Nieuws

Ook vluchtelingen starten eigen zaak

Vluchtelingen besluiten steeds vaker om een eigen zaak te beginnen in Vlaanderen. Muataz, Oscar, Samer, en Maha zijn voorbeelden van de nieuwe generatie zelfstandigen. Zij slaagden er het afgelopen jaar in om succesvol een eigen onderneming  te starten. Project AZO! hielp hen daarbij. 

Veel mensen dromen van een eigen zaak. Je bent eigen baas en kan van je passie je werk maken. Ook onder vluchtelingen zijn er heel wat mensen met ondernemingszin. Mede dankzij de inspanningen van Project AZO!  is het aantal mensen met een migratie-achtergrond dat zelfstandig ondernemer is de laatste jaren fors gestegen. 

Project AZO! is een partnerschap van verschillende organisaties die gespecialiseerd zijn in de begeleiding van vluchtelingen bij het starten van een eigen onderneming. Het project wordt financieel mogelijk gemaakt met geld van het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Vlaams Cofinancieringsfonds (VCF).

Vluchtelingen die dankzij AZO! zijn gestart als zelfstandigen

  • In Oost-Vlaanderen startte Maha enkele maanden geleden een winkel met Arabische specialiteiten. Maha was leerkracht Engels in Syrië, maar moest met haar echtgenoot en drie kleine kinderen voor de oorlog vluchten. Via Turkije en Griekenland kwam ze naar België. ‘Ik kon mijn winkel in Zottegem opstarten dankzij de hulp van AZO! Mijn trajectbegeleider gaf me veel informatie en advies en begeleiding bij het uitstippelen van een marketingstrategie.' Lees het volledige verhaal hier.

  • In Antwerpen wil Oscar Guti met Pandime bedrijven in contact brengen met sociale organisaties en projecten die op zoek zijn naar kapitaal. 'Ik wil de markt veroveren met een nieuwe vorm van marketing.' Oscar is een ervaren ondernemer. In zijn geboorteland El Salvador richtte hij drie verschillende bedrijven op. Kort nadat Oscar naar België vluchtte, begon hij ook hier met steun van AZO! voor zichzelf. Lees het volledige verhaal hier.

  • In West-Vlaanderen leidt Muataz al twee jaar het restaurant Taboulé met Libanese en Syrische specialiteiten. Hij is 35 jaar, was ingenieur en vluchtte in 2011 uit Homs in Syrië. Sinds zes jaar woont hij in België. Na één jaar werd hij erkend als vluchteling en mocht aan de slag bij het OCMW. Daar kwam hij vaak in contact met toeristen die Brugge bezochten. ‘Toen kreeg ik het idee  een eigen restaurant te openen in Brugge.' Lees het volledige verhaal hier.

  • In Limburg opende Samer vier maanden geleden zijn kapperszaak dicht bij het treinstation van Sint-Truiden. Hij vluchtte enkele jaren geleden uit Irak naar België. Toen hij erkend werd als vluchteling ging hij op zoek naar werk. Omdat hij in zijn thuisland al heel wat ervaring als kapper had opgedaan, besloot hij met de hulp van het project AZO! een eigen onderneming te starten. ‘AZO! gaf mij veel advies op het vlak van marketing en reclame. Dankzij het project kon ik mijn zaak opstarten.' Lees het volledige verhaal hier.

Project AZO!

AZO! heeft in iedere Vlaamse provincie medewerkers. Elke kandidaat ondernemer wordt gelinkt aan een lokale trajectbegeleider. Die gaat in een kennismakingsgesprek na wat de plannen, ambities en kwaliteiten van de vluchteling zijn. Is het ondernemingsidee haalbaar?  Heeft de vluchteling de nodige  ervaring en de vereiste ondernemerscompetenties? Tijdens het intensieve traject dat daarna volgt, wordt de vluchteling klaar gestoomd voor het ondernemerschap. 

"Het is belangrijk dat vluchtelingen met ondernemingszin inzien dat ondernemen in Vlaanderen een valabele optie is, mits een goede voorbereiding," zegt coördinator Frank Maleszka van Project AZO!. "Velen hebben ondernemerservaring in het land van herkomst, vaak in een minder formele setting. Het project AZO! wil deze kennis inzetten op de Vlaamse arbeidsmarkt."

Minder dan twee jaar na de start van het project heeft AZO! 232 vluchtelingen intensief begeleid waarvan er twintigtal ook effectief ondertussen opgestart zijn als succesvol ondernemer zoals Maha, Oscar, Muataz en Samer.

Project AZO! ging eind 2016 van start. Onlangs werd besloten om het project te verlengen tot eind 2019 en de doelgroep van vluchtelingen uit te breiden met inburgeraars. 

INFO VOOR DE PERS

Met de steun van

Project AZO! is een samenwerking van Stebo, Starterslabo’s, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Microstart, Unizo, Exchange vzw, Smart, iDrops, Zenitor, SYNTRA Vlaanderen, VDAB en Agentschap Inburgering en Integratie.

Project AZO! wordt financieel mogelijk gemaakt door het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Vlaams Cofinancieringsfonds (VCF).

Ngo's vechten nieuwe asielwetgeving aan bij Grondwettelijk Hof

Inperking rechten strijdig met onze grondwet

Vandaag dienen negen organisaties een beroep in bij het Grondwettelijk Hof tegen de nieuwe asielwetgeving die sinds 22 maart 2018 in werking is. We vragen het Grondwettelijk Hof om een reeks bepalingen te vernietigen uit die omvangrijke wetteksten. Die hebben immers fundamentele wijzigingen aangebracht aan de asielprocedure en de rechtsbescherming van mensen op de vlucht drastisch ingeperkt.

De nieuwe regelgeving* is een omzetting van Europese asielrichtlijnen. Ons land wachtte twee jaar om die richtlijnen om te zetten, maar maakte dan van de gelegenheid gebruik om de rechten van asielzoekers en hun procedurele waarborgen zodanig te beperken dat hun rechten op de helling komen.

Uit allerlei hoeken is ernstige kritiek gekomen op de wetteksten. De VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) maakte bezorgdheden over. De Privacycommissie gaf een negatief advies. Myria en de betrokken ngo's toonden zich uitermate bezorgd. De volksvertegenwoordigers van de parlementaire meerderheid hebben die signalen jammer genoeg naast zich neergelegd en de teksten werden ongewijzigd aangenomen.

Het gaat over wetteksten bekend als de Opvangwet en de Vreemdelingenwet, zoals gewijzigd bij de wet van 21 november 2017 en 17 december 2017
 

Vandaag trekken wij naar het Grondwettelijke Hof om een reeks bepalingen uit de gewijzigde wetgeving aan te vechten.

  • Bijvoorbeeld de bepalingen die het mogelijk maken om bijna alle asielzoekers op te sluiten. De nieuwe wet bevat te weinig waarborgen om willekeurige detentie te voorkomen. Detentie is echter een traumatiserende ervaring voor mensen op de vlucht, die komt bovenop eerder opgedane trauma’s. Een gesloten centrum is simpelweg niet de plaats voor mensen in een asielprocedure.
     
  • We vechten ook de complexiteit van de procedures en de kortere beroepstermijnen aan. Met de nieuwe wet zijn verschillende procedures nog ingewikkelder, zijn er kortere beroepstermijnen en ontneemt de wetgever asielzoekers in bepaalde gevallen het recht op een schorsend beroep. Hierdoor kunnen asielzoekers uitgewezen worden nog voor de rechter uitspraak heeft gedaan over hun dossier. Asielzoekers zouden dus teruggestuurd kunnen worden naar een land waar zij vervolging of vernederende en onmenselijke behandelingen riskeren.
     
  • We klagen ook aan dat het recht op privéleven dat door onze Grondwet wordt beschermd, met de nieuwe wet in het gedrang komt. Het CGVS zou in de toekomst bijvoorbeeld toegang mogen vragen tot de GSM, laptop of tablet van de asielzoeker. Een weigering kan de vraag om internationale bescherming van een asielzoeker in negatieve zin beïnvloeden. De Privacycommissie is daar terecht erg bezorgd over.
     

De nieuwe wet kadert in de bredere beleidsevolutie waarbij de toegang tot bescherming en de mensenrechten van asielzoekers en vreemdelingen steeds meer worden afgebouwd. Ze berust op de veronderstelling dat asielzoekers fraudeurs zijn of het systeem misbruiken. Als mensen op de vlucht het wantrouwen ten aanzien van hun verhaal moeten weerleggen, dreigt de nodige sereniteit en rust uit de asielprocedure te verdwijnen. Die mensen hebben na de traumatiserende ervaringen die gepaard gaan met hun vlucht nochtans nood aan een veilige omgeving om hun verhaal te doen.

Het respect voor de grondrechten van asielzoekers en vreemdelingen is voor ons allen van belang. Waar vandaag hun rechten en vrijheden worden beperkt, kunnen dat morgen die van u en mij zijn.

 

Ondertekenaars:


Reactie op set maatregelen "tegen transmigratie"

Set maatregelen "tegen transmigratie" die minister jambon en staatssecretaris francken voorleggen, komen andermaal neer op ontraden en wegjagen in plaats van doordacht beschermingsbeleid

Vluchtelingenwerk Vlaanderen, CIRÉ, Dokters van de Wereld, het Burgerplatform voor Steun aan de Vluchtelingen en Artsen Zonder Grenzen reageren op het plan dat minister Jambon en staatssecretaris Francken gisteren hebben voorgelegd:

Een goede aanpak houdt rekening met de individuele beschermingsnoden van de migranten die in ons land verblijven. We gaan om met een diverse groep migranten. Het gaat vaak om zeer kwetsbare personen zoals minderjarigen, alleenstaande vrouwen –al dan niet met kinderen–, zwaar getraumatiseerde mensen en zoals de staatssecretaris zelf zegt: slachtoffers van mensensmokkel.

Het voorgestelde pakket maatregelen gaat volledig voorbij aan die diversiteit en negeert de noodzakelijke omkadering waar mensen op de vlucht en (potentiële) slachtoffers van mensensmokkel recht op hebben. De maatregelen zorgen niet voor een oplossing maar dragen integendeel bij aan de vicieuze cirkel van angst en wantrouwen waar die mensen zich in bevinden.

Er is een alternatief: een benadering van informeren, opsporen wat de rechten zijn van elk individu en begeleiden naar een realistisch toekomstplan. Daarvoor is tijd en ruimte nodig en vooral vertrouwen.

MODEL VOOR DUURZAME OPLOSSING IS ER

Als ngo's die al maandenlang actief zijn op het terrein staan Vluchtelingenwerk Vlaanderen, CIRÉ, Dokters van de Wereld, Burgerplatform voor Steun aan de Vluchtelingen en Artsen zonder grenzen een andere aanpak voor.

In september 2017 startten wij samen met andere organisaties een humanitaire hub nabij het Maximiliaanpark en het Noordstation. Daar bieden we migranten nu al een jaar dringende medische, psychologische en sociale hulp en juridische informatie. Migranten kunnen er ook terecht voor kledij, om familieleden op te sporen of om hun GSM op te laden.

Bij elke consultatie stellen we vast dat er een blijvende en prangende nood is aan correcte, objectieve en duidelijke informatie over de mogelijkheid om internationale bescherming te verzoeken en wat je rechten zijn in die context, in België en Europa. Wij trachten in de hub zo goed mogelijk aan die informatienood tegemoet te komen. Dat betekent niet alleen dat we correcte informatie geven maar ook dat we de tijd nemen om elke migrant individueel te spreken. Elke situatie is immers anders, elk persoonlijk verhaal is anders. We werken daarbij steeds met een tolk die de taal van de migrant machtig is. Ondanks vage beloften schiet de informatieverspreiding door de overheid op het terrein zwaar tekort. We staan er als middenveld alleen voor.

Hetzelfde geldt voor de organisaties en vrijwilligers die urgente medische en psychologische zorg verstrekken of ervoor zorgen dat migranten een douche kunnen nemen of op een veilige plek kunnen uitrusten. Het leven op straat is hard en de vluchtroute vanuit het herkomstland is vaak erg moeilijk geweest. Vele migranten zijn onderweg ziek geworden, raakten gekwetst of gaan er mentaal onderdoor. Ook op dat vlak weigert de regering haar verantwoordelijkheid te nemen.

Met de humanitaire hub tonen wij dat er een werkend model bestaat voor hulpverlening op maat van de noden. Creëer een onthaal- en oriëntatiecentrum waar permanent juridische informatie wordt verleend en waar mensen in alle rust een goed geïnformeerde beslissing kunnen maken. Bied migranten een rustpunt in plaats van hen op te jagen en op te sluiten. Geef hen de mogelijkheid om hun (procedurele) situatie zelf goed te begrijpen, laat hen ontsnappen uit de cirkel van angst gecreëerd door mensensmokkelaars en in de hand gewerkt door dit beleid. Alleen zo kunnen zij volwaardige keuzes maken over hun eigen toekomst. Alleen zo kan de regering een zicht krijgen op wie ze zijn en een relevant beschermingsbeleid uitwerken.

WAT HET PAKKET MAATREGELEN JAMBON EN FRANCKEN NIET VERMELDT

Minister Jambon en staatssecretaris Francken suggereren dat mensen terugsturen naar hun herkomstland of een andere EU-lidstaat de enige optie is. Vanuit die logica zien ze detentie als noodzakelijke eerste stap.

Detentie kan in principe enkel met het oog op verwijdering en mag nooit systematisch of willekeurig zijn. De Vreemdelingenwet stelt dat detentie enkel als een laatste maatregel kan worden gebruikt, dus wanneer uit een individueel onderzoek blijkt dat geen andere, mindere verregaande alternatieven kunnen worden toegepast.

En wat met de migranten die niet kunnen verwijderd worden naar hun herkomstland? We wachten ook nog steeds op het wetsontwerp over die groep, aangekondigd in het Regeerakkoord van 2014.

Wat met de migranten die gevaar lopen in hun land van herkomst? De meesten komen ten slotte uit landen als Eritrea en Sudan. Wat met de migranten die een beschermingsstatuut hebben gekregen in Griekenland maar daar weg vluchtten omdat mensensmokkelaars hen bedreigden in de vluchtelingenkampen waar ze moesten verblijven? Wat met de migrant die medische problemen heeft maar niet weet dat hij onder de Dublinverordening een hereniging met zijn broer in Duitsland kan aanvragen? Is een gesprek met hen niet noodzakelijk om een doordacht (Europees) beschermingsbeleid te voeren?

Hoe leg je de wegen van mensensmokkelaars bloot zonder ervoor te zorgen dat hun slachtoffers onze autoriteiten wantrouwen? Waarom horen we in dit plan niets over het informeren van migranten over hun recht op bescherming (bijvoorbeeld als slachtoffer van mensensmokkel)? Hoe zal je hen werkelijk beschermen? Hoe doorbreekt een detentiebeleid dat angst en wantrouwen zaait de vicieuze cirkel van afhankelijkheid van mensensmokkelaars?

'De transmigrant' bestaat niet. Detentie is nooit de oplossing.