-

Grondwettelijk Hof vernietigt delen van wet op aanklampend terugkeerbeleid

Een belangrijke overwinning voor fundamentele rechten. Het Grondwettelijk Hof heeft op 16 juli verschillende bepalingen uit de wet op het aanklampend terugkeerbeleid vernietigd. Het arrest is een belangrijke overwinning voor de bescherming van de fundamentele rechten van mensen zonder verblijfsrecht. Het Hof maakt duidelijk dat de overheid sterker moet inzetten op alternatieven voor detentie en dat vrijheidsberoving enkel als laatste redmiddel mag worden toegepast.

Vluchtelingenwerk Vlaanderen trok samen met o.a. Ciré, Caritas International, Jesuit Refugee Service Belgium en Dokters van de Wereld naar het Grondwettelijk Hof om verschillende onderdelen van de wet aan te vechten. Met dit arrest volgt het Hof de verzoekende organisaties op een aantal essentiële punten.

De wet, die in 2024 werd aangenomen, voerde een systeem van "aanklampende begeleiding" in om mensen zonder wettig verblijf intensiever op te volgen in het kader van een eventuele terugkeer. Tegelijk werden ook nieuwe mogelijkheden gecreëerd om mensen in detentie te plaatsen wanneer zij onvoldoende zouden meewerken aan dat traject.

Het Grondwettelijk Hof fluit de wetgever op verschillende punten terug.

Zo oordeelt het Hof dat de wet ten onrechte slechts twee alternatieven voor detentie voorzag. Volgens het Hof moet de overheid een ruimer arsenaal aan minder ingrijpende maatregelen kunnen inzetten en steeds nagaan of die volstaan alvorens iemand van zijn vrijheid te beroven. Het Hof verwijst daarbij onder meer naar de mogelijkheid om identiteits- of reisdocumenten tijdelijk in bewaring te geven als alternatief voor detentie.

Daarnaast vernietigt het Hof de bepaling die personen automatisch als "ondergedoken" beschouwde wanneer zij niet meewerkten aan een aanklampend begeleidingstraject. Volgens het Hof kan een gebrek aan medewerking niet zonder meer gelijkgesteld worden met een risico op onderduiken. Een individuele beoordeling blijft noodzakelijk.

Ook de bepalingen over verplichte medische onderzoeken in het kader van een gedwongen terugkeer komen aan bod. Het Grondwettelijk Hof heeft ernstige twijfels over de verenigbaarheid van die regeling met het Europese recht en stelt hierover twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dat Hof zal zich uitspreken over de vraag of dergelijke medische onderzoeken verenigbaar zijn met de Europese Terugkeerrichtlijn en de fundamentele rechten die daarin zijn verankerd.

Met dit arrest bevestigt het Grondwettelijk Hof opnieuw een fundamenteel principe uit het Europees en internationaal recht: detentie in het kader van migratie mag nooit de standaard zijn, maar moet een uitzonderingsmaatregel blijven. De overheid moet telkens aantonen dat minder ingrijpende alternatieven onvoldoende zijn voordat iemand van zijn vrijheid wordt beroofd. Ook wanneer de overheid verregaande maatregelen neemt in het kader van een terugkeerprocedure, moeten de grondrechten van de betrokken persoon steeds worden gerespecteerd.

Voor Vluchtelingenwerk Vlaanderen is dit arrest een belangrijke bevestiging dat een effectief terugkeerbeleid en de bescherming van fundamentele rechten hand in hand moeten gaan.

Mensen opsluiten mag nooit een automatisme zijn.

De overheid moet inzetten op minder ingrijpende alternatieven en de rechten van elke persoon individueel respecteren. Samen met de andere verzoekende organisaties zullen we de verdere uitvoering van het arrest en de antwoorden van het Hof van Justitie van de Europese Unie op de prejudiciële vragen nauwgezet opvolgen.

Lees het arrest hier