Nieuws

Middenveld vragende partij om gehoord te worden door de Evaluatiecommissie voor het terugkeerbeleid

De overheid heeft een evaluatiecommissie aangesteld voor het terugkeerbeleid in België. Die kwam op 9 maart 2018 een eerste keer bijeen. Samen met andere mensenrechtenorganisaties onderschrijft Vluchtelingenwerk Vlaanderen het belang van een evaluatiecommissie. We hopen dat de overheid een antwoord wil formuleren op een bekommernis die al lange tijd bestaat en we willen dat het Belgische terugkeerbeleid steeds in overeenstemming is met de mensenrechten.

In een interview met De Standaard meldde de voorzitter van de evaluatiecommissie, prof. dr. em. Marc Bossuyt, dat de evaluatiecommissie naar het middenveld zal luisteren. Als experten mensenrechten gaan we daar graag op in. We schreven een brief aan de commissievoorzitter met de vraag om spoedig te overleggen. Onze lange ervaring op het terrein is immers een onontbeerlijk element in deze langverwachte evaluatie. 

 
De brief aan de voorzitter van de evaluatiecommissie is ondertekend door: 

  • Vluchtelingenwerk Vlaanderen
  • CIRÉ
  • Jesuit Refugee Service Belgium
  • Nansen vzw
  • Amnesty België
  • Liga voor Mensenrechten
  • La Ligue des Droits de l’Homme
  • CNCD-11.11.11
  • ADDE
  • 11.11.11.
  • Platform kinderen op de vlucht

 

Albanië terecht label veilig land?

De regering stelt jaarlijks een lijst op van veilige landen van herkomst. De Raad van State oordeelde recent (op 20 februari) dat Albanië in 2016 terecht aan de lijst is toegevoegd. In het verleden besliste de raad nochtans tot vier maal toe dat Albanië van de lijst geschrapt moest worden. Ook Georgië, dat in 2016 op de lijst kwam ondanks een negatief advies van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS), ziet de Raad van State geen problemen.

Vluchtelingenwerk Vlaanderen betreurt deze uitspraak. Naar onze mening is er nog steeds een belangrijk aantal Albanese asielzoekers die bewijzen het slachtoffer van vervolging te zijn. In Georgië liggen er nog bevroren conflictgebieden waar de situatie in een mum van tijd opnieuw gevaarlijk kan worden. Het concept veilig lang dient volgens ons niet om een goede beoordeling van asielaanvragen te verzekeren maar is in de eerste plaats ingegeven door ontrading. Het maakt de bewijslast groter voor asielzoekers en veroorzaakt een snellere afhandeling van hun dossier.

Hoe komt de lijst veilige landen tot stand?

Door de omzetting van een Europese richtlijn kan de Belgische overheid sinds 2012 landen aanduiden die zij beschouwt als veilige landen van herkomst. Asielzoekers uit die landen doorlopen een snellere asielprocedure en dragen zelf een grotere bewijslast. De lijst is dan ook ontradend bedoeld. Minstens één keer per jaar moet de overheid een geactualiseerde lijst opstellen per Koninklijk Besluit (KB). Op dit moment staan deze landen op de lijst: Albanië, Bosnië-Herzegovina, Georgië, India, Kosovo, Macedonië (voluit: Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië), Montenegro en Servië. Voorafgaand aan zo'n KB levert CGVS een advies; het staat de regering vrij hier tegenin te gaan. Eventuele controle achteraf gebeurt door de Raad van State.

Al sinds 2012 zet de overheid Albanië op de lijst van veilige landen van herkomst. In 2012, 2013, 2014 én 2015 vernietigde de Raad van State het KB op dat punt, omdat het aantal positieve asielbeslissingen voor Albanië te hoog lag om van een veilig land te kunnen spreken. Toch werd Albanië opnieuw opgenomen in het KB van 3 augustus 2016. De regering voegde op dat moment trouwens ook Georgië toe. Tegen dat KB tekenden de Association pour le Droit des Étrangers (ADDE), CIRÉ en Ligue des droits de l’Homme beroep aan bij de Raad van State. Enkele dagen geleden publiceerde de Raad van State zijn oordeel over het KB van 2016. De raad schaart zich deze keer wel achter het KB, ook voor Albanië. Daarbij verwijst de raad naar een daling van de erkenningsgraad voor asielzoekers uit Albanië in de loop van de jaren (van 11,4% positieve beslissingen in 2012, 13,7% in 2013, 12,9% in 2014 naar 8,3% in 2015) en de inschatting dat het aantal gevallen van eerwraak en vendetta is verminderd. Toch is Albanië in de top 10 blijven staan van de landen van herkomst van asielzoekers. Het beschermingspercentage is inderdaad gedaald, in 2017 zelfs tot 5.1 %, maar in absolute cijfers blijft de beschermingsnood substantieel. Per jaar noteren we nog altijd meer dan 50 personen uit Albanië die asiel krijgen. Over Georgië bevestigt de Raad van State het oordeel van de Belgische overheid dat de onzekerheid na een regimewissel geen reden is om het land te weren uit de lijst veilige landen van herkomst.

Wat is het standpunt van Vluchtelingenwerk Vlaanderen over de lijst veilige landen?

Vluchtelingenwerk Vlaanderen verzet zich van bij de aanvang tegen het concept van de lijst veilige landen van herkomst. Die lijst is geen instrument voor een correcte verwerking van asielaanvragen, maar om mensen op de vlucht te ontraden om asiel aan te vragen. We achten het bovendien onmogelijk om de veiligheid van een bepaald land op algemene wijze te evalueren. Sommige asielzoekers uit zogenaamd veilige landen zijn slachtoffers van herhaalde discriminatie, vervolging en schending van hun mensenrechten. In een land als Georgië liggen bevroren conflictgebieden (zoals Abchazië en Zuid-Ossetië) waar de situatie snel opnieuw onveilig kan worden.

Samen met meer dan 90 ngo's verenigd in de European Council on Refugees and Exiles (ECRE) volgen we ook de werkzaamheden van de Europese Commissie, die de opmaak van een Europese lijst van veilige landen van herkomst voorbereidt. ECRE heeft er een duidelijk standpunt over. Het concept van veilige landen botst volgens ECRE met de geest van het Vluchtelingenverdrag, dat mensen beschermt wanneer ze om individuele redenen gevaar lopen in hun land van herkomst. De concrete uitwerking van een Europese lijst van veilige landen van herkomst, zo waarschuwt ECRE, dreigt een 'race to the bottom' te worden. De soepelste evaluatie van veiligheid neemt daarbij de overhand. Dat blijkt ook uit de voorlopige Europese lijst. Daarop staan niet alleen de Balkanlanden die je al op de Belgische lijst zag staan, maar ook Turkije. Dat het Turkse regime zeer regelmatig de rechten schendt van journalisten, academici, magistraten en van zijn Koerdische inwoners vormt blijkbaar geen bezwaar. Dat Turkije een loopje neemt met de rechten van migranten die vanuit Europa zijn teruggestuurd, al evenmin. Hier vindt je het volledige ECRE-standpunt over veilige landen. Het dateert van 2015 maar blijft actueel.

Gezocht: regering met respect voor mensenrechten

PERSBERICHT

 
De vrees van enkele ngo’s over de gevolgen van de samenwerking van België met de Soedanese veiligheidsdiensten is jammer genoeg terecht gebleken. Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Amnesty International, 11.11.11 en de Liga voor Mensenrechten eisen dan ook dat de regering en staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken hun verantwoordelijkheid opnemen en de fundamenten van onze rechtsstaat respecteren. Zij verwachten een ernstig debat deze middag in de Kamer. 
 

DEBAT GEDWONGEN TERUGKEER SOEDAN WELKE ELEMENTEN ZIJN VAN BELANG?

Artikel 3 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, het verbod op foltering en onmenselijke en vernederende behandeling, is een absoluut recht. Het is altijd van toepassing, uitzonderingen zijn niet toegestaan. Het speelt een sleutelrol in het terugkeerbeleid. Een overheid mag dus nooit iemand terugsturen naar een land waar die persoon een reëel risico loopt op foltering of andere mishandeling. Of iemand asiel aanvraagt, is daarbij niet van belang. Of effectief foltering of mishandeling plaatsvindt, evenmin. Iemand aan de mogelijkheid blootstellen, volstaat om het folterverbod te schenden.

Dat veronderstelt een grondig onderzoek naar het risico op foltering bij terugkeer. De overheid moet dus uitsluiten dat er een reëel risico op foltering bestaat. Het is niet aan de betrokkene om aan te tonen dat hij bij terugkeer gefolterd zal worden. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben de nationale autoriteiten de plicht om uit eigen beweging alle beschikbare informatie te beoordelen vooraleer een beslissing te nemen over een uitwijzing. Die informatie kan bestaan uit internationale rapporten en getuigenissen.

Ondanks vele debatten daarover in het Federaal Parlement is het nog steeds niet duidelijk hoe het onderzoek naar eventuele mensenrechtenschendingen in een land als Soedan dan gebeurt. Zo stelde de staatssecretaris dat mensen asiel zouden moeten aanvragen, willen zij een risico op foltering uitsluiten. De directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken, daarentegen, verklaarde dat de Dienst Vreemdelingenzaken die toetsing altijd uitvoert bij uitwijzingen, zij het summier.

Wij betwijfelen of zo'n summier onderzoek voldoende waarborgen biedt. Er waren in dit geval immers verschillende bronnen beschikbaar die wezen op het reële risico op foltering, waaronder getuigenissen in internationale rapporten. Bovendien beschikt de staatssecretaris sinds eind oktober over informatie van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, die eveneens bevestigt dat Soedanezen afkomstig uit bepaalde regio's een reëel risico lopen op foltering. De overheid had dus een grondiger onderzoek kunnen en moeten voeren naar het profiel van de aangehouden Soedanezen.

De getuigenissen over gefolterde of mishandelde Soedanezen die eind december in de media verschenen, baren ons ernstige zorgen. De overheid voerde in haar dossiers geen grondig onderzoek en kwam daardoor haar internationale verplichtingen niet na. Bovendien stelde onze overheid met de identificatiemissies Soedanese mensen bloot aan hun overheid, hun potentiële vervolgers. De staatssecretaris gaf in het parlement toe dat er wel een ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken aanwezig was bij die identificatie, maar dat hij – bij gebrek aan een tolk – niet kon verstaan wat er werd gezegd. De overheid stelt mensen bloot aan een regime dat bekendstaat om zijn totale gebrek aan respect voor de mensenrechten, maar neemt niet de nodige maatregelen om adequaat te kunnen toezien op die identificatiemissie. Dat is een ernstig falen.

Wij zijn tevreden dat alle repatriëringen naar Soedan voorlopig geschorst zijn. Maar daar mag het niet bij blijven. Wij eisen dat onze regering en de staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken hun verantwoordelijkheid opnemen en de fundamenten van onze rechtsstaat respecteren. Daarom vragen wij dat onze regering: 

  • uiterste voorzichtigheid aan de dag legt bij samenwerking met autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen en de nodige controle behoudt over een eventuele samenwerking;
  • in het geval van uitwijzing - ook buiten de asielprocedure - plaatsmaakt voor een grondige toetsing van de regionale context aan de fundamentele mensenrechten;
  • alle mensen in administratieve detentie die momenteel niet kunnen worden verwijderd, vrijlaat. Een persoon die niet kan worden teruggestuurd mag volgens het internationaal recht niet opgesloten blijven.

 
Ondertekenaars:
Amnesty International | 11.11.11 | Liga voor Mensenrechten | Vluchtelingenwerk Vlaanderen