Nieuws

Waarom vragen mensen asiel aan als ze al erkend zijn als vluchteling

Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen maakte bekend dat onder meer Syriërs, maar ook Irakezen, Eritreeërs en Afghanen die de voorbije jaren al in een ander Europees land asiel hebben gekregen, alsnog naar België komen om hier opnieuw asiel te vragen. In juli ging het om 156 verzoekers, in augustus om 113. Maar waarom vragen mensen bij ons asiel aan als ze elders al erkend zijn als vluchteling? 

Mensen die al in een Europese lidstaat een beschermingsstatus hebben gekregen kunnen nog steeds asiel aanvragen in België. De Belgische vreemdelingenwet bepaalt dat het commissariaat hun aanvraag via een ontvankelijkheidsprocedure behandelt. Dit betekent dat het commissariaat hun aanvraag sneller behandelt.

De asieldienst zal dan nagaan of de status die zij in de andere lidstaat hebben daadwerkelijk is, zijnde actueel en voldoende. Doorgaans zal de asieldienst die persoon geen nieuwe status geven in België. Tenzij de verzoeker bijvoorbeeld kan aantonen dat de levensomstandigheden in de andere lidstaat een onmenselijke en vernederende behandeling zou uitmaken in de zin van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Het gaat dus om een hoge drempel. Zo konden bijvoorbeeld kwetsbare families, waarvan familieleden een medische problematiek hadden, en reeds in Griekenland een beschermingsstatus hebben, toch nog een beschermingsstatus krijgen in België.

Om zulke secundaire bewegingen tegen te gaan is er nood aan een geharmoniseerd Europees asielbeleid van hoge kwaliteit. Vandaag is de kwaliteit van de asielprocedure en opvang van asielzoekers te verschillend tussen de lidstaten. Ook de situatie en rechten van mensen eens ze wel een beschermingsstatus hebben lopen sterk uiteen binnen de Europese Unie.

Eens mensen een status hebben verkregen in bepaalde EU-lidstaten zoals Griekenland, Italië en Bulgarije kunnen zij terechtkomen in een slechtere situatie dan asielzoekers. Ze worden na het verkrijgen van hun beschermingsstatus vaak aan hun lot overgelaten. Het VN-Vluchtelingenverdrag en de Europese Kwalificatierichtlijn bevatten wel een aantal minimumnormen over de sociale rechten van erkende vluchtelingen, zoals toegang tot sociale zekerheid of integratieprogramma’s. Het VN-Vluchtelingenverdrag stelt ook dat de verdragsstaten vluchtelingen  op dezelfde wijze moeten behandelen als nationale onderdanen. Maar zelfs al zouden er gelijke rechten op papier zijn, dan is dat nog niet zo in de praktijk.

Aangezien vluchtelingen en mensen met een beschermingsstatus vaak nog niet of niet voldoende de taal spreken, of er geen aangepaste integratieprogramma’s zijn, kan het voor hen bijzonder moeilijk zijn om in hun levensonderhoud te voorzien. Bovendien hebben vluchtelingen een beperkter sociaal netwerk dan nationale onderdanen, waardoor ze moeilijker kunnen wegraken uit mensonwaardige omstandigheden. Uitbuiting op de arbeidsmarkt en discriminatie komen vaker bij deze mensen.[1] Een individueel onderzoek blijft dan ook steeds noodzakelijk.

Maar ook beleidsniveau moeten de EU-lidstaten aangemoedigd worden om goede integratieprogramma’s en ondersteuning te bieden, en daarvoor ook de nodige middelen krijgen.

Één manier om deze secundaire bewegingen aan te pakken is de mogelijkheid voor begunstigden van internationale bescherming om zich na erkenning makkelijker in de EU te kunnen verplaatsen, net zoals EU-burgers dat kunnen. Eens asielzoekers een beschermingsstatus hebben verkregen moeten ze de mogelijkheid hebben om naar een andere lidstaat te verhuizen als ze daar bijvoorbeeld een economische activiteit kunnen uitoefenen. Dat kan bijvoorbeeld door het vrij verkeer van begunstigden van internationale bescherming te bewerkstelligen, of door hen sneller en makkelijker het statuut van langdurig ingezetene toe te kennen. Dat veronderstelt dat de beschermingsstatus verkregen in één lidstaat, ook wordt erkend in andere lidstaten.[2]

Op onze juridische helpdesk krijgen wij meermaals de vraag van Belgische werkgevers, die mensen die elders al een beschermingsstatus hebben, te werk willen stellen maar op juridische obstakels botsen omdat de status niet wordt erkend door België. Op Europees niveau een regeling uitwerken kan dus voor iedereen een meerwaarde zijn.

Als we van migratie een succesverhaal willen maken, dan moeten de mensen ook de kans krijgen om zich ook daadwerkelijk te integreren op een plaats waar ze een economische meerwaarde kunnen realiseren.                         


[1] Rafael Baroch en Oscar Lemmens, Interstatelijk vertrouwensbeginsel en niet-ontvankelijkheidsverklaring: Statushouders zonder bescherming, Asiel & Migrantenrecht, 2018, nr.10.

[2] Dergelijke aanbevelingen werden ook al geformuleerd in een studie aan het LIBE Committee: E.Guild, C. Costello, M. Garlick, V. Moreno-Lax, ML. Mouzourakis, New approaches, Alternative Avenues and Means of Access to Asylum Procedures for Persons seeking International Protection, Study requested by the Committee on Civil Liberties, Justice and Home Affairs, 2014; en door Amnesty International European Institutions Office, Position Paper on the proposed Dublin reform, 25 November 2016, p.4)

Grondwettelijk Hof interpreteert ‘Deportatiewet’ en stelt prejudiciële vragen aan het EU Hof van Justitie

Het Grondwettelijk Hof deed op 18 juli 2019 uitspraak over de wet die de uitwijzing van vreemdelingen omwille van openbare orde regelt. Het Grondwettelijk Hof interpreteert de wet op een manier die een lichtzinnige toepassing ervan niet langer mogelijk maakt, maar laat de essentie van de wet wel nog intact. Daarnaast stelde het Hof ook twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

In het begin van 2017 werd de Vreemdelingenwet aangepast door een wetswijziging die later de bijnaam “deportatiewet” kreeg. Volgens de officiële titel is het doel van de wet om de openbare orde te beschermen en de nationale veiligheid te versterken. Uit de praktijk blijkt echter dat bij de toepassing ervan vooral de principes van de rechtsstaat ondergraven worden: het gelijkheidsbeginsel, het vermoeden van onschuld, het recht op toegang tot de rechter….

De wet maakt het onder meer mogelijk om legaal verblijvende vreemdelingen een bevel te geven om het grondgebied te verlaten, zelfs als ze in België geboren zijn of hier al heel lang wonen. De Dienst Vreemdelingenzaken moet hiervoor (ernstige of dwingende) redenen van openbare orde of nationale veiligheid inroepen, begrippen die nergens gedefinieerd staan. Een strafrechtelijke veroordeling is niet nodig, en het automatisch schorsende effect van een beroep tegen een beëindiging van verblijf geldt in bepaalde gevallen niet meer.

In een open brief die onze organisatie intussen meer dan twee jaar geleden mee ondertekende werd aangeklaagd dat de zogenaamde deportatiewet de willekeur institutionaliseert en van alle vreemdelingen tweederangsburgers maakt, die bij een fout niet alleen bestraft, maar bijkomend ook verbannen kunnen worden.

Samen met ADDE, Ligue des Droits de l’Homme en CIRE dienden Vluchtelingenwerk Vlaanderen tegen deze wet beroep in bij het Grondwettelijk Hof. Daarover sprak het Hof zich op 18 juli uit.

Uitspraak

Het Hof beperkt in haar arrest de mogelijkheid om het verblijfsrecht van vreemdelingen te beëindigen voor openbare orde. Zo laat het Grondwettelijk Hof niet toe dat iemand wordt verwijderd, zonder dat men een recente analyse doet naar de risico’s in geval van terugkeer. Dit moet ook gebeuren als men een persoon de binnenkomst in het land wil weigeren. Ook daar zullen steeds de grondrechten moeten worden gerespecteerd en zal de persoon in kwestie steeds gehoord moeten worden.

Een beëindiging van verblijf voor openbare orde mag van het Grondwettelijk Hof nooit gebeuren op grond van louter vermoedens, wat de letterlijke tekst wel toelaat, maar moet steeds gebaseerd zijn op bewezen en objectiveerbare feiten.

Het Grondwettelijk Hof zegt op verschillende plaatsen dat de beslissing tot beëindiging van verblijf de evenredigheid moet onderzoeken ten aanzien van het hoger belang van de minderjarige kinderen van de betrokkene. Tot nu toe was het hoger belang van het kind, hoewel grondwettelijk verankerd, volgens de Belgische Staat niet van toepassing in vreemdelingenrecht.

Ten slotte worden de regels in verband met het inreisverbod verduidelijkt: dit mag geen automatisme zijn en moet steeds concreet gemotiveerd worden. De procedure om opheffing van het inreisverbod te vragen, wordt geïnterpreteerd door het Hof. Een antwoord moet komen binnen de zes maanden.

Het Grondwettelijk Hof stelt daarnaast ook twee prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie, en wil weten of de wet een correcte omzetting is van het Europees recht. Zo vraag het Hof of er wel preventieve maatregelen om onderduiken tegen te gaan mogen worden genomen ten aanzien van EU onderdanen en hun familieleden. Ook vraagt het of de bepalingen in verband met opsluiting van EU onderdanen en hun familieleden wel conform zijn.

Dit langverwachte arrest laat de wet grotendeels intact, maar interpreteert de tekst op een manier die een al te lichtzinnige toepassing ervan niet langer mogelijk maakt. Het is nog wachten op de uitspraak van het Hof van Justitie over de prejudiciële vragen.

Mensen sterven aan onze grenzen

Vandaag hebben mensen op de vlucht zo goed als geen veilige en legale manier om naar Europa en België te komen. Daarom wagen ze hun leven in gammele bootjes of langs andere gevaarlijke vluchtroutes over land.

Wij zien het vluchtelingenbeleid van de EU steeds verder ontmenselijken. Door het opschorten van de operatie Sophia zal de Middellandse Zee enkel nog vanuit de lucht worden gemonitord, en zal Europa toekijken terwijl mensen verdrinken. Schepen die op zee patrouilleerden en, volgens internationaal zeerecht, schipbreukelingen aan boord moeten nemen, worden niet langer ingezet. 

Wel blijft de EU steun bieden aan de Libische kustwacht, ondanks het stijgend aantal getuigenissen over de afschuwelijke situatie waarin vluchtelingen terechtkomen wanneer ze terug naar Libië worden gevoerd.

Kies op 26 mei met ons voor een echt asielbeleid dat mensen voorop zet.

Lees hier onze voorstellen