Nieuws

Ngo's vechten nieuwe asielwetgeving aan bij Grondwettelijk Hof

Inperking rechten strijdig met onze grondwet

Vandaag dienen negen organisaties een beroep in bij het Grondwettelijk Hof tegen de nieuwe asielwetgeving die sinds 22 maart 2018 in werking is. We vragen het Grondwettelijk Hof om een reeks bepalingen te vernietigen uit die omvangrijke wetteksten. Die hebben immers fundamentele wijzigingen aangebracht aan de asielprocedure en de rechtsbescherming van mensen op de vlucht drastisch ingeperkt.

De nieuwe regelgeving* is een omzetting van Europese asielrichtlijnen. Ons land wachtte twee jaar om die richtlijnen om te zetten, maar maakte dan van de gelegenheid gebruik om de rechten van asielzoekers en hun procedurele waarborgen zodanig te beperken dat hun rechten op de helling komen.

Uit allerlei hoeken is ernstige kritiek gekomen op de wetteksten. De VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) maakte bezorgdheden over. De Privacycommissie gaf een negatief advies. Myria en de betrokken ngo's toonden zich uitermate bezorgd. De volksvertegenwoordigers van de parlementaire meerderheid hebben die signalen jammer genoeg naast zich neergelegd en de teksten werden ongewijzigd aangenomen.

Het gaat over wetteksten bekend als de Opvangwet en de Vreemdelingenwet, zoals gewijzigd bij de wet van 21 november 2017 en 17 december 2017
 

Vandaag trekken wij naar het Grondwettelijke Hof om een reeks bepalingen uit de gewijzigde wetgeving aan te vechten.

  • Bijvoorbeeld de bepalingen die het mogelijk maken om bijna alle asielzoekers op te sluiten. De nieuwe wet bevat te weinig waarborgen om willekeurige detentie te voorkomen. Detentie is echter een traumatiserende ervaring voor mensen op de vlucht, die komt bovenop eerder opgedane trauma’s. Een gesloten centrum is simpelweg niet de plaats voor mensen in een asielprocedure.
     
  • We vechten ook de complexiteit van de procedures en de kortere beroepstermijnen aan. Met de nieuwe wet zijn verschillende procedures nog ingewikkelder, zijn er kortere beroepstermijnen en ontneemt de wetgever asielzoekers in bepaalde gevallen het recht op een schorsend beroep. Hierdoor kunnen asielzoekers uitgewezen worden nog voor de rechter uitspraak heeft gedaan over hun dossier. Asielzoekers zouden dus teruggestuurd kunnen worden naar een land waar zij vervolging of vernederende en onmenselijke behandelingen riskeren.
     
  • We klagen ook aan dat het recht op privéleven dat door onze Grondwet wordt beschermd, met de nieuwe wet in het gedrang komt. Het CGVS zou in de toekomst bijvoorbeeld toegang mogen vragen tot de GSM, laptop of tablet van de asielzoeker. Een weigering kan de vraag om internationale bescherming van een asielzoeker in negatieve zin beïnvloeden. De Privacycommissie is daar terecht erg bezorgd over.
     

De nieuwe wet kadert in de bredere beleidsevolutie waarbij de toegang tot bescherming en de mensenrechten van asielzoekers en vreemdelingen steeds meer worden afgebouwd. Ze berust op de veronderstelling dat asielzoekers fraudeurs zijn of het systeem misbruiken. Als mensen op de vlucht het wantrouwen ten aanzien van hun verhaal moeten weerleggen, dreigt de nodige sereniteit en rust uit de asielprocedure te verdwijnen. Die mensen hebben na de traumatiserende ervaringen die gepaard gaan met hun vlucht nochtans nood aan een veilige omgeving om hun verhaal te doen.

Het respect voor de grondrechten van asielzoekers en vreemdelingen is voor ons allen van belang. Waar vandaag hun rechten en vrijheden worden beperkt, kunnen dat morgen die van u en mij zijn.

 

Ondertekenaars:


Reactie op set maatregelen "tegen transmigratie"

Set maatregelen "tegen transmigratie" die minister jambon en staatssecretaris francken voorleggen, komen andermaal neer op ontraden en wegjagen in plaats van doordacht beschermingsbeleid

Vluchtelingenwerk Vlaanderen, CIRÉ, Dokters van de Wereld, het Burgerplatform voor Steun aan de Vluchtelingen en Artsen Zonder Grenzen reageren op het plan dat minister Jambon en staatssecretaris Francken gisteren hebben voorgelegd:

Een goede aanpak houdt rekening met de individuele beschermingsnoden van de migranten die in ons land verblijven. We gaan om met een diverse groep migranten. Het gaat vaak om zeer kwetsbare personen zoals minderjarigen, alleenstaande vrouwen –al dan niet met kinderen–, zwaar getraumatiseerde mensen en zoals de staatssecretaris zelf zegt: slachtoffers van mensensmokkel.

Het voorgestelde pakket maatregelen gaat volledig voorbij aan die diversiteit en negeert de noodzakelijke omkadering waar mensen op de vlucht en (potentiële) slachtoffers van mensensmokkel recht op hebben. De maatregelen zorgen niet voor een oplossing maar dragen integendeel bij aan de vicieuze cirkel van angst en wantrouwen waar die mensen zich in bevinden.

Er is een alternatief: een benadering van informeren, opsporen wat de rechten zijn van elk individu en begeleiden naar een realistisch toekomstplan. Daarvoor is tijd en ruimte nodig en vooral vertrouwen.

MODEL VOOR DUURZAME OPLOSSING IS ER

Als ngo's die al maandenlang actief zijn op het terrein staan Vluchtelingenwerk Vlaanderen, CIRÉ, Dokters van de Wereld, Burgerplatform voor Steun aan de Vluchtelingen en Artsen zonder grenzen een andere aanpak voor.

In september 2017 startten wij samen met andere organisaties een humanitaire hub nabij het Maximiliaanpark en het Noordstation. Daar bieden we migranten nu al een jaar dringende medische, psychologische en sociale hulp en juridische informatie. Migranten kunnen er ook terecht voor kledij, om familieleden op te sporen of om hun GSM op te laden.

Bij elke consultatie stellen we vast dat er een blijvende en prangende nood is aan correcte, objectieve en duidelijke informatie over de mogelijkheid om internationale bescherming te verzoeken en wat je rechten zijn in die context, in België en Europa. Wij trachten in de hub zo goed mogelijk aan die informatienood tegemoet te komen. Dat betekent niet alleen dat we correcte informatie geven maar ook dat we de tijd nemen om elke migrant individueel te spreken. Elke situatie is immers anders, elk persoonlijk verhaal is anders. We werken daarbij steeds met een tolk die de taal van de migrant machtig is. Ondanks vage beloften schiet de informatieverspreiding door de overheid op het terrein zwaar tekort. We staan er als middenveld alleen voor.

Hetzelfde geldt voor de organisaties en vrijwilligers die urgente medische en psychologische zorg verstrekken of ervoor zorgen dat migranten een douche kunnen nemen of op een veilige plek kunnen uitrusten. Het leven op straat is hard en de vluchtroute vanuit het herkomstland is vaak erg moeilijk geweest. Vele migranten zijn onderweg ziek geworden, raakten gekwetst of gaan er mentaal onderdoor. Ook op dat vlak weigert de regering haar verantwoordelijkheid te nemen.

Met de humanitaire hub tonen wij dat er een werkend model bestaat voor hulpverlening op maat van de noden. Creëer een onthaal- en oriëntatiecentrum waar permanent juridische informatie wordt verleend en waar mensen in alle rust een goed geïnformeerde beslissing kunnen maken. Bied migranten een rustpunt in plaats van hen op te jagen en op te sluiten. Geef hen de mogelijkheid om hun (procedurele) situatie zelf goed te begrijpen, laat hen ontsnappen uit de cirkel van angst gecreëerd door mensensmokkelaars en in de hand gewerkt door dit beleid. Alleen zo kunnen zij volwaardige keuzes maken over hun eigen toekomst. Alleen zo kan de regering een zicht krijgen op wie ze zijn en een relevant beschermingsbeleid uitwerken.

WAT HET PAKKET MAATREGELEN JAMBON EN FRANCKEN NIET VERMELDT

Minister Jambon en staatssecretaris Francken suggereren dat mensen terugsturen naar hun herkomstland of een andere EU-lidstaat de enige optie is. Vanuit die logica zien ze detentie als noodzakelijke eerste stap.

Detentie kan in principe enkel met het oog op verwijdering en mag nooit systematisch of willekeurig zijn. De Vreemdelingenwet stelt dat detentie enkel als een laatste maatregel kan worden gebruikt, dus wanneer uit een individueel onderzoek blijkt dat geen andere, mindere verregaande alternatieven kunnen worden toegepast.

En wat met de migranten die niet kunnen verwijderd worden naar hun herkomstland? We wachten ook nog steeds op het wetsontwerp over die groep, aangekondigd in het Regeerakkoord van 2014.

Wat met de migranten die gevaar lopen in hun land van herkomst? De meesten komen ten slotte uit landen als Eritrea en Sudan. Wat met de migranten die een beschermingsstatuut hebben gekregen in Griekenland maar daar weg vluchtten omdat mensensmokkelaars hen bedreigden in de vluchtelingenkampen waar ze moesten verblijven? Wat met de migrant die medische problemen heeft maar niet weet dat hij onder de Dublinverordening een hereniging met zijn broer in Duitsland kan aanvragen? Is een gesprek met hen niet noodzakelijk om een doordacht (Europees) beschermingsbeleid te voeren?

Hoe leg je de wegen van mensensmokkelaars bloot zonder ervoor te zorgen dat hun slachtoffers onze autoriteiten wantrouwen? Waarom horen we in dit plan niets over het informeren van migranten over hun recht op bescherming (bijvoorbeeld als slachtoffer van mensensmokkel)? Hoe zal je hen werkelijk beschermen? Hoe doorbreekt een detentiebeleid dat angst en wantrouwen zaait de vicieuze cirkel van afhankelijkheid van mensensmokkelaars?

'De transmigrant' bestaat niet. Detentie is nooit de oplossing.

 

Push-backs en deals zijn slippery slope

Naar aanleiding van de Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken deze week pleitte staatssecretaris voor Asiel en Migratie,Theo Francken voor push-backs: het onmiddellijk terugsturen van mensen op de vlucht die Europa via de zee proberen te bereiken. Daartoe zou het volgens hem nodig zijn artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) te "omzeilen". Na een blaam van de Europees commissaris voor Migratie Dimitris Avramopoulos nam Francken wat gas terug en gaf hij aan "heroriënteren van de boten naar Tunesië" te bedoelen. Op donderdag zorgde dat incident voor een heftig debat in het Federaal Parlement. De Kamerleden hamerden erop dat artikel 3 EVRM heilig is. Tegelijk hoorden we van de premier dat België streeft naar een nog strengere bewaking van de Europese buitengrenzen. Ook nieuwe deals in lijn met de EU-Turkije deal werden meermaals geopperd in het Parlement.

Push-backs waren nooit wettig

Het is niet de eerste keer dat Francken pleit voor push-backs. Al in 2016 toonde hij zich voorstander van push-backs, in een interview met het Britse persagentschap Reuters. Hij benadrukte toen dat hij op dat punt zijn persoonlijke mening vertolkte. Ook in de “Theo Toert” lezingen wees hij met een beschuldigende vinger naar de rechters van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die de praktijk van push-backs veroordelen en ngo’s die mensen op zee redden.

Ondanks de milderende boodschap van premier Michel dat België de Europese en internationale regels over asiel en migratie zal blijven respecteren, is het zeer verontrustend dat het regeringslid bevoegd voor asiel en migratie zich zo uitspreekt. Push-backs zijn namelijk absoluut in strijd met de wet. En zijn dat ook altijd geweest.

  • Het terugsturen van mensen op de vlucht was een gangbare praktijk totdat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens er zich in 2012 over uitspraak; wettig was die praktijk nooit. Een van de pijlers van het internationaal recht is immers het beginsel van non-refoulement: het verbod om mensen terug te sturen naar een land waar ze vervolgd kunnen worden of waar hun leven of veiligheid in gevaar zijn.
  • Dat beginsel is vastgelegd in artikel 33 van het VN-Vluchtelingenverdrag, maar ook in het VN-Verdrag tegen Foltering, het VN-Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten en het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens.
  • Het is een recht dat altijd en overal geldt, voor iedereen, op de vlucht of niet.

EU-Tunesië deal?

Een andere boodschap die Francken bracht naar aanleiding van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken was dat Europa zou moeten investeren in een deal met Tunesië, naar analogie met de EU-Turkijedeal. Het doel dat hij voor ogen heeft is dat bootvluchtelingen op de Middellandse Zee niet langer in Europa, maar in Tunesië worden opgevangen.

Dat voorstel kadert in een opvallende trend. De Europese Unie (EU) neemt steeds vaker maatregelen die het Europese asiel- migratiebeleid uitbesteden aan niet-lidstaten van de EU. Hiermee schuiven de EU en haar lidstaten een deel van hun verantwoordelijkheden onder het VN-Vluchtelingenverdrag naar andere landen, waar de opvang en toegang tot de asielprocedure van mensen op de vlucht vaak in mensonwaardige omstandigheden plaatsvinden.

Tegen welke prijs wil de EU dat doen? De EU en haar lidstaten deinzen er niet voor terug om overeenkomsten te sluiten of afspraken te maken met dictatoriale regimes. Derde landen, al dan niet met een erbarmelijke reputatie op het vlak van mensenrechten, krijgen ondersteuning van EU-landen om ter plaatse migratiecontroles uit te voeren zodat migranten en mensen op de vlucht meer obstakels ondervinden om naar de EU te reizen. Zulke deals doen de druk op de regio's buiten de EU toenemen, terwijl Europa steeds minder verantwoordelijkheid opneemt. Bestaande voorbeelden tonen aan dat de mensenrechten vaak geschonden worden bij dergelijke deals.

  • Het zogenaamde ‘Australische model’ is allerminst een goed voorbeeld. Australië plaatst migranten en mensen op de vlucht jarenlang in detentie, waar ze in mensonwaardige omstandigheden leven en geweld moeten doorstaan.
  • Ook de EU-Turkije deal is een blaam voor de mensenrechten: mensen worden gedwongen teruggestuurd, vluchtelingen worden er in slechte omstandigheden opgevangen en hebben nauwelijks toegang tot werk, onderwijs en gezondheidszorg. Er is zelfs sprake van kinderarbeid.
  • In Libië, waar de EU veel geld investeert in het versterken van de lokale grens- en kustwacht zodat mensen het land niet zouden verlaten, worden mensen op vlucht gefolterd en als slaven verkocht.

De EU moet een actieve rol spelen bij het verbeteren van de bescherming van vluchtelingen in de regio's van herkomst, maar mag daarbij in geen geval het recht om asiel aan te vragen in de EU ondergraven. De EU moet een beleid aannemen dat geënt is op het redden van mensenlevens, het promoten van inclusie, samenwerking en welvaart. Dat veronderstelt een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheden in plaats van het doorschuiven van die verantwoordelijkheden.

Dringend nood aan veilige en legale alternatieven

Er zijn wel dringend stevigere plannen nodig voor veilige en legale alternatieven voor mensen op de vlucht, zoals meer hervestiging, een structureel beleid rond humanitaire visa en de versoepeling van de procedures voor gezinshereniging voor mensen op de vlucht. Op dat vlak blijven de inspanningen bedroevend laag. Op de top van de Verenigde Naties in september 2016 engageerden de leden zich nochtans formeel om samen méér veilige toegang te realiseren en méér verantwoordelijkheid te delen (Verklaring van New York).

En zelfs wanneer de legale en veilige kanalen er eindelijk zouden komen, dan nog mogen we niet blind zijn voor mensen op de vlucht die nood hebben aan bescherming, maar door omstandigheden door de mazen van het net van de legale migratiekanalen zouden vallen. Wie nood heeft aan bescherming en zich aanbiedt aan de grenzen van de Europese Unie, moet steeds de kans krijgen die bescherming aan te vragen. Die kans wegnemen en het principe van non-refoulement op de helling zetten is een slippery slope, die leidt naar het verder uithollen van onze juridische en morele waarden en normen.