwaaien. John Sadiki (24) was een van hen. Met een camerastatief voor zijn smartphone in de aanslag liep hij uit de lift vastberaden op zijn doel af. Voor zijn opleiding in Public Relations kreeg hij de opdracht het reilen en zeilen van een professioneel communicatiedienst in een interview te gieten. Dimitri, onze communicatiemedewerker van dienst, liet zich gewillig de pieren uit zijn neus halen.

Na het interview raakten John en ik aan de praat. Over het interview, over onze studies, maar ook over het project dat hij in Oeganda wist op te starten. Samen met enkele vrienden zag hij de nood om jonge vluchtelingen te coachen naar een levensvatbaar bestaan, de Lazima Nipate Academy zag het levenslicht. Haast in dezelfde adem vertelde John me over zijn eigen verleden als Congolese vluchteling. Hoe hij met zijn moeder en zus in een Oegandees vluchtelingenkamp terechtkwam, maar ook daar de uitzichtloze situatie moest ontvluchten. Een jaar geleden kreeg John te horen dat hij in België een nieuw leven kan beginnen. Al blijven de vonken uit Oeganda nog duidelijk smeulen, klaar om zijn ideeën ook hier in lichterlaaie te zetten.

Geen hoeraverhalen

Wat me ertoe dreef om dit stuk neer te schrijven is niet het aankaarten van de erbarmelijke situatie waarmee vluchtelingen in Oeganda te maken krijgen, noch de geopolitieke corruptie of het hoeraverhaal van ‘opvang in de regio’ dat er vaak hand in hand mee gaat. Daarvoor verwijs ik met forse gebaren naar het schitterende stuk dat Kasper Goethals schreef voor De Standaard.

Wat me trof na de babbel met John was de weerbarstigheid die een mens uit zijn botten weet te distilleren

Wat me trof na de babbel met John was de weerbarstigheid die een mens uit zijn botten weet te distilleren. Met die weerbaarheid bedoel ik niet de individuele kracht waarmee we elk ons hoofd boven water trachten te houden, grijpend en drijvend naar de structuren om ons heen. Nee, in Johns verhaal gaat het eerder om een inspiratie om de ban van het vluchtelingenbestaan collectief aan te pakken. Een inspiratie als vrucht die de grond waaruit ze voortspruit tracht te ontgraven.

SINA: broedplek voor social entrepreneurship

De Oegandese hoofdstad Kampala moest voor John een horizon bieden die in het vluchtelingenkamp gesluierd ging onder ellenlange wachtlijsten en corruptie. In het vluchtelingenkamp heerste de onzekerheid, en stagnatie dreef hen na vier jaar naar andere oorden. In de hoofdstad trachtte John de vicieuze cirkel te doorbreken. ‘Dag na dag ging ik de straat op om bij te klussen, al was het sommige dagen scharrelen om rond te komen.’ Een vriend van John raadde hem aan om een beurs aan te vragen bij de Social Innovation Academy (SINA). ‘SINA is een ngo die jonge vluchtelingen of Oegandese jongeren in nauwe situaties een kans geeft om een sociaal-maatschappelijk onderneming op poten te zetten.’ John raakte tot zijn groot geluk binnen en kwam zo in contact met al even ambitieuze lotgenoten.

In het vluchtelingenkamp heerste de onzekerheid, en stagnatie dreef hen na vier jaar naar andere oorden

Een gedeelde frustratie die telkens de kop opstak bij zijn vriendengroep, was het gebrek aan ruimte voor jonge vluchtelingen om aan zelfreflectie te doen, om hun passies en talenten op te sporen en die met de hulp van lifecoaches en seminaries te cultiveren tot een vast inkomen. Jongeren in hun omgeving raakten maar niet aan een vaste job, en het precaire werkleven sleepte aan. Haast in tandem zag je dat ook hun persoonlijke groei en zelfontplooiing slechts in horten en stoten vooruit ging. ‘Met de hulp van SINA trok ik drie jaar geleden met enkele vrienden de Lazima Nipate Academy op, een platform waarop jongeren in hachelijke situaties de kans krijgen om net die hiaten te dichten. Ons project draait nog niet op volle toeren, maar wist afgelopen twee jaar toch al enkele sessies te plannen.’

                                        

Een uitgereikte hand voor lotgenoten

Een jaar geleden schonk de willekeur van het internationaal vluchtelingenbeleid John de kans om met zijn hele hebben en houden richting België te verkassen. Voordien was ons land voor John iets uit zijn kindertijd. In de geschiedenislessen speelde het zijn rol als een koloniale overheerser van zijn vaderland. En de laatste jaren blonk België voor John steevast uit als lopende band voor topvoetballers. Maar als erkend vluchteling kan hij met zijn moeder en zus in Namen opnieuw even naar adem happen. Gesteund door de sociale structuren en de Congolese diaspora startte hij zijn opleiding aan de Hogeschool in Namen. Toch wil hij de banden natuurlijk niet helemaal doorknippen, en ziet hij ook hier de nood om zijn project over te hevelen, om in te zetten op een onderwijssysteem dat vertrekt vanuit ieders unieke zelfontplooiing. Al is het voor John nu goed om eerst hier in België op zijn plooi te komen, toch is het frappant om te zien hoe de inspiratie die hij weet te puren uit zijn vlucht kan leiden tot een uitgereikte hand voor lotgenoten.