Monitoren in het Noordstation

door Fleur

Onlangs was ik in het Maximiliaanpark, het stukje groen met speeltuin naast het Noordstation waar iedere dag honderden mensen de tijd uitzitten. Het maakte een diepe indruk op mij.

Schuldbewust schaar ik mij onder de mensen die ongemakkelijk voorbij het park loopt, een blik werpt, snel wegkijkt, weet dat die eigenlijk iets zou moeten doen, maar niet weet wat. Bij Vluchtelingenwerk zit ik op kantoor, omringd door mensen die zich dagelijks inzetten voor mensen op de vlucht. Toch verandert de verhouding tot die mensen als ik meeloop met de collega’s die direct met hen in contact staan. Er is duidelijk hulp nodig op alle niveaus, met verschillende vormen van impact. Als je wil dat er onderaan iets verandert, is het ook nodig om bovenaan de strijd te voeren. Ondertussen moeten we wel omgaan met de mensen die verloren en ongeïnformeerd hun onderdak zoeken in de hoekjes waar niemand komt, wachtend op een bevestiging, op hulp van bovenaf, of misschien wel op een wonder. 

Humanitaire Hub

Samen met vijf andere organisaties verzorgt Vluchtelingenwerk Vlaanderen de humanitaire hub, een humanitaire hulppost in het Noordstation. Mensen kunnen er dagelijks terecht voor juridische, psychologische, sociale of medische hulp. Elke organisatie stuurt afgevaardigden die hun diensten aanbieden. Een belangrijk onderdeel is het bijhouden van het aantal mensen dat in en rondom het Noordstation verblijft. Zeker in de nasleep van de afgelopen politieacties is het van belang om dit aantal goed in de gaten te houden.

Elke dinsdagavond gaat Vluchtelingenwerk langs om te monitoren. Een juriste en een tolk lopen iedere week dezelfde ronde door het station en spreken de mensen aan. Ondertussen houden ze bij wie ze tegenkomen. Hoe gaat het nu met de mevrouw die haar spullen kwijt was of met de man die hier al drie maanden verblijft? Welke gezichten zijn nieuw? Weten de nieuwkomers hoe ze asiel moeten aanvragen? En waar ze overdag terecht kunnen voor een dokter of juridisch advies?

De meesten bevinden zich nu in het Maximiliaanpark maar ook daar worden ze ’s ochtends vroeg door politiehonden weggejaagd.

Meestal tellen we grofweg honderden mensen, verscholen in de hoekjes, verspreid over de verdiepingen en tussen de wachtenden in de grote stationshal. De meesten zijn mannen, het overgrote deel komt uit Eritrea en Soedan. Beneden in het busstation zit een groepje naast elkaar op een bank. Geduldig zien ze de ene na de andere bus aankomen en vertrekken. Het lijkt alsof ze wachten, zonder precies te weten op wie of wat. Deze avond telden we slechts een tiental koppen. Velen zijn duidelijk afgeschrikt door de patrouillerende agenten. De meesten bevinden zich nu in het Maximiliaanpark maar ook daar worden ze ’s ochtends vroeg door politiehonden weggejaagd.

Dublin

Ineens kijk ik de mensen in de ogen die ik normaal straal voorbij loop, die ik niet zou opmerken wanneer ze in groepjes staan te schuilen voor de regen. Nu giet het. In de stromende regen haalt een man een kleed tevoorschijn, trekt zijn schoenen uit en begint tot Allah te bidden. Een jongen poetst de modder van zijn witte sneakers. Een vrouw beschermt haar baby in een fleece dekentje. En in ieders ogen is hoop te lezen. Met ze praten gaat moeilijk door de taalbarrière, maar de gezichten vertellen genoeg. Ik heb honderdduizend vragen maar kan ze niet stellen. Zelf heb ik nul antwoorden op de vragen die zij niet durven te stellen. Wat zeg je tegen iemand die je probeert duidelijk te maken dat hij geen kant op kan? Omdat hij in een ‘Dublin-situatie’ verkeert.

‘Dublin’ is de verordening die EU-lidstaten en andere Europese landen hebben ondertekend. Die bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag, meestal is dat het land waar je de EU binnenkomt. Bij het binnenkomen in de EU worden er vingerafdrukken genomen en in een Europese database verzameld. Het land waar een persoon asiel aanvraagt, gaat na of het verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Pas als dat zo is, buigt het zich over de legitimiteit van de vraag tot internationale bescherming. Bij een negatieve beslissing krijgt de aanvrager het bevel om het grondgebied te verlaten en naar zijn land van herkomst terug te keren. Hij kan de beslissing aanvechten door beroep aan te tekenen.

Als iemand die nu in België verblijft al is in drie landen is uitgewezen, wat voor advies geef je hem dan?

Als iemand die nu in België verblijft al in drie landen is uitgewezen, welk voor advies geef je hem dan? Terug gaan naar zijn eigen land? Hier blijven rondhangen? Doorzetten tot hij Engeland bereikt zodat hij daar in het illegale circuit kan rollen om de rotklusjes onderaan de ladder op te knappen? Zonder sociale zekerheid, veiligheid en erkenning?

Het Maximiliaanpark

Het Burgerplatform voor Steun aan de Vluchtelingen zet zich elke dag in om mensen te vinden die hun huis openstellen, brengt via een kookcollectief hen te eten en Vluchtelingenwerk loopt er in witte hesjes rond om juridische info te verschaffen.

Een koppel op leeftijd komt iedere dag op en neer gereden vanuit Luik. Ze begroeten een jongeman en herkennen een aantal jongens die al een paar keer bij hen hebben overnacht. Een man trekt aan mijn hesje: ‘Family?’. Het is het codewoord voor een slaapplek. Maar ik kan ze niet verder helpen. De verdeling van slaapplekken gebeurt volgens een vast systeem. En de vrijwilligers van het burgerplatform zijn nog niet gearriveerd. De andere ‘witte mensen’ wachten ondertussen tot ze een groepje toebedeeld krijgen. Vrouwen en kinderen eerst. Dan koppels. Alleenstaande mannen zijn als laatste aan de beurt.

Een ander stel is er duidelijk voor het eerst. Nerveus lopen ze op ons af. Ze vragen of er mensen uit Libië in het park aanwezig zijn, of uit Syrië. ‘Nee, de meesten komen uit Eritrea.’ ‘Is daar dan ook oorlog?’. Ook hier bestaat er dus een onderscheid in het ‘soort vluchteling’ en gaat de voorkeur uit naar oorlogsslachtoffers. De meesten in het Maximiliaanpark zijn economische vluchtelingen en alsnog is de onmenselijke situatie in het park beter dan die in hun thuisland. Ook zij verdienen een dak boven hun hoofd.

Transmigranten

‘Transmigranten’ is de term voor deze precaire groep waar niemand zich over ontfermt maar die wel wekelijks in de media opduikt. Als het gaat over het kappen van bosjes langs de snelweg om ze beter te kunnen ‘spotten’. Of als het gaat over het ‘opkuisen’ van het Noordstation. Ze vallen niet onder onze verantwoordelijkheid maar ze zijn er wel. Ze zijn niet onzichtbaar en ook geen hardnekkige viezigheid.

Ik denk dat spreken in overkoepelende termen als ‘transmigranten’ of ‘illegalen‘ dehumaniserend werkt.

Ik denk dat spreken in overkoepelende termen als ‘transmigranten’ of ‘illegalen‘ dehumaniserend werkt. Het is een manier om afstand te creëren en niet meer over individuen te spreken. Over mensen met een verhaal. Ook al hebben deze mensen geen recht op asiel, ze verdienen alsnog een menswaardige behandeling. Ze zijn hier nu, door ze weg te jagen verdwijnen ze niet. Erken dus dat ze bestaan en biedt hen een menselijke benadering die wij allemaal nodig hebben.

Toekomstoriëntatie

Er zijn al bewegingen, dappere burgers, empathische en geduldige mensen, die de wonden stelpen en de symptomen zo goed mogelijk bestrijden. Mensen die uit eigen beweging de handen uit de mouwen steken. Mensen die blijkbaar een celstraf riskeren. Maar deze situatie is niet houdbaar. Er is meer nodig dan korte termijn oplossingen. Ook al is hun toekomst niet hier, ze verdienen de rust, ruimte en mogelijkheid om een goed geïnformeerde en realistische beslissing te kunnen nemen over hun toekomst. Waar Vluchtelingenwerk samen met de andere HUB-organisaties voor pleit: voorzie onderdak, gun hen rust, geef hen goede informatie en investeer in toekomstoriëntatie. Hoe dan ook: laat ze niet aan hun lot over.

Meer info?

Lees hier meer over de Dublin-verordening of over de HUB en onze werkzaamheden daar.