Nieuws

Asielzoekers: opties voor een meer gelijke toegang tot gezondheidszorg

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) publiceerde op 29 oktober 2019 de resultaten van een bevraging van het terrein over de gezondheidszorg voor verzoekers om internationale bescherming (asielzoekers). Uit verschillende Belgische en internationale rapporten blijkt dat de organisatie van gezondheidszorg in ons land ongelijk en onvoldoende efficiënt is. Het KCE onderzocht de huidige situatie en formuleert nu enkele voorstellen waar de regering mee aan de slag kan.

Elke migrant die op Belgisch grondgebied aankomt en asiel  aanvraagt, heeft recht op ‘materiële hulp’, die inwoning en begeleiding omvat voor de duurtijd van de procedure. Dat houdt ook gezondheidszorg in.

De financiering van de gezondheidszorg hangt af van de verblijfplaats van de asielzoeker:

  • Voor verzoekers in collectieve opvangcentra en individuele opvang van ngo’s, en de verzoekers die buiten het opvangnetwerk verblijven (code 207 no show), wordt de gezondheidszorg betaald door Fedasil.
  • Voor verzoekers die in de lokale opvanginitiatieven (LOI’s), beheerd door de OCMW ’s, verblijven wordt de gezondheidszorg betaald door de Programmatorische federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (POD MI).

De financiering van de gezondheidszorg hangt af van de verblijfplaats van de asielzoeker

Fedasil en de POD MI baseren zich daarvoor beide op de RIZIV-nomenclatuur die ook voor Belgen geldt. Maar voor asielzoekers geldt ook een Koninklijk Besluit (KB) dat bepaalde medische kosten zoals pijnstillers bovenop deze nomenclatuur vergoedt (pluslijst), of net bepaalde kosten uitsluit, zoals orthodontie (minlijst).

Dat KB wordt toegepast door Fedasil, maar niet door de POD MI. OCMW ‘s beslissen daarom zelf of ze de kosten uit de pluslijst vergoeden of niet. Dat leidt tot verschillen in zorgdekking naargelang de opvangplaats en zelfs naargelang het OCMW. Voor niet-begeleide minderjarige verzoekers geldt dan weer een ander systeem. Zij krijgen in principe recht op de verplichte Belgische ziekteverzekering nadat ze gedurende 3 maanden naar school zijn gegaan.

Ook de toegang tot de zorg is anders naargelang de verblijfplaats. De asielzoeker heeft vaak geen vrije keuze in welke arts hij consulteert:

Ook de toegang tot de zorg is anders naargelang de verblijfplaats

  • In collectieve centra verlenen verpleegkundigen, die samenwerken met huisartsen en ambulante psychologen, bijvoorbeeld vaak het grootste deel van de eerstelijnszorg.
  • Terwijl asielzoekers die in een individuele woning verblijven met een betalingsverbintenis van de opvangstructuur een externe hulpverlener kunnen contacteren. Soms mogen ze die zelf kiezen, soms moeten ze naar de arts gaan waar het OCMW een overeenkomst mee heeft.

Drempels

De continuïteit van de zorg is ook een moeilijk punt in het huidige systeem. Zo moeten asielzoekers die in individuele opvang of in een eigen verblijfplaats wonen telkens een betalingsverbintenis vragen vooraleer ze een afspraak kunnen maken met een zorgverstrekker. Toegang tot gespecialiseerde zorg blijkt dan weer voor alle asielzoekers bemoeilijkt te worden door een trage en complexe administratie die daar eerst toestemming voor moet verlenen.

Dit alles zorgt ervoor dat asielzoekers in precies dezelfde procedurele situatie toch anders behandeld worden, puur op basis van hun woonplaats. Dat maakt het systeem ook voor de hulpverleners niet transparant en ingewikkeld. Voor de diensten zelf is het niet efficiënt omdat ze allen hun eigen administratie, controlemechanismen en beslissingsstructuur hebben. Er is een gebrek aan coördinatie en samenwerking. Er is een gebrek aan coördinatie en samenwerking

Het KCE stelt verder verschillende drempels vast die de toegang tot gezondheidszorg voor asielzoekers belemmeren zoals taal en beperkte mogelijkheden op vlak van vervoer. Hoewel bijvoorbeeld geestelijke gezondheidszorg een belangrijke nood is van veel asielzoekers loopt de toegang moeilijk door gebrek aan gespecialiseerde zorgverleners, tolken en interculturele bemiddeling. Dit zijn bovendien problemen die niet alleen de asielzoekers treffen.

Advies KCE

Het KCE stelt voor om de financiering van de gezondheidszorg voor alle asielzoekers op te nemen in een globale enveloppe, die ook diensten voor preventie, gezondheidspromotie en –ondersteuning (vertalers, vervoer, enz.) omvat.

Het rapport identificeert hierin verschillende pistes. Zo zouden alle asielzoekers onder de verplichte ziekteverzekering kunnen vallen, of kan Fedasil de zorg centraal beheren.

Het rapport analyseert de voor- en nadelen van deze opties met enkele varianten, en de voorwaarden voor hun implementatie.

Wat wil Vluchtelingenwerk Vlaanderen?

  • Voor ons is het belangrijk dat een wijziging in de eerste plaats tot doel heeft dat de asielzoekers een betere toegang tot gezondheidszorg hebben. Ongeacht hun woonplaats moeten ze een gelijke dekking van hun kosten krijgen. En toegang krijgen tot dezelfde kwaliteitsvolle zorg. Of dat nu in een collectief centrum, een individuele opvang, of een eigen verblijfplaats is. Het huidige systeem is complex met verschillende beslissingsstructuren, administratieve processen en controlemechanismen. Dat maakt de beslissingen log en weinig transparant. Dat is niet goed voor de rechtszekerheid. Nu wordt een doorverwijzing naar een specialist soms te lang uitgesteld of zelfs geweigerd zonder dat er een aanvechtbare beslissing afgegeven wordt.
  • Eén instantie bevoegd maken is aan te moedigen, zolang ook daar geen verschillende beslissingsniveaus ontstaan die de toegang tot de zorg vertragen of de continuïteit van de zorg in gevaar brengen. Als de asielzoeker nood heeft aan zorg dan moet dit zo snel en zo goed kunnen zoals bij de gewone ziekteverzekering. De beschikbaarheid en toegankelijkheid van psychologische zorg is cruciaal.
    De beschikbaarheid en toegankelijkheid van psychologische zorg is cruciaal
  • Een hervorming moet verder zorgen dat de specifieke behoeften die eigen zijn aan asielzoekers vervuld worden. Dat betekent dat er blijvend aandacht nodig is voor de fysieke toegankelijkheid van de medische zorg, onder meer door de voorkeur te geven aan kleinschalige opvang die goed bereikbaar is. 
  • En dat ondersteunende diensten zoals tolken en interculturele bemiddelaars mee gedekt worden. Ook de beschikbaarheid en toegankelijkheid van psychologische zorg is cruciaal.

Toekomst?

Een nieuw systeem zal, hopen wij, ook ruimte creëren voor een meer doordacht opvangbeleid. Zo vragen wij al lang om een evaluatie van het huidige opvangtraject. Er moet afgestapt worden van het langdurig verblijf in collectieve opvang, waarvan aangetoond is dat dit nefast is voor de mentale weerbaarheid.

Het rapport van het KCE haalt bijvoorbeeld ook het voortdurend openen en sluiten van opvangplaatsen aan, waardoor heel de tijd expertise verloren gaat. Ook op deze algemenere problemen, die een effect hebben op de gezondheid van asielzoekers, moet een antwoord komen in het nieuwe beleid. 

Opnieuw asielzoekers op straat. Kroniek van een aangekondigde opvangcrisis

Vandaag stelde ons monitorteam vast dat een 60-tal mensen geen asiel kon aanvragen en daardoor ook geen opvang heeft. Dit omdat er een tekort aan opvangplaatsen is. Deze mensen kregen een oranje blad mee zodat ze zich morgen opnieuw kunnen aanmelden in de hoop dan wel een plaats te krijgen. #GeenMensenOpStraat, dat is onze eis uit protest tegen het beleid van de regering. Elke persoon die gedwongen op straat leeft, is er een te veel!

De voorbije maanden gaf Fedasil, de federale dienst voor de opvang van asielzoekers, al herhaaldelijk aan dat de druk op het opvangnetwerk steeds hoger werd. Een nieuwe opvangcrisis was in de maak. Deze crisis is niet alleen te wijten aan een toename van het aantal asielaanvragen in België maar vooral ook aan een langere asielprocedure, een gebrek aan personeel, én omwille van een ondoordacht op- en afbouwbeleid in de opvang dat de regering al jaren hanteert. Vandaag zijn de gevolgen voelbaar: weer mensen op straat.

EEN EZEL STOOT ZICH GEEN TWEE KEER AAN DEZELFDE STEEN?

Net als in 2015 en 2018 zien we dat de overheid het gebrek aan opvangplaatsen zelf in de hand heeft gewerkt. 'Lessons learned’ uit de voorbije jaren? Neen, zo blijkt. Net als toen moest de overheid de voorbije maanden overhaast beslissen bijkomende plaatsen te creëren. Openen, sluiten en hals overkop opnieuw openen, kost veel geld. Personeel wordt telkens ontslagen. Contracten voor nutsvoorzieningen waren al opgezegd en materiaal was al weggegeven. Plaatsen werden opnieuw geopend. Containers en tenten worden ingezet. Onvoldoende.

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen. Of toch? Vandaag is het wéér opvangcrisis. Vandaag staan er weer mensen op straat. De temperaturen kruipen dichter naar het vriespunt. Elk jaar opnieuw hetzelfde verhaal. Elk jaar opnieuw dezelfde tragedie.

Het recht om asiel aan te vragen is een fundamenteel recht. De daadwerkelijke toegang daartoe moet dan ook verzekerd worden. Vorig jaar stelde de Raad van State dat het toen opgelegde quotum onwettig was. We stellen dan ook dat de overheid ervoor moet zorgen dat er in de praktijk geen de facto limieten worden gehanteerd en dat er toegang tot de asielprocedure is en opvang voor àlle rechthebbenden.

NOOD AAN FLEXIBEL OPVANGMODEL

We hebben nood aan een opvangmodel dat rekening houdt met een fluctuerende aankomst van asielzoekers. Fluctuaties zijn eigen aan migratie. Het gebrek aan een duurzame aanpak komt noch asielzoekers, noch onze samenleving ten goede.

Een asielbeleid moet altijd rekening houden met evoluties wereldwijd. Een voortdurende opvolging van de evoluties, een realistische aanpak en een visie op bescherming van vluchtelingen zijn noodzakelijke ingrediënten van een goed asielbeleid. Voor België is de situatie absoluut beheersbaar en ons land kan een veel grotere rol kan spelen in de bescherming van vluchtelingen dan het vandaag doet.  

WAKE-UP CALL REGERING

Wij roepen deze en de volgende regering nogmaals op maatregelen te nemen. Niet alleen op korte, maar op lange termijn. Dit kan én mag niet opnieuw gebeuren. Tijd voor een wake-up call aan onze regering. We eisen toegang tot de asielprocedure en recht op opvang. We hebben nood aan een sereen en doordacht asielbeleid met langetermijnvisie. Polarisatie heeft daarin geen plaats.

HOE MOET ZO’N ASIELBELEID ERUIT ZIEN?

  • Een flexibel opvangmodel dat rekening houdt met een fluctuerende aankomst van asielzoekers.
  • Overheid moet een jojo-effect in de opvang vermijden.  
  • Voorzien van snelle én kwalitatieve asielprocedure.

Parlement staat achter akkoord van Malta voor verdeling geredde migranten op de Middellandse Zee

De leden van de Kamercommissie Buitenlandse Zaken namen op woensdag 13 november een resolutie aan die de Belgische regering oproept om het akkoord van Malta te onderschrijven en zich daarmee solidair te tonen met de opvang van asielzoekers, vluchtelingen en andere migranten die gered worden op de Middellandse Zee.

Volgens 11.11.11, ACV-CSC, Amnesty International, Caritas International, Orbit vzw, Oxfam-Solidariteit, Vluchtelingenwerk Vlaanderen en Dokters van de Wereld, geeft het parlement daarmee een duidelijk mandaat aan de federale regering om zich aan te sluiten bij de coalitie rond de Verklaring van Malta. Deze verklaring is een belangrijke stap vooruit, maar België moet ook aandringen op een aantal essentiële verbeteringen.

Kritieke situatie op de Middellandse Zee

De ngo's vragen de Belgische regering al langer om zich aan te sluiten bij de plannen voor een voorspelbaar ontschepings- en verdelingsmechanisme dat toelaat om mensen die gered worden op de Middellandse Zee aan land te laten gaan in een veilige haven en te verdelen tussen de verschillende lidstaten. Het voorbije jaar zorgde het gebrek aan eensgezindheid tussen de lidstaten en de tijdelijk gesloten havens in Italië er immers voor dat geredde migranten vaak lange tijd- soms wekenlang – vastzaten op zee. Dit maakte het erg moeilijk voor reddingsorganisaties om levens te redden op zee.

Eind september kwam een eerste doorbraak toen Frankrijk, Duitsland, Italië en Malta de zogenaamde Verklaring van Malta onderschreven over de verdeling en ontscheping van geredde asielzoekers, vluchtelingen en andere migranten. Verschillende andere lidstaten sloten zich daarbij aan. De Belgische regering liet weten dat ze zich niet kon engageren omdat ze in lopende zaken zit. De ruime parlementaire meerderheid achter deze resolutie geeft haar het mandaat om dat wel te doen.

Belangrijke stap vooruit

 11.11.11, ACV-CSC, Amnesty International, Caritas International, Orbit vzw, Oxfam-Solidariteit, Vluchtelingenwerk Vlaanderen en Dokters van de Wereld noemen de Verklaring van Malta een belangrijke stap vooruit maar wijzen ook op enkele problematische elementen. Zo biedt het akkoord slechts een tijdelijke oplossing en engageert het maar een beperkte groep van lidstaten. Bovendien vraagt de verklaring de reddingsschepen om de instructies van de bevoegde maritieme coördinatiecentra na te leven en de activiteiten van de Libische kustwacht niet te belemmeren. Dit bevestigt de huidige status-quo van de EU die vooral toekijkt terwijl de Libische autoriteiten duizenden mensen oppikken en terugsturen naar detentie waar ze slachtoffer zijn van gruwelijke mensenrechtenschendingen. Dit gaat in tegen het recht op asiel en het non-refoulement principe. Niemand mag teruggestuurd worden naar Libië, en geen enkel schip mag verplicht worden om geredde mensen terug te brengen naar dat land. Op termijn bestaat de enige oplossing in een structurele hervorming van het Europese asielbeleid en een voldoende zoek- en reddingcapaciteit in handen van de EU lidstaten zelf, stellen de ngo’s. Ook reddingsngo’s moeten ongestoord hun werk kunnen doen.

Toch betekent het Malta akkoord in deze hopeloos verdeelde EU een eerste belangrijke stap vooruit die toont dat EU lidstaten wel degelijk solidariteit tonen met mensen die gered worden op zee. De ngo’s roepen de regering op om zich bij de coalitie rond de Verklaring van Malta aan te sluiten, en aan te dringen op een aantal belangrijke verbeteringen. De regering moet onder meer de samenwerking met de Libische kustwacht aankaarten en pleiten voor eigen reddingsmissies in handen van de EU en de lidstaten.