Wetsontwerp woonstbetredingen
Woonstbetredingen zetten het recht op een thuis onder druk
De federale regering wil woonstbetredingen mogelijk maken in het kader van het terugkeerbeleid. De Kamercommissie Binnenlandse Zaken heeft het wetsontwerp op 7 oktober 2026 in tweede lezing goedgekeurd, met een aantal amendementen. Het ontwerp moet nog definitief worden goedgekeurd in de plenaire vergadering.
Als het ontwerp wet wordt, kan de politie, met een machtiging van een onderzoeksrechter, een woning binnengaan om iemand zonder verblijfsrecht aan te houden met het oog op verwijdering. De politie mag daarbij ook een woning binnengaan van familie, vrienden of andere mensen die de gezochte persoon onderdak bieden.
De regering benadrukt dat de maatregel gericht is op mensen die een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid en die niet meewerken aan hun terugkeer. Mensenrechtenorganisaties en onafhankelijke instanties waarschuwen echter dat de gebruikte begrippen te ruim blijven en dat de voorziene waarborgen niet volstaan.
De amendementen voegen procedurele waarborgen en bijkomende bescherming voor minderjarigen toe, maar nemen niet alle bezorgdheden over de grondrechten en de rechtsbescherming weg.
Woonstbetredingen
Wat wil de regering veranderen?
Een woning is grondwettelijk beschermd. De overheid mag die niet zomaar binnengaan zonder toestemming van de bewoners.
Het wetsontwerp creëert een uitzondering binnen het migratiebeleid. Politieagenten zouden een woning zonder toestemming mogen binnengaan om een specifiek genoemde persoon zonder papieren aan te houden.De politieagenten worden daarbij begeleid door medewerkers van de Dienst Vreemdelingenzaken.
De maatregel zou kunnen plaatsvinden tussen 5 uur 's ochtends en 21 uur. Indien nodig kan de politie de hulp van een slotenmaker inroepen.
Het gaat bovendien niet noodzakelijk om de eigen woning van de betrokken persoon. Ook de woning van een familielid, vrienden of organisaties en mensen die onderdak bieden, kan als verblijfplaats worden beschouwd.
Het gaat niet alleen over zware criminelen
In de communicatie over de maatregel verwijst de regering vaak naar zware criminelen en mensen die een gevaar vormen voor de veiligheid.
Minister Van Bossuyt verwijst daarbij geregeld naar verkrachters, drugsdelinquenten en terroristen. Voor dergelijke ernstige misdrijven kan een klassieke gerechtelijke huiszoeking vandaag echter al plaatsvinden in het kader van een strafonderzoek. Dit wetsontwerp creëert dus niet die bestaande mogelijkheid, maar een bijkomende bevoegdheid voor bestuurlijke aanhoudingen in het migratierecht.
Het wetsontwerp bevat echter geen afgebakende lijst van zware misdrijven. Het gebruikt de ruimere juridische begrippen ‘gevaar voor de openbare orde’ en ‘nationale veiligheid’.
Volgens de aangepaste voorwaarden moeten er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de betrokken persoon een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Daarnaast moet die persoon niet meewerken aan een uitvoerbare terugkeer- of overdrachtsmaatregel en mag geen minder ingrijpende maatregel doeltreffend kunnen worden toegepast. Deze voorwaarden moeten samen vervuld zijn.
Het wetsontwerp verduidelijkt dat onwettig verblijf op zichzelf niet voldoende is. Ook het plegen van een strafbaar feit volstaat op zichzelf niet automatisch, maar kan wel meewegen in de beoordeling.
Precies daarover bestaat bezorgdheid. Het begrip ‘openbare orde’ is onvoldoende scherp afgebakend. Myria vraagt daarom om feiten zoals zwartwerk uitdrukkelijk uit te sluiten als grond voor een woonstbetreding. Zo moet worden voorkomen dat ook mensen die zonder wettig verblijf werken om rond te komen, door deze ingrijpende maatregel worden getroffen.
Wanneer een zo ingrijpende maatregel uitsluitend voor uitzonderlijke situaties bedoeld is, moet volgens Vluchtelingenwerk ook de wet die grens duidelijk en voorspelbaar vastleggen.
Een rechterlijke machtiging is geen garantie
Voor een woonstbetreding is toestemming van een onderzoeksrechter nodig. De rechter beoordeelt het verzoek op basis van het dossier en kan de minister of diens gemachtigde om bijkomende informatie vragen. De beslissingstermijn bedraagt maximaal zeven werkdagen.
Tegen de machtiging is volgens het wetsontwerp geen beroep mogelijk. Dat roept vragen op over de mogelijkheden van de betrokken persoon en andere bewoners om een ingrijpende inmenging in hun woning te laten toetsen.
Myria, het Federaal Migratiecentrum, waarschuwt voor vage voorwaarden, een beperkte beoordelingsruimte en onvoldoende bescherming van kwetsbare personen.
Rechterlijke controle beschermt mensenrechten alleen als de rechter de noodzaak en evenredigheid werkelijk kan beoordelen én er doeltreffende rechtsbescherming bestaat tegen een beslissing die zo diep ingrijpt in het privé- en gezinsleven.
Een woning is een thuis
Een woonstbetreding raakt meer mensen dan alleen degene die de politie zoekt.
In de woning kunnen kinderen, een partner, familieleden, vrienden of huisgenoten aanwezig zijn. Ook hun privacy, gevoel van veiligheid en recht op bescherming worden geraakt. De maatregel kan mensen bovendien afschrikken om iemand zonder papieren nog onderdak te bieden.
De amendementen voorzien in bijkomende beschermingsmogelijkheden wanneer minderjarigen aanwezig zijn. De onderzoeksrechter kan rekening houden met de omstandigheden waarin de maatregel wordt uitgevoerd en bijzondere uitvoeringsmodaliteiten bepalen. Ook wordt uitgesloten dat een machtiging op basis van deze regeling wordt verleend om een minderjarige zelf te betreden of aan te houden.
Dat neemt niet weg dat kinderen rechtstreeks kunnen worden geconfronteerd met de politie die hun woning binnenkomt om een ouder, familielid of huisgenoot aan te houden. Hun veiligheid en welzijn moeten daarom centraal staan bij elke beoordeling en uitvoering.
Dat risico is bijzonder groot voor mensen die al in een kwetsbare situatie leven. Als familieleden, vrienden, vrijwilligers of organisaties vrezen dat hun woning of opvangplaats kan worden betreden, zullen zij mogelijk minder snel onderdak aanbieden. Zo kan de maatregel niet alleen meer mensen op straat of in onveilige huisvesting doen belanden, maar ook de solidariteit met mensen zonder papieren ondermijnen.
Wat Vluchtelingenwerk vraagt
De onschendbaarheid van de woning en het recht op een privé- en gezinsleven zijn fundamentele rechten. De overheid mag die alleen beperken als dat werkelijk noodzakelijk en evenredig is.
Het wetsontwerp toont onvoldoende aan waarom bestaande, minder ingrijpende middelen niet volstaan. Ook zijn de grenzen van de maatregel niet scherp genoeg afgebakend.
Daarom vraagt Vluchtelingenwerk:
- Toon de noodzaak aan en onderzoek altijd eerst minder ingrijpende alternatieven.
- Baken begrippen nauwkeurig en restrictief af, zoals ‘openbare orde’ en ‘gebrek aan medewerking’.
- Waarborg een onafhankelijke rechterlijke beoordeling, met alle relevante informatie en voldoende beoordelingsruimte.
- Garandeer een doeltreffend rechtsmiddel voor de betrokken persoon en andere rechtstreeks getroffen bewoners.
- Bescherm kinderen, kwetsbare personen en andere bewoners, met bijzondere aandacht voor hun veiligheid en welzijn.
- Voorzie onafhankelijke monitoring en transparante evaluatie van de toepassing en gevolgen van de wet.
Een woning is geen adres waar iemand kan worden opgepakt. Het is een thuis. De grens voor overheidsingrijpen moet daarom bijzonder hoog liggen.