Nieuws

Miljoenen mensen op de vlucht voor de oorlog in Somalië

Steun nu

In Somalië woedt al bijna 30 jaar een verwoestende burgeroorlog die maar niet tot een einde lijkt te komen. Het hele land ligt in puin en de bevolking wordt nog altijd geteisterd door geweld en terreur van groeperingen als Al-Shabaab.

In het één-programma 'Tussen oorlog en leven' reizen acteurs Katrien De Ruysscher en Geert Van Rampelberg naar Somalië en bezoeken er onder andere 1 van de ongeveer 2000 vluchtelingenkampen. Hier kan je die aflevering herbekijken.

Naar schatting 2,6 miljoen Somaliërs zijn in eigen land op de vlucht en meer dan 800 000 zijn gevlucht naar het buitenland. Ook in België zien we Somalië al verschillende jaren terugkomen in de top 10 herkomstlanden van asielaanvragen. In 2019 vroegen 945 Somaliërs asiel aan in België.

Vluchtelingenwerk Vlaanderen zet zich in voor alle mensen op de vlucht in België. Zo staan onze vrijwilligers iedere ochtend aan het aanmeldcentrum van de Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil, het Klein Kasteeltje in Brussel. Daar schuiven mensen aan om die dag asiel en bescherming aan te vragen. We geven basisinformatie over de asielprocedure in vele talen en antwoorden op vragen.

Steun nu Vluchtelingenwerk en kom op voor mensen op de vlucht.

Federale regering weigert opvang aan bepaalde groep asielzoekers

De minister van Asiel en Migratie, Maggie De Block, maakte vorige week bekend dat bepaalde categorieën asielzoekers geen opvang meer krijgen vanaf vandaag. Nochtans is ons land bij wet verplicht mensen die asiel aanvragen op te vangen tijdens hun asielprocedure.

'De daklozenopvang in Brussel zit overvol. Dat betekent dat deze mensen nu moeten overleven op straat en daar ook hun procedure doorlopen. Een regering die een zelfgecreëerde opvangcrisis probeert op te lossen door doelbewust asielzoekers op straat aan hun lot over te laten is moreel laakbaar en handelt in strijd met het Belgisch en Europees recht. Dat terwijl er wél andere, menselijke, oplossingen zijn om de crisis in de opvang van asielzoekers aan te pakken,’ zegt Eef Heylighen, woordvoerder van Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

Twee categorieën asielzoekers op straat

Het kabinet besliste dat mensen wiens Dublinbeslissing niet langer geldt, omdat de Belgische asielinstanties de procedure te lang lieten aanslepen, en mensen die al erkend zijn als vluchteling of subsidiaire bescherming hebben in een ander EU-land, geen opvang meer krijgen. Hoelang deze maatregel zal gelden, is niet duidelijk.  

Slechte leefomstandigheden in landen aan de grens

Mensen die vallen onder de Dublin-regeling moeten vaak terug naar het eerste land waar ze de Europese Unie binnenkwamen, of waar ze asiel aanvroegen. ‘België kan wel beslissen om de asielaanvraag toch zelf te behandelen maar dat wil ons land niet. Omdat heel wat asielzoekers via Griekenland of Italië in de EU arriveerden moeten ze naar deze landen terug. Daar zijn de omstandigheden heel slecht voor hen: de hygiëne laat er te wensen over, de asielprocedure is gebrekkig en er is niet altijd toegang tot juridische bijstand.  De andere landen van de EU zijn niet solidair en weigeren mensen op de vlucht over te nemen van de lidstaten aan de grenzen van de EU,' zegt Eef Heylighen.

'Wanneer België de asielzoekers die ze omwille van de Dublinverordening weigerden niet binnen de zes maanden overbrengt naar de bevoegde lidstaat, wordt België zélf verantwoordelijk om de asielprocedure te doen. Voor die verzoekers moet België het dossier dus terug zelf openen en behandelen. Deze mensen zijn nu één van de categorieën die Fedasil, de overheidsdienst voor de opvang van asielzoekers, niet meer mag opvangen. Bijgevolg moeten ze zelf op straat overleven,’ zegt Eef Heylighen.

In strijd met het recht op opvang

‘De erbarmelijke omstandigheden in de landen aan de grens is ook de reden waarom de tweede categorie mensen die geen opvang meer krijgen, mensen die al erkend zijn in een ander EU land, toch hier asiel aanvragen. Ook zij worden nu aan hun lot overgelaten op straat,’ voegt Eef Heylighen toe.

Nochtans kunnen mensen die al in een Europese lidstaat een beschermingsstatus hebben gekregen nog steeds asiel aanvragen in België. De Belgische vreemdelingenwet bepaalt dat het commissariaat hun aanvraag via een ontvankelijkheidsprocedure kan behandelen en sneller. Doorgaans zal de asieldienst geen nieuwe status geven in België.

'Tenzij de verzoeker bijvoorbeeld kan aantonen dat de levensomstandigheden in de andere lidstaat een onmenselijke en vernederende behandeling zou uitmaken dat in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het gaat dus om een hoge drempel. Maar toch komt het voor dat mensen die al een beschermingsstatus in een andere lidstaat hebben toch opnieuw bescherming krijgen in België. Zo konden bijvoorbeeld kwetsbare families, waarvan familieleden een medische problematiek hadden, en reeds in Griekenland een beschermingsstatus hebben, toch nog een beschermingsstatus krijgen in België. Gedurende dat onderzoek hebben ze recht op opvang. Hen uitsluiten is in strijd met dat recht,' zegt Eef Heylighen. 

Geen wettelijke basis

Fedasil, de overheidsdienst voor de opvang van asielzoekers, mag enkel in de wettelijk omschreven gevallen de opvang beperken. Voor de groepen die Minister De Block nu wil uitsluiten is er geen wettelijke basis.

Het Europees Hof van Justitie benadrukte bovendien recent nog dat Fedasil verplicht is om verzoekers om internationale bescherming steeds een menswaardige levensstandaard te garanderen. Het Hof zei dat Fedasil er moet op toezien dat asielzoekers niet in een toestand van zeer verregaande materiële behoeftigheid terechtkomen, waardoor ze niet in staat zijn om te voorzien in de meest elementaire behoeften zoals wonen, eten, zich kleden en zich wassen.

Menselijke oplossingen opvangcrisis

De voorbije maanden gaf Fedasil , al herhaaldelijk aan dat de druk op het opvangnetwerk steeds hoger werd. Een nieuwe opvangcrisis was in de maak. ‘Deze crisis is niet alleen te wijten aan een toename van het aantal asielaanvragen in België maar vooral ook aan een langere asielprocedure, een gebrek aan personeel, én omwille van een ondoordacht op- en afbouwbeleid in de opvang dat de regering al jaren hanteert. Vandaag zijn de gevolgen voelbaar: weer mensen op straat,’ zegt Eef Heylighen. 

Wat stelt Vluchtelingenwerk voor?

  • Een flexibel opvangmodel dat rekening houdt met een fluctuerende aankomst van asielzoekers.
  • Overheid moet een jojo-effect in de opvang vermijden.  
  • Gebruik maken van andere wettelijke mogelijkheden om de druk op het opvangnetwerk te verlichten. Zoals een snellere, maar nog steeds kwalitatieve, asielprocedure, en indien nodig maatschappelijk dienstverlening via de OCMW’s te voorzien wanneer materiële opvang niet mogelijk is.
  • Meer middelen voor de asielinstanties.

Waarom vragen mensen asiel aan als ze al erkend zijn als vluchteling

Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen maakte bekend dat onder meer Syriërs, maar ook Irakezen, Eritreeërs en Afghanen die de voorbije jaren al in een ander Europees land asiel hebben gekregen, alsnog naar België komen om hier opnieuw asiel te vragen. In juli ging het om 156 verzoekers, in augustus om 113. Maar waarom vragen mensen bij ons asiel aan als ze elders al erkend zijn als vluchteling? 

Mensen die al in een Europese lidstaat een beschermingsstatus hebben gekregen kunnen nog steeds asiel aanvragen in België. De Belgische vreemdelingenwet bepaalt dat het commissariaat hun aanvraag via een ontvankelijkheidsprocedure behandelt. Dit betekent dat het commissariaat hun aanvraag sneller behandelt.

De asieldienst zal dan nagaan of de status die zij in de andere lidstaat hebben daadwerkelijk is, zijnde actueel en voldoende. Doorgaans zal de asieldienst die persoon geen nieuwe status geven in België. Tenzij de verzoeker bijvoorbeeld kan aantonen dat de levensomstandigheden in de andere lidstaat een onmenselijke en vernederende behandeling zou uitmaken in de zin van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Het gaat dus om een hoge drempel. Zo konden bijvoorbeeld kwetsbare families, waarvan familieleden een medische problematiek hadden, en reeds in Griekenland een beschermingsstatus hebben, toch nog een beschermingsstatus krijgen in België.

Om zulke secundaire bewegingen tegen te gaan is er nood aan een geharmoniseerd Europees asielbeleid van hoge kwaliteit. Vandaag is de kwaliteit van de asielprocedure en opvang van asielzoekers te verschillend tussen de lidstaten. Ook de situatie en rechten van mensen eens ze wel een beschermingsstatus hebben lopen sterk uiteen binnen de Europese Unie.

Eens mensen een status hebben verkregen in bepaalde EU-lidstaten zoals Griekenland, Italië en Bulgarije kunnen zij terechtkomen in een slechtere situatie dan asielzoekers. Ze worden na het verkrijgen van hun beschermingsstatus vaak aan hun lot overgelaten. Het VN-Vluchtelingenverdrag en de Europese Kwalificatierichtlijn bevatten wel een aantal minimumnormen over de sociale rechten van erkende vluchtelingen, zoals toegang tot sociale zekerheid of integratieprogramma’s. Het VN-Vluchtelingenverdrag stelt ook dat de verdragsstaten vluchtelingen  op dezelfde wijze moeten behandelen als nationale onderdanen. Maar zelfs al zouden er gelijke rechten op papier zijn, dan is dat nog niet zo in de praktijk.

Aangezien vluchtelingen en mensen met een beschermingsstatus vaak nog niet of niet voldoende de taal spreken, of er geen aangepaste integratieprogramma’s zijn, kan het voor hen bijzonder moeilijk zijn om in hun levensonderhoud te voorzien. Bovendien hebben vluchtelingen een beperkter sociaal netwerk dan nationale onderdanen, waardoor ze moeilijker kunnen wegraken uit mensonwaardige omstandigheden. Uitbuiting op de arbeidsmarkt en discriminatie komen vaker bij deze mensen.[1] Een individueel onderzoek blijft dan ook steeds noodzakelijk.

Maar ook beleidsniveau moeten de EU-lidstaten aangemoedigd worden om goede integratieprogramma’s en ondersteuning te bieden, en daarvoor ook de nodige middelen krijgen.

Één manier om deze secundaire bewegingen aan te pakken is de mogelijkheid voor begunstigden van internationale bescherming om zich na erkenning makkelijker in de EU te kunnen verplaatsen, net zoals EU-burgers dat kunnen. Eens asielzoekers een beschermingsstatus hebben verkregen moeten ze de mogelijkheid hebben om naar een andere lidstaat te verhuizen als ze daar bijvoorbeeld een economische activiteit kunnen uitoefenen. Dat kan bijvoorbeeld door het vrij verkeer van begunstigden van internationale bescherming te bewerkstelligen, of door hen sneller en makkelijker het statuut van langdurig ingezetene toe te kennen. Dat veronderstelt dat de beschermingsstatus verkregen in één lidstaat, ook wordt erkend in andere lidstaten.[2]

Op onze juridische helpdesk krijgen wij meermaals de vraag van Belgische werkgevers, die mensen die elders al een beschermingsstatus hebben, te werk willen stellen maar op juridische obstakels botsen omdat de status niet wordt erkend door België. Op Europees niveau een regeling uitwerken kan dus voor iedereen een meerwaarde zijn.

Als we van migratie een succesverhaal willen maken, dan moeten de mensen ook de kans krijgen om zich ook daadwerkelijk te integreren op een plaats waar ze een economische meerwaarde kunnen realiseren.                         


[1] Rafael Baroch en Oscar Lemmens, Interstatelijk vertrouwensbeginsel en niet-ontvankelijkheidsverklaring: Statushouders zonder bescherming, Asiel & Migrantenrecht, 2018, nr.10.

[2] Dergelijke aanbevelingen werden ook al geformuleerd in een studie aan het LIBE Committee: E.Guild, C. Costello, M. Garlick, V. Moreno-Lax, ML. Mouzourakis, New approaches, Alternative Avenues and Means of Access to Asylum Procedures for Persons seeking International Protection, Study requested by the Committee on Civil Liberties, Justice and Home Affairs, 2014; en door Amnesty International European Institutions Office, Position Paper on the proposed Dublin reform, 25 November 2016, p.4)