Nieuws

Brief van Charlotte Vandycke aan Theo Francken

Deze brief van Vluchtelingenwerk-directeur Charlotte Vandycke aan staatssecretaris Theo Francken verscheen in het maandblad Sampol

 

Aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie,
Geachte heer Francken,

 

Als directeur van Vluchtelingenwerk volg ik uw beleid op de voet. Ik vroeg me af of u ook in deze eerste dagen van 2017 hoorde over de jonge Afghaan die van onderkoeling omkwam in een veld, in een poging Griekenland vanaf Turkije te bereiken. Ligt u soms nog wakker van de situatie waarin asielzoekers zelf verkeren? Of vooral van de mogelijke komst van asielzoekers naar België?

Uw verklaringen wekken de indruk dat u het succes van een asielbeleid afmeet aan het aantal mensen dat u kan buitenhouden - niet aan hoeveel, hoe snel en hoe goed wij als samenleving mensen op de vlucht kunnen helpen. Neem nu dat zogenaamde antiverdrinkingsplan, gekend als de ondertussen 1 jaar oude Europa-Turkije deal. U noemde het geen mooie, maar wel de enige oplossing. Het ‘goede’ aan de deal wordt daarbij gemeten aan slechts één doel: minder mensen kunnen asiel vragen

Maar hoe slecht mag een plan zijn, voor we stoppen met het goed te noemen? Na de start van het akkoord riskeerden nog steeds meer dan 20.000 mensen de verdrinkingsdood op diezelfde gebarricadeerde route. Anderen die voorheen nog de kans zagen een toekomst in Europa op te bouwen, voegen zich nu bij de miljoenen die jarenlang in uitzichtloze situaties ‘opgevangen in de regio’ wachten. Rechten worden er systematisch geschonden, kinderen verdwijnen er niet in klaslokalen maar in textielfabrieken, en in Libanon komt 1 op 4 vluchtelingengezinnen in zo’n armoede terecht dat er honger heerst. Op de nog open smokkelroute naar Italië, verdronk het recordaantal van 5000 mensen dit jaar.

‘Noodzakelijke’ plannen houden weinig rekening met de veiligheid en waardigheid van de mensen zelf die op zoek zijn naar bescherming. Evenmin proberen ze mensensmokkelaars aan banden te leggen. In werkelijkheid moeten dubieuze bondgenoten als Turkije en Libië tegen een stevige aftoopsom Europa verlossen van haar vluchtelingenfobie. Vluchtelingen worden een strategisch wapen. Eén dat mogelijk ook terug op tafel wordt gelegd, wanneer dat een partij uitkomt.

Al in 2014 gaven wij u onze verbazing mee dat het Belgische regeerakkoord van bij aanvang voorbijging aan enkele topprioriteiten. Geen woord over vluchtelingen die haast geen legale manier hebben om in Europa bescherming te komen zoeken. Niets over de toen al grootste vluchtelingencrisis op dat moment, Syrië. Meer dan drie miljoen vluchtelingen in de regio en België voorzag niet eens extra plaatsen voor hervestiging. Van de door UNCHR gevraagde versoepeling van visumvoorwaarden en criteria voor gezinshereniging was er geen sprake.

Het was dus een lichtpunt dat u zich verbond om jaarlijks 550 vluchtelingen te hervestigen. Helaas loste ons land dat niet in. Ook van de kwetsbare mannen, vrouwen, kinderen die in België’s verste grenspost, Griekenland, aan hun lot worden overgelaten, horen er enkele duizenden mensen niet daar te overleven, maar in België te zijn. Want ons land ging ook het engagement aan om ruim 3800 mensen die in Griekenland en Italië vastzitten over te brengen. Helaas werden ook hier de verwachtingen niet ingelost.

In 2015 haalde de realiteit u, zoals voorspeld, in. Een dubbel zo hoog aantal asielzoekers kwam spontaan aan in België, wat als een enorme overmacht werd voorgesteld. Dat blijft sterk te relativeren. 35.000 asielzoekers vormen voor een land als België bezwaarlijk een enorme toevloed, zeker in de Europese context. Wel droeg de manier waarop de overheid met de snelle afdanking van opvangplaatsen had omgesprongen tot halfweg 2015 bij tot een zeer gebrekkige voorbereiding. De gevolgen daarvan waren vooral opnieuw voor de rekening van mensen op de vlucht zelf.

Uw diensten registreerden dagelijks niet alle asielzoekers, maar werkten met een plafond op basis van het aantal nog beschikbare opvangplaatsen. In allerijl openden terreinmensen pas gesloten opvangplaatsen en improviseerden nieuwe. Gevolg is dat mensen op straat belandden. Ik blijf versteld dat België zich feliciteert dat het alle ‘geregistreerde’ asielzoekers een ‘bed’ gaf, zelfs al was dat soms in een tent. Feit blijft: de asielzoekers die de overheid uit eigen gebrek niet registreerde, hoorden ook in een bed en niet op straat te slapen. Pas na ettelijke weken voorzagen de diensten in noodbedden voor allen, geregistreerden en niet-geregistreerden. Ook deze vorm van opvangcrisis en ‘ fall out’ van het overheidssysteem moet ons land kunnen vermijden.

En het is waar, België is ondanks enkele stevige werkpunten een van de betere leerlingen van Europa in het voorzien van een goede asielprocedure en menswaardige opvang. Net daarom is het onbegrijpelijk dat we de komende tijd mensen die België wisten te bereiken, zouden terugsturen naar een land als Griekenland. Het is te vermijden dat uw diensten de Dublin-III richtlijn blind toepassen, maar nodig te kijken naar aanwezige familiebanden, naar de beste humanitaire oplossing voor elke mens achter elk dossier.

In een wereld waar 21 miljoen mensen buiten hun land op zoek zijn naar bescherming, klopt de doelstelling ‘kost wat kost minder asielzoekers in ons land’ niet. Sinds jaar en dag maakt UNHCR ons duidelijk dat, met respect voor mensenrechten, de humane oplossingen niet eindeloos zijn voor mensen op de vlucht. Wanneer veilig, is hulp bij vrijwillige terugkeer een oplossing. Of, hulp bij integratie in een eerste land van asiel. Voor 87% van de mensen is dat nu al in de onmiddellijke regio (dus niet Europa).

En verder is er de hervestiging naar een derde land. Aan alle pistes, maar vooral die laatste, is hard werk nodig. Minder dan 1% van de vluchtelingen wereldwijd worden vandaag door een derde land opgenomen.

Als u het aantal mensen dat ons land opvangt controleerbaar wil maken, en mensensmokkel wil bestrijden, zal België effectief duidelijke, toegankelijke en in aantallen geloofwaardige legale manieren moeten bieden om te migreren naar ons land. Dat betekent meer en snelle hervestiging, een snellere overname van mensen uit Griekenland en Italië, investeren in soepele gezinshereniging, een duidelijk beleid rond humanitaire visa, en werken aan legale migratiekanalen voor mensen die om andere redenen zoeken te migreren.

Verder is de coördinatie van de wetgeving rond asiel en migratie die u zich tot doel stelde een belangrijke zaak. Bestaande procedures zijn soms te ingewikkeld, soms moeten verschillende procedures of beroepen tegelijk in één en dezelfde zaak worden ingesteld. Vereenvoudiging is welkom. Voor zo’n belangrijke oefening is het noodzakelijk dat de regering naast de administraties, ook diverse experts van het terrein, academici, de advocatuur en magistratuur consulteert. In de vluchtelingenbeweging is jarenlange expertise en kennis aanwezig.

Ook integratie is een absolute prioriteit. In opvang en integratie moeten we durven investeren, in het belang van vluchtelingen én de hele samenleving. In dat verband moeten politici als u wegblijven van polarisering, onevenwichtig inzoomen op angst en misbruik en stigmatisering vanasielzoekers. Mensendie opkomen voor vluchtelingen wegzetten als gevaarlijk, asielzoekers ondankbaar noemen en hun rechten inperken: dat hindert net integratie en breekt draagvlak af. Feit is dat de voorbije twee jaar bij onze organisatie de vragen rond integratie alleen zijn toegenomen. En dat is goed nieuws. Want enerzijds zoeken mensen dus hun weg en maken werk van hun integratie, en anderzijds willen zoveel burgers, bedrijven, organisaties, verenigingen en scholen een hand toesteken. Er is aandacht voor het lot van vluchtelingen. Meer mensen dan ooit zetten initiatieven op en verlangen dat ons land inderdaad rechtvaardig én humaan ageert.

Laten we dus eerst grondiger werk maken van hoe snel, hoe goed en hoeveel mensen op de vlucht ons land kan helpen, vooraleer we voorbarig het recht op asiel beknotten.

 

Met beleefde groeten,

Charlotte Vandycke
Directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen

 

PS Viel het op dat ik geen enkele keer het woord ‘illegalen’ heb gebruikt? Asiel zoeken is geen misdaad. Wie vlucht, oefent een fundamenteel mensenrecht uit, en verdient een menswaardige, respectvolle behandeling voor, tijdens en na een asielprocedure.

EU relocatie: eerlijke spreiding asielzoekers?

Eind september 2015 besliste de Raad van de Europese Unie dat op twee jaar tijd 160 000 asielzoekers uit Griekenland en Italië gespreid worden over de andere lidstaten. De bedoeling van dit spreidingsplan, of EU relocatie, was om de twee landen te ontlasten. Zij werden toen geconfronteerd met een zeer hoge instroom van asielzoekers.

Meer dan een jaar later zijn er slechts 8099 asielzoekers effectief vertrokken met dit spreidingsplan. Ondertussen zitten meer dan 60 000 asielzoekers geblokkeerd in Griekenland, waarvan velen niet eens een afspraak hebben voor een interview in hun asielprocedure. Opvang is nog steeds ondermaats, en de winter staat voor de deur. Waarom slaagt de EU er niet in om deze mensen in de rest van de lidstaten te spreiden?

relocatie niet voor iedereen

Een van redenen waarom het huidige spreidingsplan faalt, is dat het niet voor iedereen is bedoeld. Het geldt enkel voor nationaliteiten met een hoge kans op bescherming. Voor de EU betekent dat een beschermingspercentage vanaf 75%. Op dit ogenblik gaat het hoofdzakelijk over Syriërs en Eritreeërs.

Omdat er nauwelijks Eritreeërs in Griekenland toekomen, komen enkel Syriërs in de praktijk in aanmerking. Zij vertegenwoordigen er bijna de helft van de aangekomen asielzoekers. Omgekeerd, voor Italië is de relocatie enkel mogelijk voor Eritreeërs, die goed zijn voor 12% van de aankomsten.

Bovendien komen asielzoekers niet in aanmerking voor relocatie als ze na 20 maart 2016 Griekenland via Turkije binnenkwamen op irreguliere manier. Zij vallen onder de EU-Turkijedeal, waarbij Griekenland ze in principe terug naar Turkije kan sturen.

relocatie loopt mank

Het relocatiesysteem is nieuw en botste op allerlei praktische problemen. Voor Griekenland en Italië, waar het asiel- en opvangsysteem al jarenlang mank loopt, betekende dit een extra inspanning. Ze moesten identificatieprocedures opzetten voor wie in aanmerking kwam voor relocatie. Dit zorgde voor heel wat vertraging. Pas in september 2016, een jaar na de beslissing om relocatie te starten, begint het systeem een beetje op gang te komen.

Als je bovendien weet dat er in 2015 856 723 mensen in Griekenland en 153 842 in Italië aankwamen, snap je dat de spreiding van 160 000 op twee jaar tijd weinig hulp kan bieden.

Nood aan echt spreidingsplan

Het streefcijfer is te laag en de nationaliteiten die in aanmerking komen te beperkt. Als de EU het echt meent met de ‘ontlasting’ van Griekenland en Italië, moet ze het huidige systeem grondig veranderen.

De EU moet af van het idee dat het weinig zin heeft om mensen te spreiden als ze nadien toch worden teruggestuurd door een eventuele negatieve beslissing in hun asieldossier. Alle asielzoekers hebben recht, ongeacht hun nationaliteit, op kwalitatieve individuele bescherming én opvang.

Griekenland en Italië kunnen dit (nog) niet garanderen. Zij ervaren nog altijd druk van een hoge instroom en een opgebouwde achterstand. Asielzoekers die niet uit Syrië of Eritrea komen automatisch uitsluiten, is onverantwoord.

Een eerlijke spreiding van de verantwoordelijkheden in een gemeenschappelijk Europees asielbeleid betekent een volledige spreiding. Ook van inspanningen en kosten bij eventuele begeleiding naar terugkeer. Verwachten dat landen aan de buitengrenzen al het ‘moeilijkere’ werk doen, in ruil voor financiële steun, getuigt niet van een gemeende solidariteit.

Verder moet de EU nog meer investeren in kwaliteitsvolle opvang en asielprocedures in alle EU-lidstaten. Op lange termijn komt dit iedereen ten goede: In de eerste plaats de asielzoekers, maar ook de ontvangende landen.

Ten slotte moet een Europees spreidingsplan ook aandacht hebben voor de voorkeuren en noden van de asielzoekers. 

Vluchtelingentop: Over politici die stemmen verkiezen boven vluchtelingenlevens

Begin deze week vonden twee highlevel bijeenkomsten over vluchtelingen plaats in New York. De uitkomst was mager. Of hoe politici wel stemmen lijken te verkiezen boven vluchtelingenlevens. Lees hieronder ons opiniestuk.

'Ik draag nu roze crocs,' smst een Iraanse politieke activist terug aan een bevriende hulpverlener, op de vraag hoe het nu met hem gaat. Hij zit vast aan een gesloten Europese binnengrens, zonder toegang tot een asielprocedure. Dat surreële beeld zegt het allemaal. Van hoogopgeleide geëngageerde burger herleid tot de zoveelste behoeftige man op de vlucht in een kamp, met enkele bezittingen in een tas, geen weg terug of vooruit en kapotte schoenen.

Schrijnend, niet waar Europa trots op is en dus overduidelijk actie nodig. En toch was de kans dat de twee high-level bijeenkomsten over vluchtelingen in New York de voorbije twee dagen zijn lot en dat van zovele anderen zouden veranderen klein. Respectievelijk Ban Ki-Moon en Obama riepen er de wereldleiders bijeen om te komen tot duurzame maatregelen voor veiligheid en integratie voor de meer dan 65 miljoen mensen die gedwongen huis en haard achterlieten. Op de achtergrond brandde het overbevolkte vluchtelingenkamp van Moria, door de Europese Unie opgericht op het Griekse eiland Lesbos. Het kamp illustreert één van de hoekstenen van het Europese beleid, uitgewerkt in de EU-Turkije deal: mensen op de vlucht weren en vasthouden aan de Europese grenzen. Een dergelijke maatregel staat haaks op de mooie oproep van de VN. Dat inzicht lijkt onvermijdelijk.

‘Het vluchtelingenbeleid gaat niet over vluchtelingen. Het gaat over electoraal in het zadel geraken of blijven zitten’

Maar wie dacht dat we met ambitieuze startteksten en pakkende getuigenissen, tot een krachtige en snelle bijsturing van het beleid zouden komen, rekende zonder dit: Politici gedragen zich alsof de kern van de zaak, vluchtelingen beschermen, ondergeschikt is aan het behalen van meer kiezers. Het vluchtelingenbeleid gaat niet over vluchtelingen. Het gaat over electoraal in het zadel geraken of blijven zitten.

En dus is de uitkomst van deze top zeer mager. Er zijn vage beloftes om kansen op onderwijs, kansen om werk te zoeken en mobiliteit te verbeteren. Er is de bevestiging van de principes van het 60 jaar oude internationale vluchtelingenverdrag, dat vandaag met de voeten wordt getreden. En er is een verhoogd cijfer voor hervestiging, dat slechts tegemoet komt aan een fractie van het hoognodige. Voor wie niet beter weet klonken de woorden van de voorzitter van de Europese raad Tusk heilzaam, wanneer hij stelt dat niet de gevaarlijke mensensmokkelroutes, maar veilige hervestiging de way forward zijn. Gelijk heeft hij. Maar waar en wanneer komen die grootschalige hervestigingsoperaties, waar samenwerking voor nodig is, eindelijk op gang? De rijkste landen, waaronder de Golfstaten, en Europa laten de dit aan zich voorbijgaan. Zolang deze operaties niet draaien, is het sluiten van binnengrenzen en verhinderen dat mensen op eigen houtje rennen voor hun leven een grove schending van de mensenrechten.

Elke gedane belofte van het voorbije jaar liep hopeloze vertraging op. Dat geldt ook voor België, dat zijn nog steeds bescheiden hervestigingsbeloftes niet nakomt, en het accent legt op minder asielaanvragen, het beperken van toegang tot een duurzaam verblijf voor vluchtelingen, langdurige vrijheidsberoving met het licht op repatriëring, en ontradende boodschappen. Over eigenlijke bescherming en kansen voor vluchtelingen horen we weinig. Boodschap van de internationale gemeenschap aan de Iraanse politieke activist en de meerderheid van zijn lotgenoten op de vlucht blijft: een waterkans op hervestiging, een illegale doorreis, een uitputtende en onveilige tocht, om toegang te vinden tot een degelijk onderzoek van de asielaanvraag.

Een aanpak voor een tekort aan kinderopvang, zal getoetst worden op het aantal extra plaatsen in die kinderopvang dat het beleid zal voorzien. Bij teveel werkloosheid gaan we tellen hoeveel mensen we een job kunnen bezorgen.  Maar een politiek antwoord op de vluchtelingencrisis wordt vandaag blijkbaar niet gemeten aan hoeveel vluchtelingen worden geholpen. Erger nog ze wordt misbruikt om minder vluchtelingen te moeten helpen.  Er wordt geschat hoeveel angst er leeft voor het fenomeen en hoe men daar kan op intappen, hoe we vluchtelingen ver weg uit het zicht kunnen houden. Wie niet beter weet zou denken dat de betrokken beleidsverantwoordelijken op zoek gaan naar een manier om hun eigen job overbodig te maken.

Een beleid moet op reële feiten, en analyse gestoeld zijn, niet op politieke spelletjes, noch op het buikgevoel en de emoties die daarvoor aangewend worden. De feiten die moeten getoetst worden zijn niet moeilijk te kennen. Als u de volgende twee jaar van verdeelde internationale respons politici van individuele staten met oplossingen hoort aandraven, zijn hier enkele simpele maatstaven om de internationale, en de nationale respons, te meten: hoe verhinderen we zo snel mogelijk de overbevolking in  Europese kampen? Komt met deze aanpak meer mensensmokkel, of meer veilige en legale routes? Leidt het huidige beleid voor meer bescherming van mensenrechten of meer schending ervan? Willen we de onmiddellijke regio’s waar miljoenen mensen in mensonterende omstandigheden worden opgevangen stabiliseren of destabiliseren? Willen we een betere en snellere integratie in onze eigen samenleving, of willen we hogere muren en meer ongelijkheid?

Net als in het klimaatbeleid, lukt het in het vluchtelingenbeleid niet om de waarheid echt te verdraaien. Dat is moeilijk, met elke dag doden aan je grens. Wel verliezen we tijd. En deze tijd kost mensen. Concrete maatregelen voor veilige, legale routes, en het delen van verantwoordelijkheid worden opgeschoven naar 2018. Dit uitstel staat gelijk aan een keuze van de VN-leden om op eigen nationale en regionale schaal te blijven sleutelen met hogere hekken, prikkeldraad en boten die vluchtelingen niet beschermen maar ze verkassen naar waar ze vandaan kwamen.  Effectieve oplossingen, zoals het voorstel van Ban Ki-Moon om minstens tot 10% van de vluchtelingenpopulatie te hervestigen, worden in twijfel getrokken, uit het lood geslagen, gereduceerd tot druppels op een hete plaat. Geen alternatieven komen in de plaats.

De wereldleiders en VN-leden legden meneer Ban Ki-moon’s uitnodiging naast zich neer en plaatsten de bal terug in eigen kamp. Aan hen dus nu om het waar te maken. Want de gevolgen voor de samenlevingen in Europa van een verder kop-in-het-zand beleid dat zich ent op het spel om de vox populi, maar niet op oplossingen met respect voor mensenrechten, zullen gevoeld worden: mensen stappen naar de rechter, verdwijnen in de illegaliteit, en onveilige en onhoudbare situaties in vluchtelingenkampen in onze buurt groeien aan, het dodental blijft stijgen. Individuele beleidsverantwoordelijken en regeringsleiders maken zich best klaar voor een evaluatie van hoe hun aanpak de reële situatie heeft bevorderd, en niet louter de verkiezingspolls heeft gekaapt.