Nieuws

Vluchtelingenwerk breidt hulp aan mensen op de vlucht uit

Vandaag is het exact 1 jaar geleden dat Vluchtelingenwerk begon met haar Startpunt-werking aan het Klein Kasteeltje. Daar informeren we ​'s ochtends mensen in de rij die asiel aanvragen over de asielprocedure, wat hen te wachten staat en zijn we een luisterend oor voor deze kwetsbare mensen. ​Op namiddagen (nvdr: niet alle namiddagen) staan we aan de deur waar mensen buiten komen die geen opvang krijgen. We maken hen kort wegwijs waar ze terecht kunnen. 

Vorig jaar verhuisden de asielinstanties. Daardoor konden wij asielzoekers op de eerste dag van hun aankomst niet meer onthalen tijdens de middag in onze Startpunt-locatie dat zich dichtbij het oude adres van de asielinstanties bevond. 

Vluchtelingenwerk besloot haar werking om te gooien en ’s morgens mensen te onthalen in de rij aan het Klein Kasteeltje waar mensen op de vlucht sinds de verhuis asiel konden aanvragen. Vervolgens voegden we daar namiddagen aan toe voor wie uit het opvangnetwerk valt en deden we verder met monitoring en informatie in het Maximiliaanpark. Maar dat was niet ideaal. Mensen zijn niet ontvankelijk voor informatie als ze op zoek zijn naar een plaats voor de nacht...

Vanaf morgen breien we daar een vervolg aan: mensen op de vlucht die buiten het opvangnetwerk vallen, zoals mensen uit het Maximiliaanpark, asielzoekers vanaf een tweede asielaanvraag ... , ​kunnen we elke woensdag verwelkomen in onze Startpuntlocatie. We willen mensen een warme plek geven om uit te rusten, op te warmen, een theetje te drinken … We geven er ook basisinformatie over asiel. Om deze uitbreiding mogelijk te maken kunnen we jouw hulp goed gebruiken. Wil je ons steunen met een gift? 

Ja, ik steun!

Dit wordt mee mogelijk gemaakt met de steun van het stadsbestuur van Brussel in het kader van het stadsvernieuwingscontract Citroën Vergote met ons project “Tea Talk & Walk”.

Vlaamse Regering zet voortbestaan van 150 verenigingen op losse schroeven

sociaal cultureel werk wanbeleid

Vorige week verscheen op de website van het Vlaams parlement een voorstel van decreet waarmee het decreet op het sociaal-cultureel volwassenenwerk in sneltreinvaart grondig en fundamenteel wordt aangepast. De Federatie, sectorfederatie van onder meer sociaal-cultureel volwassenenwerk (www.defederatie.org), waarschuwt het parlement voor het juridisch moeras waarin ze 150 verenigingen en hun honderdduizenden vrijwilligers duwt. Minder dan een maand voor de deadline waarop alle sociaal-culturele verenigingen, waaronder ook Vluchtelingenwerk Vlaanderen, hun beleidsplan indienen voor de komende 5 jaar, verandert de Vlaamse Regering met dit voorstel van decreet de regels. Men grijpt in tijdens lopende procedures en geeft niemand tijd zich aan te passen aan de nieuwe regels. Het gevolg? Volgend jaar dreigen foute beslissingen op foute juridische gronden de hele sector lam te leggen. Bovendien is het onbegrijpelijk dat de Vlaamse Regering een decreet inhoudelijk wil bijsturen dat minder dan 2 jaar geleden, door dezelfde coalitie, werd gestemd.

Juridisch moeras

Het voorstel van decreet dat sinds vandaag op de tafel van het parlement ligt, gaat volledig voorbij aan de lopende procedure waarin sociaal-culturele organisaties zich op dit moment in bevinden. Deze procedure startte in 2018: toen werd elke organisatie grondig geëvalueerd. Hieruit vloeiden rechten en plichten voor deze organisaties voort. Het tweede deel van de procedure is de beoordeling van hun toekomstambities in een beleidsplan. Dit voorstel van decreet fietst hier middendoor en negeert de gevolgen van de visitaties. Tegelijk worden nieuwe criteria voor de beoordeling ingevoerd, de beoordeling van beleidsplannen die voor 31 december 2019 binnen moeten zijn. Het decreet wordt dus veel te laat aangepast om organisaties die werken met vele vrijwilligers nog de kans te geven om hun beleidsplannen aan te passen. Het voorstel van decreet getuigt van haastwerk en onvoldoende juridische aftoetsing. Dirk Verbist, directeur van De Federatie: “We hebben sterke twijfels bij de juridische correctheid van het decreet dat nu wordt voorgesteld. Ik reken erop dat de Vlaamse overheid zelf ook van goed bestuur getuigt en dat de indieners dit decreetsvoorstel intrekken. Nu schaadt men immers het vertrouwen tussen de overheid en honderdduizenden vrijwilligers”.

Terugplooien of ontplooien?

Voortaan, zo zegt het voorstel van decreet, zullen er geen subsidies meer zijn voor organisaties die zich louter terugplooien op de eigen etnisch-culturele groep en segregatie in de hand werken. Dit is de voornaamste reden waarom, aldus het regeerakkoord, het decreet moet worden aangepast. Vreemd is dan ook dat de Vlaamse regering nog maar drie jaar geleden besliste om aan etnisch-culturele federaties bijkomende middelen te geven, omdat zij - en we citeren uit het toenmalige gesprek in het parlement – “zich openstellen voor allerlei mensen van diverse afkomst, beschikken over expertise, mensen bereiken die we anders moeilijk bereiken,… een bruggenbouwersfunctie hebben”. We nodigen de minister-president dan ook graag uit om samen met ons het terrein te bezoeken en in gesprek te gaan met de organisaties. Wat wij zien zijn organisaties die integratie en samenleven bevorderen, die uit de muren van hun gemeenschap breken en op die manier een onmisbare rol in de huidige samenleving spelen.

Duimpjes omhoog of omlaag voor 200.000 vrijwilligers

Het voorstel van decreet geeft de Vlaamse regering ook meer ruimte om te beslissen wat zijzelf maatschappelijk relevant vindt. Organisaties die vandaag de laatste hand leggen aan hun subsidieaanvraag zullen die binnenkort dus indienen in een andere wereld: één van politieke sturing en van duimpjes omhoog of omlaag, de duimpjes van de regering die op dat moment aan de slag is. “Twee miljoen leden en 200.000 vrijwilligers belanden op het wachtbankje, tot de regering beslist wat voor hen belangrijk is”, zegt Dirk Verbist.

Kortom

Dirk Verbist: “De Federatie dringt er bij de indieners op aan om het voorstel in te trekken. Enkel zo kan men vermijden dat 150 organisaties de volgende maanden juridisch vogelvrij zijn. Politieke principes en afspraken in een regeerakkoord is één. Deze op een correcte en democratische manier omzetten in een decreet is twee. Misschien had overleg dit alles kunnen vermijden, maar daarvoor lijkt het nu te laat te zijn?”

Asielzoekers: opties voor een meer gelijke toegang tot gezondheidszorg

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) publiceerde op 29 oktober 2019 de resultaten van een bevraging van het terrein over de gezondheidszorg voor verzoekers om internationale bescherming (asielzoekers). Uit verschillende Belgische en internationale rapporten blijkt dat de organisatie van gezondheidszorg in ons land ongelijk en onvoldoende efficiënt is. Het KCE onderzocht de huidige situatie en formuleert nu enkele voorstellen waar de regering mee aan de slag kan.

Elke migrant die op Belgisch grondgebied aankomt en asiel  aanvraagt, heeft recht op ‘materiële hulp’, die inwoning en begeleiding omvat voor de duurtijd van de procedure. Dat houdt ook gezondheidszorg in.

De financiering van de gezondheidszorg hangt af van de verblijfplaats van de asielzoeker:

  • Voor verzoekers in collectieve opvangcentra en individuele opvang van ngo’s, en de verzoekers die buiten het opvangnetwerk verblijven (code 207 no show), wordt de gezondheidszorg betaald door Fedasil.
  • Voor verzoekers die in de lokale opvanginitiatieven (LOI’s), beheerd door de OCMW ’s, verblijven wordt de gezondheidszorg betaald door de Programmatorische federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (POD MI).

De financiering van de gezondheidszorg hangt af van de verblijfplaats van de asielzoeker

Fedasil en de POD MI baseren zich daarvoor beide op de RIZIV-nomenclatuur die ook voor Belgen geldt. Maar voor asielzoekers geldt ook een Koninklijk Besluit (KB) dat bepaalde medische kosten zoals pijnstillers bovenop deze nomenclatuur vergoedt (pluslijst), of net bepaalde kosten uitsluit, zoals orthodontie (minlijst).

Dat KB wordt toegepast door Fedasil, maar niet door de POD MI. OCMW ‘s beslissen daarom zelf of ze de kosten uit de pluslijst vergoeden of niet. Dat leidt tot verschillen in zorgdekking naargelang de opvangplaats en zelfs naargelang het OCMW. Voor niet-begeleide minderjarige verzoekers geldt dan weer een ander systeem. Zij krijgen in principe recht op de verplichte Belgische ziekteverzekering nadat ze gedurende 3 maanden naar school zijn gegaan.

Ook de toegang tot de zorg is anders naargelang de verblijfplaats. De asielzoeker heeft vaak geen vrije keuze in welke arts hij consulteert:

Ook de toegang tot de zorg is anders naargelang de verblijfplaats

  • In collectieve centra verlenen verpleegkundigen, die samenwerken met huisartsen en ambulante psychologen, bijvoorbeeld vaak het grootste deel van de eerstelijnszorg.
  • Terwijl asielzoekers die in een individuele woning verblijven met een betalingsverbintenis van de opvangstructuur een externe hulpverlener kunnen contacteren. Soms mogen ze die zelf kiezen, soms moeten ze naar de arts gaan waar het OCMW een overeenkomst mee heeft.

Drempels

De continuïteit van de zorg is ook een moeilijk punt in het huidige systeem. Zo moeten asielzoekers die in individuele opvang of in een eigen verblijfplaats wonen telkens een betalingsverbintenis vragen vooraleer ze een afspraak kunnen maken met een zorgverstrekker. Toegang tot gespecialiseerde zorg blijkt dan weer voor alle asielzoekers bemoeilijkt te worden door een trage en complexe administratie die daar eerst toestemming voor moet verlenen.

Dit alles zorgt ervoor dat asielzoekers in precies dezelfde procedurele situatie toch anders behandeld worden, puur op basis van hun woonplaats. Dat maakt het systeem ook voor de hulpverleners niet transparant en ingewikkeld. Voor de diensten zelf is het niet efficiënt omdat ze allen hun eigen administratie, controlemechanismen en beslissingsstructuur hebben. Er is een gebrek aan coördinatie en samenwerking. Er is een gebrek aan coördinatie en samenwerking

Het KCE stelt verder verschillende drempels vast die de toegang tot gezondheidszorg voor asielzoekers belemmeren zoals taal en beperkte mogelijkheden op vlak van vervoer. Hoewel bijvoorbeeld geestelijke gezondheidszorg een belangrijke nood is van veel asielzoekers loopt de toegang moeilijk door gebrek aan gespecialiseerde zorgverleners, tolken en interculturele bemiddeling. Dit zijn bovendien problemen die niet alleen de asielzoekers treffen.

Advies KCE

Het KCE stelt voor om de financiering van de gezondheidszorg voor alle asielzoekers op te nemen in een globale enveloppe, die ook diensten voor preventie, gezondheidspromotie en –ondersteuning (vertalers, vervoer, enz.) omvat.

Het rapport identificeert hierin verschillende pistes. Zo zouden alle asielzoekers onder de verplichte ziekteverzekering kunnen vallen, of kan Fedasil de zorg centraal beheren.

Het rapport analyseert de voor- en nadelen van deze opties met enkele varianten, en de voorwaarden voor hun implementatie.

Wat wil Vluchtelingenwerk Vlaanderen?

  • Voor ons is het belangrijk dat een wijziging in de eerste plaats tot doel heeft dat de asielzoekers een betere toegang tot gezondheidszorg hebben. Ongeacht hun woonplaats moeten ze een gelijke dekking van hun kosten krijgen. En toegang krijgen tot dezelfde kwaliteitsvolle zorg. Of dat nu in een collectief centrum, een individuele opvang, of een eigen verblijfplaats is. Het huidige systeem is complex met verschillende beslissingsstructuren, administratieve processen en controlemechanismen. Dat maakt de beslissingen log en weinig transparant. Dat is niet goed voor de rechtszekerheid. Nu wordt een doorverwijzing naar een specialist soms te lang uitgesteld of zelfs geweigerd zonder dat er een aanvechtbare beslissing afgegeven wordt.
  • Eén instantie bevoegd maken is aan te moedigen, zolang ook daar geen verschillende beslissingsniveaus ontstaan die de toegang tot de zorg vertragen of de continuïteit van de zorg in gevaar brengen. Als de asielzoeker nood heeft aan zorg dan moet dit zo snel en zo goed kunnen zoals bij de gewone ziekteverzekering. De beschikbaarheid en toegankelijkheid van psychologische zorg is cruciaal.
    De beschikbaarheid en toegankelijkheid van psychologische zorg is cruciaal
  • Een hervorming moet verder zorgen dat de specifieke behoeften die eigen zijn aan asielzoekers vervuld worden. Dat betekent dat er blijvend aandacht nodig is voor de fysieke toegankelijkheid van de medische zorg, onder meer door de voorkeur te geven aan kleinschalige opvang die goed bereikbaar is. 
  • En dat ondersteunende diensten zoals tolken en interculturele bemiddelaars mee gedekt worden. Ook de beschikbaarheid en toegankelijkheid van psychologische zorg is cruciaal.

Toekomst?

Een nieuw systeem zal, hopen wij, ook ruimte creëren voor een meer doordacht opvangbeleid. Zo vragen wij al lang om een evaluatie van het huidige opvangtraject. Er moet afgestapt worden van het langdurig verblijf in collectieve opvang, waarvan aangetoond is dat dit nefast is voor de mentale weerbaarheid.

Het rapport van het KCE haalt bijvoorbeeld ook het voortdurend openen en sluiten van opvangplaatsen aan, waardoor heel de tijd expertise verloren gaat. Ook op deze algemenere problemen, die een effect hebben op de gezondheid van asielzoekers, moet een antwoord komen in het nieuwe beleid.