Startpunt door de ogen van stagiaire Anais

door Anais

Ik ontmoette Daphne, projectmedewerker bij Startpunt, tijdens mijn eerste dag als stagiaire in het communicatieteam. “Ben je bekend met Startpunt?” Voor haar was het simpelweg een vraag om het gesprek draaiende te houden. Voor mijn overdenkende brein was het een confronterende vraag. Ik wist er zo goed als niets over. “Ga het anders eens bezoeken?”, stelde mijn stagebegeleider voor.

Om 8 uur ’s ochtends sta ik in de Oppemstraat in de Noordwijk van Brussel. Daar verzamelt het vrijwilligersteam zich voor hun shift bij het Klein Kasteeltje, het aanmeldcentrum van Fedasil voor asielzoekers. De vrijwilligers zeggen niet veel, maar dat neem ik hen niet kwalijk. Het is vroeg en bovendien moeten ze over enkele ogenblikken wel een hoop praten. De Startpunt-vrijwilligers geven immers informatie aan de aanschuivende asielzoekers over het verdere verloop van hun procedure.

“Er zijn drie soorten asielzoekers, waaraan we telkens verschillende informatie geven”, vertelt Daphne. “Om te beginnen zijn er mensen die voor het eerst asiel aanvragen. Verder zijn er asielzoekers die een Dublin-procedure moeten volgen. Dat wil zeggen dat België onderzoekt of het al dan niet verantwoordelijk is om de asielaanvraag te behandelen. Ten slotte zijn er de mensen die meer dan één keer asiel hebben aangevraagd.” 

 

Where are you from?

De vrijwilligers introduceren zich aan een willekeurig iemand en dat gaat vaak samen met een eerste vraag: “Where are you from?” Dat vragen ze niet alleen uit interesse, maar ook om op het antwoord in te kunnen spelen als een asielzoeker niet goed Engels spreekt. De Startpunt-vrijwilligers zijn meertalig en kunnen dus op vlotte wijze communiceren in het Engels, Frans, Spaans, Arabisch, Dari, Pasjtoe, ... De ogenschijnlijk bescheiden asielzoekers voelen zich stilletjes aan meer op hun gemak.

Er zijn verschillende wachtrijen: voor families, alleenstaande mannen, en minderjarigen. Door de coronamaatregelen mogen er 30 personen per keer naar binnen. De overige asielzoekers krijgen een brief met het uur waarop ze diezelfde dag opnieuw mogen langskomen. Vrijwilliger Lara ziet naast uitdagingen, ook een voordeel in de maatregelen: “We geven doorgaans eerst informatie aan de families en minderjarigen. Door de 30-personenregel hebben we tijd om iédereen uitgebreid te spreken. Als de eerste groep binnen is, dan kunnen we nog altijd informatie geven aan de rest.”

Ik probeer juist bij te leren over misconcepties over migratie. Verwachtte ik dan echt honderden asielzoekers te zien aanschuiven?

Reflecties op het Sint-Katelijneplein

Al gauw openen de deuren en kunnen de eerste dertig mensen naar binnen. De Startpunt-vrijwilligers nemen nog de kans om een tweede praatje te maken met asielzoekers die even blijven rondhangen. Ook enkele laatkomers worden aangesproken.

“Het is maar 9 uur”, hoor ik vrijwilliger Lara zeggen. Ik vraag haar of ze dit beschouwden als een rustige ochtend. Ze denkt even na, maar knikt uiteindelijk. Dat was ook mijn eerste indruk bij aankomst. Maar vlak daarna betrapte ik mezelf op de ironie van die gedachte. Ik probeer juist bij te leren over misconcepties over migratie. Verwachtte ik dan echt honderden asielzoekers te zien aanschuiven? Feit is dat migratiecijfers vaak worden overschat.

Ik zie de passie van de vrijwilligers vooral na hun shift.

Ik zie de passie van de vrijwilligers vooral na hun shift. We verzamelen op het zonnige Sint-Katelijneplein voor een debriefing. Iedere vrijwilliger vertelt over de asielzoekers die ze hebben gesproken, wat er hen opviel en welke problemen aan bod zijn gekomen. Ik merk dat de verontwaardiging blijft, ongeacht hoelang ze dit soort vrijwilligerswerk doen.

Vrijwilliger Behzad vertelt over een man uit Afghanistan die voor de vijfde keer asiel aanvraagt omdat zijn Afghaanse identiteitskaart ('Tazkira') niet als geldig wordt beschouwd. Hij heeft al een beroep gedaan op drie verschillende advocaten die hem niet konden helpen. De man was terughoudend en wilde niet meteen spreken met Behzad. “He has no hope in talking to anyone anymore”, zegt hij. “Klopt”, antwoordt Daphne terug in het Nederlands, bijna tegen zichzelf pratend, “maar meer dan dat kunnen we niet doen.”