Nieuws

Garanties voor het recht op vrijplaatsen voor kwetsbare mensen

Vorige vrijdag viel de politie de Globe Aroma binnen, een kunstenhuis in het centrum van Brussel dat vluchtelingen en sans-papiers artistiek begeleidt. De zogenaamde routinecontrole was intimiderend, er werd naar papieren en gsm’s gevraagd en zeven mensen werden gearresteerd. Vanuit onze bezorgdheid over het realiseren van grondrechten voor iedereen, stellen wij hardop de vraag waartoe deze aanpak diende. We vragen ook garanties voor het recht op vrijplaatsen voor kwetsbare mensen.

De vraag waarmee wij als middenveldorganisaties blijven zitten na vrijdag blijft: waarom was een dergelijke gespierde politie-inval nodig? Verenigingen zoals Globe Aroma, zijn erkend en gesubsidieerd door de verschillende overheden en worden gecontroleerd door diezelfde overheden. Er is met andere woorden transparantie naar de overheid over de activiteiten en de betrokkenen.

Een gelijkaardige vraag stelden we ons ook al toen de politie enkele weken geleden binnenviel bij verschillende andere Brusselse verenigingen en organisaties. De actie bij Globe Aroma zou kaderen binnen het Kanaalplan dat tot doel heeft om terrorisme te bestrijden. Wij staan vanzelfsprekend achter het controleren van schimmige vzw’s die een rol spelen in terrorisme of criminele activiteiten. Maar in plaats van gerichte controles uit te voeren waar nodig en vertrouwensbanden te smeden waar mogelijk, gebruikt de overheid de tactiek van het sleepnet. De schade die onschuldige mensen en organisaties met deze aanpak oplopen, is enorm en kon vermeden worden.

Dat de overheid middelen inzet - middelen die tot doel hebben maatschappelijke orde te garanderen en onze rechtstaat te beschermen - om de meest kwetsbaren op te jagen, genereert net het omgekeerde effect: wantrouwen in diezelfde overheid, diensten en hun gebruikte middelen. De “communicatiestrategie van de ontkenning” van Binnenlandse Zaken – “het was geenszins de bedoeling om mensen zonder papieren op te pakken” – is twijfelachtig en voedt het wantrouwen nog meer. Gelukkig kwamen er naar aanleiding van de inval ook verontwaardigde en steunende reacties uit politieke hoek. Brussels minister Pascal Smet reageerde en ook Vlaams cultuurminister Sven Gatz beloofde dit op te nemen met zijn bevoegde federale collega’s.

Net zoals bij het wetsontwerp rond woonstbetreding (dat huiszoekingen beoogt bij uitgeprocedeerde mensen zonder papieren) en bij de kraakwet (die het overlevingskraken in leegstaande panden strafbaar maakt), verliezen politici zich in disproportionele maatregelen op de kap van de meest kwetsbaren. Dit gaat in tegen de waarden en principes van onze verenigingen die mensen zonder macht net een stem geven in het publieke debat.

We verwijzen graag naar de bestaande en afdoende middelen die vandaag voorhanden zijn om organisaties te controleren en die gebaseerd zijn op vertrouwen en wederzijds respect. Onze organisaties en hun professionele krachten werken volgens strikte ethische en deontologische regels. Wij blijven garant staan voor een kwaliteitsvolle werking waarbij we kwetsbare mensen en het uitoefenen van hun grondrechten centraal stellen. Mochten de bestaande controles niet voldoen, dan horen we dat graag in overleg, niet via gespierde politieacties.

Onze verenigingen zijn plekken waar kwetsbare mensen tot rust kunnen komen, zingeving en waardigheid vinden en zich maatschappelijk kunnen engageren. Daarom vragen we garanties opdat gespierde politierazzia’s zoals die van vrijdag, niet meer kunnen plaatsvinden. Dat organisaties gecontroleerd worden is logisch, maar deze controles kunnen niet gepaard gaan met intimidatie en arrestatie. De bevoegde politici en overheden moeten maatregelen treffen opdat organisaties, die via hun erkenning en subsidiëring gekend zijn bij de overheid, en hun mensen gevrijwaard blijven van zulke acties. Dit soort acties heeft immers nefaste gevolgen voor de maatschappelijke orde en het vertrouwen in de overheden.

Ondertekenaars: Brussels Platform Armoede, Netwerk tegen Armoede, Samenlevingsopbouw, 11.11.11., Orbit, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Bij Ons – Chez Nous.

Wat Theo Franken voorstelt, is illegaal

Nood breekt wet niet. Niet als het gaat om mensenrechten. Oproepen om bootvluchtelingen te onderscheppen op zee en meteen terug te sturen, een praktijk die bekend staat onder de naam ‘push-backs’, is oproepen tot een illegale daad. Dat blijft het ook wanneer het politici zijn, die daartoe oproepen. Vergeten we dat niet?

Gisteren pleitte de Belgische staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken, in een interview met het Britse persagentschap Reuters, voor het onmiddellijk terugsturen van mensen die Europa via de zee proberen te bereiken. Hij benadrukte daarbij dat dat zijn persoonlijke mening is.

Het is zeer verontrustend dat het regeringslid bevoegd voor asiel en migratie zich zo uitspreekt. Push-backs zijn namelijk zonder ook maar enige twijfel flagrant in strijd met de wet en met de basisprincipes van het asielrecht.

Het recht om asiel te vragen

Tot de beruchte zaak ‘Hirsi, Jamaa en anderen versus Italië’ in 2009, waren push-backs een gangbare praktijk. Dat betekent niet dat die praktijk ook wettig was. De Italiaanse kustwacht onderschepte een groepje Somalische en Eritrese vluchtelingen in een bootje en stuurde hen terug naar Libië, zonder hen te horen en zonder hen de kans te bieden asiel aan te vragen.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat dit onwettig was. Op die manier werd er een einde gemaakt aan het push-backbeleid. Maar ondanks dit duidelijke oordeel van het Europees Hof, blijft deze simpele 'korte metten' gedachte naar voren gedragen worden en opduiken, zelfs in de woorden van vooraanstaande beleidsmakers.

'Korte metten' - gedachte

Onze staatssecretaris is niet de enige politicus die dergelijke ideeën ten persoonlijke titel oppert. Nog in december kwam het Deense parlementslid Kenneth Berth in opspraak nadat hij zich zijn persoonlijke mening in een televisie-interview liet ontvallen. Daarin suggereerde hij het dreigement om te schieten als vluchtelingenboten niet zouden terugvaren te zien als enige efficiënte methode.

Ook al werd ook hier aangestipt dat dit geen officiële beleidslijn van de Deense Volkspartij is, kan niet genoeg worden onderstreept hoe gevaarlijk en verontrustend deze taal is.

'Non-refoulement'

Niemand mag worden teruggestuurd naar een plek waar je kan vervolgd worden of waar je leven of veiligheid in gevaar is. Dat heet het beginsel van non-refoulement en is één van de pijlers van het internationaal recht.

Dit beginsel is vastgelegd in artikel 33 van het VN-Vluchtelingenverdrag, maar ook in tal van andere verdragen: het VN-Verdrag tegen Foltering, het VN-Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten en het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens. Dit recht geldt altijd, overal en voor iedereen, op de vlucht of niet.

Wat met de smokkelaars?

Sinds begin 2017 stierf 1 op 35 mensen op de Libië-Italië smokkelroute. Het feit dat enkel dit jaar al bijna 50000 mensen hun leven in gevaar brachten om de overtocht te wagen, toont alleen aan dat reddingsacties hard nodig zijn, om te vermijden dat de dodelijke slachtoffers stijgen.

Het klopt dat het absoluut onaanvaardbaar is dat mensen hun leven in handen van smokkelaars moeten leggen, en, zonder reddingen, sterven op zee om Europa te bereiken. Dit los je niet op met illegale push-backs. Zoals de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties vorige week nog herhaalde, doet je dit door grondoorzaken aan te pakken die mensen hun toevlucht tot smokkelaars doen zoeken.

De oorzaken voor gedwongen migratie moeten worden aangepakt. Er zijn dringend veel stevigere plannen nodig voor veilige en legale alternatieven voor vluchtelingen en migranten, zoals meer hervestiging, een structureel humanitaire visa beleid en de versoepeling van de procedures voor gezinshereniging voor mensen op de vlucht. De inspanningen daar blijven bedroevend laag.

Een aantal Europese beleidsmakers demonstreren graag en gemakkelijk hun daadkracht met een 'korte metten' aanpak en overschrijden daarbij zelfs de grens van het legale door te pleiten voor zaken als mensen op de vlucht onder vuur nemen, of pushbacks.

Een echte aanpak met respect voor onze mensenrechten vergt veel meer moed, moeite én daadkracht: actie is nodig om te vermijden dat mensen misbruik ondergaan in de handen van criminele groepen die hen vasthouden op het Libische vasteland, of de smokkelaars die hun enige uitweg zijn. Actie is nodig die mensen helpt beschermen en vermijdt dat ze in zo'n grote getale op onveilige boten op de Middellandse Zee terechtkomen.

Waarom ons land ambitieuzer moet zijn in het opvangen van mensen op de vlucht

Boze Gentse vrijwilligers, zorgverleners en burgers protesteerden vrijdag tegen de abrupte verhuis van een dertigtal bewoners van het Reno-ponton, het Gentse asielcentrum dat wordt uitgebaat door G4S, en dat binnenkort de deuren dicht doet.

Minder dan een dag later ging kersvers president van de VS Trump over tot een ongehoord en arbitrair inreisverbod voor reizigers uit zeven landen, waaronder niet helemaal toevallig een aantal landen met een hoog aantal burgers op de vlucht. Duitsland en Frankrijk waren bij de eerste landen die de maatregel veroordeelden. De ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen wezen erop dat de christelijke waarde 'bemin uw naaste' het westen verenigt. Intussen bleef het wachten op een reactie van onze eigen Belgische regering. Die liet op zich wachten en ging van lauw ('we zijn het niet eens') tot relativerend ('we moeten de beslissing in z’n context plaatsen en niet hysterisch doen'). Meer dan publieke stellingname is de praktijk van belang. Die is vrij duidelijk. Als er al sprake is van beminnen, dan toont de minnaar zich bijzonder koel.

In juni 2016 besloot staatssecretaris Francken (N-VA) om 10 000 opvangplaatsen te sluiten. Het aantal nieuwe aankomsten was namelijk fors gedaald, door de bedenkelijke vluchtelingendeal met Turkije en het afwerende Europese grensbeleid. Toen al protesteerde Vluchtelingenwerk tegen de aangekondigde sluiting. Omdat het akkoord met Turkije barsten vertoonde; omdat de grootschalige sluiting geen rekening houdt met plotse evoluties in de asielcrisis; omdat we vinden dat ons land ambitieuzer kan en moet zijn in het opvangen van mensen op de vlucht.

De nefaste gevolgen van die beslissing worden nu tastbaar. Mensen moeten weg van de plek waar ze intussen iets opbouwden en waar ze banden smeedden. Ze worden als meubilair verhuisd van het ene naar het andere opvanginitiatief. Intussen plant de staatssecretaris structurele besparingen bij opvangbeheerder Fedasil. Naast de zogenaamde noodzaak aan besparingen, speelt de onbewezen hypothese dat kwalitatieve opvang en begeleiding een aanzuigeffect zouden hebben.

Sinds de invoering van de opvangwet is de kwaliteit van de opvang van asielzoekers in ons land zichtbaar verbeterd. België doet het goed in vergelijking met andere Europese landen. Dat is onder meer te danken aan de betrokkenheid, het engagement en het harde werk van heel wat individuen, organisaties en diensten, van lokale vrijwilligers tot medewerkers van Fedasil, van gemeentebesturen en scholen tot het personeel van Het Rode Kruis. Overal doen mensen hun best om mensen op de vlucht op te vangen en te ondersteunen.

Terug naar af

Het is moeilijk te vatten dat een overheid, die van asielzoekers ernstige inspanningen vraagt om een inburgeringscursus te volgen en Nederlands te leren, diezelfde asielzoekers zonder verpinken verhuist naar elders. Opnieuw moeten mensen alles achterlaten: de vrienden en kennissen die ze leerden kennen, de begeleiders waarmee ze een band opbouwden, de vriendjes en de leerkrachten op school, de buurt en gemeente waar velen intussen al een jaar wachten op een beslissing over hun dossier. Helemaal absurd wordt het wanneer men eerst van mensen eist dat ze Nederlands leren, en die eis zelfs opneemt in een nieuwkomersverklaring, om hen vervolgens naar een opvangcentrum te verplaatsen in de Franstalige regio. Terug naar af.

Ook vrijwilligers en begeleiders, die mensen helpen een nieuw leven op te bouwen, tonen zich verbijsterd door deze ondoordachte beslissing. Zij zien al hun engagement in rook opgaan. Fedasil investeert al twee jaar lang in een betere overeenstemming tussen de noden van asielzoekers en de beschikbare opvangplaatsen. Die investeringen en inspanningen worden te niet gedaan door een “in- en uitklapbeleid” dat elke poging tot duurzaam en doordacht opvangen en begeleiden ondermijnt door besparingen.

Het massale vrijwilligerswerk en de doorgedreven inzet van professionals in ons land en de protesten in de VS tegen de muslimban hebben ogenschijnlijk weinig met elkaar te maken. Maar beide leggen iets fundamenteels bloot, namelijk datgene waarover de Franse en Duitse ministers van Buitenlandse Zaken het hadden wanneer ze christelijke waarden aanhaalden. Er is wel degelijk een breed draagvlak voor steun en hulp aan mensen op de vlucht, voor vreedzaam samenleven in diversiteit.

Kwaliteitsvolle opvang is duurzame opvang

Het is in ieders belang om asielzoekers en mensen op de vlucht waardig en fatsoenlijk op te vangen en ondersteuning te bieden. Landen met een gebrekkig onthaal en schamele opvang worden daar op langere termijn in geen geval voor beloond, maar betalen een hoge prijs in de vorm van samenlevingsproblemen en incidenten allerhande. Het soort problemen dat vervolgens leidt tot verkeerde beleidsbeslissingen, zoals een inreisverbod, het blokkeren van humanitaire visa of het versoepelen van uitwijsprocedures.

Wat we nodig hebben is onthaal, opvang en begeleiding met aandacht voor de psychosociale noden van mensen op de vlucht; die mensen helpen inburgeren; die mensen niet nodeloos in onzekerheid en onvoorspelbaarheid doen belanden, die mensen privacy en waardigheid bieden. Dat soort asielonthaal en -opvang moet niet afgebouwd, maar net uitgebouwd worden, in het belang van individuele asielzoekers, de samenleving, en iedereen die zich dagelijks beroepshalve of vrijwillig inzet voor mensen op de vlucht.

Woorden zijn van tel, maar daden nog veel meer.