Nieuws

Grondwettelijk Hof interpreteert ‘Deportatiewet’ en stelt prejudiciële vragen aan het EU Hof van Justitie

Het Grondwettelijk Hof deed op 18 juli 2019 uitspraak over de wet die de uitwijzing van vreemdelingen omwille van openbare orde regelt. Het Grondwettelijk Hof interpreteert de wet op een manier die een lichtzinnige toepassing ervan niet langer mogelijk maakt, maar laat de essentie van de wet wel nog intact. Daarnaast stelde het Hof ook twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

In het begin van 2017 werd de Vreemdelingenwet aangepast door een wetswijziging die later de bijnaam “deportatiewet” kreeg. Volgens de officiële titel is het doel van de wet om de openbare orde te beschermen en de nationale veiligheid te versterken. Uit de praktijk blijkt echter dat bij de toepassing ervan vooral de principes van de rechtsstaat ondergraven worden: het gelijkheidsbeginsel, het vermoeden van onschuld, het recht op toegang tot de rechter….

De wet maakt het onder meer mogelijk om legaal verblijvende vreemdelingen een bevel te geven om het grondgebied te verlaten, zelfs als ze in België geboren zijn of hier al heel lang wonen. De Dienst Vreemdelingenzaken moet hiervoor (ernstige of dwingende) redenen van openbare orde of nationale veiligheid inroepen, begrippen die nergens gedefinieerd staan. Een strafrechtelijke veroordeling is niet nodig, en het automatisch schorsende effect van een beroep tegen een beëindiging van verblijf geldt in bepaalde gevallen niet meer.

In een open brief die onze organisatie intussen meer dan twee jaar geleden mee ondertekende werd aangeklaagd dat de zogenaamde deportatiewet de willekeur institutionaliseert en van alle vreemdelingen tweederangsburgers maakt, die bij een fout niet alleen bestraft, maar bijkomend ook verbannen kunnen worden.

Samen met ADDE, Ligue des Droits de l’Homme en CIRE dienden Vluchtelingenwerk Vlaanderen tegen deze wet beroep in bij het Grondwettelijk Hof. Daarover sprak het Hof zich op 18 juli uit.

Uitspraak

Het Hof beperkt in haar arrest de mogelijkheid om het verblijfsrecht van vreemdelingen te beëindigen voor openbare orde. Zo laat het Grondwettelijk Hof niet toe dat iemand wordt verwijderd, zonder dat men een recente analyse doet naar de risico’s in geval van terugkeer. Dit moet ook gebeuren als men een persoon de binnenkomst in het land wil weigeren. Ook daar zullen steeds de grondrechten moeten worden gerespecteerd en zal de persoon in kwestie steeds gehoord moeten worden.

Een beëindiging van verblijf voor openbare orde mag van het Grondwettelijk Hof nooit gebeuren op grond van louter vermoedens, wat de letterlijke tekst wel toelaat, maar moet steeds gebaseerd zijn op bewezen en objectiveerbare feiten.

Het Grondwettelijk Hof zegt op verschillende plaatsen dat de beslissing tot beëindiging van verblijf de evenredigheid moet onderzoeken ten aanzien van het hoger belang van de minderjarige kinderen van de betrokkene. Tot nu toe was het hoger belang van het kind, hoewel grondwettelijk verankerd, volgens de Belgische Staat niet van toepassing in vreemdelingenrecht.

Ten slotte worden de regels in verband met het inreisverbod verduidelijkt: dit mag geen automatisme zijn en moet steeds concreet gemotiveerd worden. De procedure om opheffing van het inreisverbod te vragen, wordt geïnterpreteerd door het Hof. Een antwoord moet komen binnen de zes maanden.

Het Grondwettelijk Hof stelt daarnaast ook twee prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie, en wil weten of de wet een correcte omzetting is van het Europees recht. Zo vraag het Hof of er wel preventieve maatregelen om onderduiken tegen te gaan mogen worden genomen ten aanzien van EU onderdanen en hun familieleden. Ook vraagt het of de bepalingen in verband met opsluiting van EU onderdanen en hun familieleden wel conform zijn.

Dit langverwachte arrest laat de wet grotendeels intact, maar interpreteert de tekst op een manier die een al te lichtzinnige toepassing ervan niet langer mogelijk maakt. Het is nog wachten op de uitspraak van het Hof van Justitie over de prejudiciële vragen.

Tussentijds verslag commissie Bossuyt weinig kritisch voor overheid

Vandaag stelde de commissie Bossuyt haar tussentijds verslag i.v.m. de evaluatie van het terugkeerbeleid van ons land voor. Het verslag blijkt een onevenwichtige denkoefening die grondige kritiek van experts op het terrein en vragen van belangrijke instellingen als de VN onvoldoende ernstig neemt. 'De commissie vindt het oké dat kinderen opgesloten worden en wuift elk experten verslag over mogelijke schade aan deze kinderen weg. Ook andere kwetsbare mensen zoals asielzoekers horen niet thuis in detentie en ons land zou op zoek moeten gaan naar alternatieven. Dit is dus zeer teleurstellend,' zegt onze directeur Charlotte Van Dycke. 'Wij vragen nu dat wij en andere experts op het veld dringend actief betrokken worden in dit proces en dat er een permanente commissie wordt opgericht die jaarlijks het terugkeerbeleid doorlicht.'

In maart 2018 werd een tijdelijke commissie opgericht onder de leiding van Marc Bossuyt. Deze commissie moest het terugkeerbeleid van ons land evalueren. De commissie werd in het leven geroepen nadat ons land gevluchte Soedanezen had teruggestuurd naar Soedan zonder te onderzoeken of het daar wel veilig was voor hen. 

Klik hier voor de nota met aandachtspunten die wij in maart 2018 verstuurden naar de commissie.

Een kind sluit je niet op. Punt

Ter gelegenheid van de kinderrechtendag lanceren de organisaties achter de campagne 'Een kind sluit je niet op. Punt.' vandaag een grote posteractie. Tienduizenden affiches worden uitgedeeld in scholen, speelgoedwinkels, metrostations en winkelcentra.

Het doel van de actie: mensen te informeren en te sensibiliseren over detentie van kinderen, en hen vragen om de petitie van de campagne te tekenen. Deze petitie roept de regering nogmaals op een einde te maken aan detentie van kinderen, en een verbod hierop in te voeren in de wet.

Detentie van kinderen voor migratieredenen druist altijd in tegen het hoger belang van het kind, en altijd hun rechten schendt. De VN-Special Rapporteur voor foltering stelt dat detentie onherstelbare schade aanricht en vergeleken kan worden met foltering of een andere vorm van wrede, onmenselijke en vernederende behandeling.

'Detentie van kinderen voor migratieredenen mag nooit een optie zijn. Er bestaan alternatieven, in België en in het buitenland. Deze houden beter rekening met kinderrechten, kosten minder en zijn bovendien doeltreffender. Wat we nog missen is een echt engagement van de regering om in te zetten op de alternatieven'.

De petitie, die op korte tijd al duizenden handtekeningen heeft kunnen verzamelen, staat op de website van de campagne “Een kind sluit je niet op. Punt.”:www.eenkindsluitjenietop.be.