Nieuws

Federale overheid lanceert campagne om migranten af te schrikken

Screenshot www.factsaboutbelgium.be/

Gisteren lanceerde minister van Asiel en Migratie Maggie De Block een online campagne om potentiële migranten en vluchtelingen in transitlanden af te raden naar ons land te komen. De campagne bestaat uit de website www.factsaboutbelgium.be en een gelijknamige Facebookpagina die naar eigen zeggen tot doel hebben mensen te ontraden naar België te komen.

We hebben zelf een eerste screening van de website gedaan en stellen vast dat er enkel zeer beperkte informatie verspreid wordt. Zo vinden we geen enkele informatie terug over vluchten voor vervolging of oorlog  en hoe de asielprocedure in België verloopt. Die informatie vind je enkel terug na enkele kliks op pagina’s die gaan over bijvoorbeeld veilige landen, of over de lange duur van de procedure. Informatie over de asielprocedure in een toegankelijk taal is niet, of zeer moeilijk terug te vinden. De website licht er verder Palestijnen uit Gaza uit. Ze insinueren dat zij geen internationale bescherming meer zouden krijgen. Palestijnen blijven tot op heden nochtans een groep van wie de beschermingsgraad hoog ligt.

Op de website vind je ook geen uitleg terug over op welke manier en om welke redenen je een visum voor België kan krijgen, ook al zijn deze mogelijkheden beperkt, of onder welke voorwaarden je wel kan werken en verblijven in België. Hiermee mist de website een kans om mensen correct en in de eigen taal te informeren over de legale mogelijkheden die er zijn. 

Als ervaringsdeskundigen en verstrekkers van informatie op het terrein erkennen wij de nood aan correcte informatie aan migranten, die de geruchten van mensensmokkelaars ontkrachten. Maar deze informatie moet volledig zijn. Door slechts beperkte en eenzijdige informatie op te nemen, blijven mensen genoodzaakt deze elders in te winnen. De kans is groot dat ze nog steeds te luisteren gaan bij smokkelaars, waardoor het vooropgestelde doel van de website volledig ten onder gaat.

De website richt zich niet alleen tot mensen die nog niet in België zijn, maar ook tot zij die hier wel zijn of op doorreis. Recent nog brachten wij samen met verschillende partners een rapport uit waaruit blijkt dat migranten op doortocht nood hebben aan volledige, objectieve  en  kwalitatieve  informatie  in hun eigen taal. Voor deze groep is de meest efficiënte manier van informatieverstrekking een mondelinge en toegankelijke informatieverstrekking. Louter  informatie via websites, flyers, brochures of sociale media is ineffectief en dus onvoldoende.  Zeker als deze informatie slechts tot doel heeft te ontraden, zal er geen vertrouwen gewonnen worden bij deze groep.

Van overheidsinstanties verwachten we neutraliteit en objectiviteit. Het geven van halve informatie kan men moeilijk objectief noemen. Deze website kadert binnen een ruimer ontradingsbeleid. Bij Vluchtelingenwerk zijn we daarover bezorgd. Een ontradingsbeleid ondermijnt systematisch de mensenrechten van mensen op de vlucht.

Meer lezen:

Boekentip: ‘Samen op de vlucht’ - Nadja Van Sever

Kinderboek volgt de reis van twee Afghaanse jongentjes op de vlucht

Het einde van maart betekent ook het einde van de jeugdboekenmaand. Heel wat kinder- en jeugdboeken passeerden de revue. Toch willen we jullie nog een aanrader meegeven, een kinderboek dat voor ons in ’t oog sprong. ‘Samen op de Vlucht’ is het zesde boek dat Nadja Van Sever op de boekenplanken legt en vertelt het aangrijpende vluchtverhaal van twee Afghaanse jongetjes. Het resultaat is een tocht vol gevaren, waarin de jongens zich sterkhouden aan de vriendschap die ze smeden. Hoe is het om zo’n relevant, maar zwaar thema als migratie in een kinderboek te gieten? Auteur van het verhaal Nadja Van Sever geeft les aan de lagere school GBS in Tervuren, we zochten haar na de laatste schoolbel op.


Het idee om een kinderboek aan het thema te wijden, kwam voor Nadja eerder uit onverwachte hoek. Tijdens het eindejaaroverzicht van de VRT werd ze geraakt door een stuk over twee Afghaanse jongetjes die op de vlucht waren voor de Taliban. ‘Voor mijn boeken zoek ik telkens een thema waaruit ik niet alleen een spannend verhaal met hier en daar wat humor kan destilleren, maar waarmee ik de kinderen ook iets kan bijleren. Ik voelde meteen het engagement opborrelen om aan de slag te gaan.’

 

Steun van alle kanten

Aan het begin van de research was het nog afwachten of de samenwerking vlot zou verlopen, maar de steun voor het project bleek enorm groot. ‘Zowel de voogden van de jongeren, als Fedasil zorgden ervoor dat ik met een vijftal jongeren in gesprek kon gaan over hun vlucht. Na die gesprekken heb ik me verdiept in de Afghaanse context: de situatie met de Taliban, de verschillende talen… Ik stond erop om alle feiten zo correct mogelijk weer te geven.’

Daarbij kwam de steun werkelijk van alle kanten. ‘Zelfs Bob Pleysier (ex-directeur van Fedasil) waarmee ik voor het project nooit eerder contact had, nam mijn boek met veel plezier door en controleerde de asielprocedure die ook in het boek uitgebreid aan bod komt. Al die ervaringen heb ik samengesmolten tot het uiteindelijke verhaal, op feiten gebaseerd, maar natuurlijk wel geromantiseerd.’

 

Het vluchtelingenthema op kindermaat

Voor de uitgeverij zijn blik kon werpen op het definitieve resultaat, bracht Nadja haar boek eerst nog voor de klas. ‘Op die manier kan ik uit de eerste hand checken of de kinderen geboeid zijn, of ze de grapjes kunnen smaken en vooral of ze het verhaal volledig begrijpen. Voor mij is dat vaak de beste feedback.’ En wat bleek: de kinderen waren razend enthousiast. Samen met enkele collega-juffen besloot Nadja om een themaweek op te bouwen rond vluchtelingen en asiel. ‘We hebben de kinderen helemaal ondergedompeld. In de klas zelf hebben we ’t gehad over wat het betekent om een vluchteling te zijn en hoe de asielprocedure in elkaar zit. Het lijkt misschien een gevoelig thema dat moeilijk bespreekbaar is voor zo’n jonge kinderen, maar de open mind waarmee ze bepaalde vraagstukken aanpakken, is zeer verhelderend.’

Om het allemaal wat concreter te maken trok de klas zelfs naar het gesloten opvangcentrum in Steenokkerzeel, en waagden de kinderen zich in klas aan een inleefspel: hoe is het om in een land toe te komen waar andere regels gelden, en de mensen een vreemde taal spreken. Dat bracht hen dichter bij de ervaring waarmee vluchtelingen geconfronteerd worden. Natuurlijk lees ik ook iedere week een stukje uit het boek voor, en volgen we samen de reis waarin de twee jongetjes verzeild raakten.’

 

Wil je jouw kinderen ook kennis laten maken met de situatie van mensen op de vlucht, of ben je stiekem zelf benieuwd naar het verhaal? 

Meer informatie kan je vinden op de site van uitgeverij Clavis, en voor een lezing kan je hier terechtGoed nieuws! Het boek ligt al enkele weken in de rekken, maar ook Nadja zelf staat te popelen om in scholen of organisaties lezingen uit haar boek te brengen, en op kindermaat te vertellen over de thematiek.

 

 

Meer en eenvoudigere opsluitingen zijn geen oplossing voor ’transitmigranten’

Vorige week vrijdag keurde de Commissie Binnenlandse Zaken een wijziging  van de vreemdelingenwet goed die het makkelijker maakt mensen in kader van de Dublin III-verordening op te sluiten en uit te wijzen. De Dublin-verordening bepaalt of ons land verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. In de praktijk zal deze wijziging vooral effect hebben op de zogenoemde ‘transitmigranten’. Wij zijn bezorgd dat opsluiting geen uitzonderingsmaatregel meer is in de aanpak van ‘transitmigratie'. Wij blijven vragen dat er voor deze groep werk wordt gemaakt van een open onthaal- en oriëntatiecentrum in plaats van alleen maar te blijven inzetten op ontraden, opsluiten, uitwijzen.  

Minister voor Asiel en Migratie De Block communiceerde via haar website zelf over het gestemde wetsvoorstel. Ze gaf hierbij aan ‘tevreden te zijn dat er duidelijkere en snellere procedures voor uitwijzingen komen’. Ze omschrijft deze beslissing als ‘een verduidelijking van de procedure, zodat de betrokken diensten efficiënter kunnen overgaan tot de uitwijzing van mensen die een bevel kregen het land te verlaten.’

Concreet houdt het gestemde voorstel een eerder technische aanpassing  in. Als gevolg van dit wetsvoorstel zullen vasthoudingsmaatregelen, overdrachtsbesluiten en bevelen om het grondgebied te verlaten in het kader van Dublin-dossiers namelijk niet meer door de minister persoonlijk moeten ondertekend worden, maar zal ze dit voortaan kunnen delegeren aan haar diensten.

In de marge van deze vereenvoudiging, wordt aangekondigd dat alternatieven voor vasthouding zullen uitgewerkt worden in een later aan te nemen uitvoeringsbesluit. Dit voornemen werd de afgelopen jaren al in talloze nieuwe wetten opgenomen. Vluchtelingenwerk Vlaanderen vindt het hoog tijd dat deze alternatieven er ook effectief komen.

Er wordt keer op keer ingezet op het vereenvoudigen van detentie, terwijl het uitwerken van alternatieven op de lange baan wordt geschoven. De Dublinverordening schrijft nochtans net het tegenovergestelde voor. Opsluiting moet de uitzondering zijn, wanneer vaststaat dat er geen doeltreffende alternatieven voorhanden zijn.

Charlotte Vandycke (directeur Vluchtelingenwerk): ‘Vluchtelingenwerk is bezorgd dat opsluiting geen uitzonderingsmaatregel meer is in de aanpak van transitmigratie. Zoals we in ons manifest voor de verkiezingen bepleiten moet de detentie zo kort mogelijk duren en kan dit enkel als laatste maatregel. Zolang er geen alternatieven voor detentie worden uitgewerkt vinden wij dat het opsluiten van mensen in transit niet aan de orde is. Het uitwerken van alternatieven is geen ‘ overbodige luxe’, het is een verplichting die rechtstreeks volgt uit de Dublin III-verordening en de aanbevelingen van de Raad van Europa.’ Charlotte Vandycke (directeur): ‘Wij zijn bezorgd dat opsluiting geen uitzonderingsmaatregel meer is in de aanpak van transitmigratie'

Vluchtelingenwerk schuift specifiek voor migranten op doortocht het volgende alternatief naar voor: wij vragen dat er voor deze groep werk wordt gemaakt van een opvang –en oriëntatiecentrum, waar zij basiszorgen krijgen en de ruimte en begeleiding om in alle rust een beredeneerde keuze te kunnen maken. Verschillende pilootprojecten hebben al uitgewezen dat menselijke begeleiding een efficiënt alternatief kan zijn voor de zinloze detenties en de talrijke bevelen om het grondgebied te verlaten.

Ook vragen wij dat België in dossiers voor kwetsbare personen haar wettelijke mogelijkheid gebruikt om de Dublin III-verordening soepel toe te passen. Op die manier kunnen we deze personen op een duurzame manier van de straat halen en begeleiden naar een échte oplossing.