Opsporen, registreren, opsluiten, uitzetten: de sleutelwoorden van het 'rapport Bossuyt'

 

Op woensdag 21 oktober komen Vluchtelingenwerk Vlaanderen samen met andere organisaties uit het middenveld in het parlement om het ‘rapport Bossuyt’ te analyseren en in vraag te stellen. Een echt debat over de Belgische migratiepolitiek is meer dan ooit nodig. Daarom presenteren wij vandaag ons rapport in het parlement en rekenen we erop dat we hier grondig bij betrokken worden en dat er rekening wordt gehouden met onze aanbevelingen. Wij hebben hiervoor de nodige expertise in huis.

Download hier ons rapport 

‘De Commissie Bossuyt’, de tijdelijke commissie die het Belgische terugkeerbeleid evalueert, werd in maart 2018 opgericht na het rapport over de vermeende folteringen in Soedan. De Belgische overheid koosde er in het najaar van 2017 voor om een officiële Soedanese delegatie uit te nodigen om een groep Soedanezen te identificeren met het oog op gedwongen terugkeer. Midden september 2020 werd het eindverslag van deze commissie voorgesteld. 

Het eindverslag van de Commissie Bossuyt heeft een duidelijke rode draad: de gedwongen terugkeer. Deze commissie bestaat ook enkel uit actoren die betrokken zijn bij het terugkeerproces (Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, Fedasil, de Federale Politie, de AIG, de Belgische pilotenvereniging en Brussels Airlines).

Gedwongen terugkeer wordt als 'noodzakelijk' beschouwd, zonder dat ze dit ooit met concrete gegevens staven. Deze vooringenomenheid doordringt het hele werk van de commissie, bijgevolg voldoet het eindverslag niet aan de voorwaarden van een evaluatie.

Vervolgen en het land uitzetten

Verschillende belangrijke kwesties staan niet in het verslag: het gebruik van geweld, aanhoudingsprocedures, de erkenningsgraad van volgende verzoeken om internationale bescherming, tekortkomingen in de verblijfsprocedures, de administratieve impasse voor mensen zonder verblijfsrecht ... Bovendien zijn er geen richtlijnen voor identificatieprocedures, een kwestie die nochtans aanleiding gaf tot dit evaluatieproces.

De commissie toont de wil om zoveel mogelijk mensen (met en zonder verblijfsvergunning) te vervolgen en te registreren om eventuele uitzettingen te vergemakkelijken. Zo wil ze met een algemene databank een reusachtige en huiveringwekkende registreringsmachine op poten zetten.

Slag in het gezicht

De commissie stelt ook voor om de gevangenisstraffen voor onwettig verblijf op te trekken van 3 maanden tot 1 jaar. Zo kunnen onderzoeksrechters een aanhoudingsbevel of huiszoekingsbevel uitvaardigen dat toegang geeft tot de verblijfplaats van personen zonder verblijfsvergunning. Dit vergemakkelijkt hun aanhouding.

Afgezien van het duidelijke misbruik van de procedure om mensen zonder papieren op te sporen, is dit een slag in het gezicht van de vele burgers die zich sinds 2017 al tegen 'woonstbetredingen' verzetten. Dit werd ook aan de kaak gesteld door het College van procureurs-generaal.

De commissie beveelt ook 'leeftijdstesten' onder dwang aan bij zelfverklaarde niet-begeleide minderjarigen voor wie er een twijfel rond de minderjarigheid bestaat. De Orde der artsen verbiedt nochtans formeel dit soort praktijken onder dwang. Dit gaat ook in tegen een resolutie van het Europees Parlement van 12 september 2013, die vraagtekens plaatste bij de betrouwbaarheid van dit soort medische tests.

Alternatieve oplossingen

Als deze aanbevelingen worden uitgevoerd, zullen ze een onaanvaardbaar ethische, menselijke en financiële kost hebben. Alleen al in 2018 kostte het beleid van gedwongen terugkeer 88 miljoen euro.

De voorgestelde maatregelen zullen bijkomende financiële middelen vergen. De commissie had als missie om het terugkeerbeleid te evalueren. Geconfronteerd met de vele blinde vlekken in het rapport, het negeren van bepaalde gegevens en feiten en de vooringenomenheid van de commissie, mag het duidelijk zijn dat men niet tot een deftige evaluatie kwam.

Omdat de leden van de commissie de werking van hun eigen instellingen moesten beoordelen, vragen wij ons af of deze commissie wel tot een echte evaluatie kan komen. De voorgestelde maatregelen zullen het failliete terugkeerbeleid niet verbeteren, noch voorzien ze in duurzame oplossingen. De gekozen weg is die van repressie, waarbij aanhoudingen en uitzettingen de norm blijven.

Dit is nochtans niet de enige weg; alternatieve oplossingen zijn mogelijk. In december 2019 organiseerde het middenveld de conferentie 'Voorbij terugkeer' in het Federaal Parlement. Tal van actoren uit zowel de academische wereld, overheidsinstellingen als ngo’s, stelden concrete alternatieven voor. Hun aanbevelingen werden aan de regering bezorgd. Het is hoog tijd om hier gevolg aan te geven!