Bescherming -

Gezichten van de opvangcrisis: Ayoub ontvluchtte Oekraïne

Zes jaar geleden verliet Ayoub Marokko om farmacie te studeren in Oekraïne. Hij was er reeds 5 jaar aan het studeren toen de oorlog uitbrak, was genoodzaakt Oekraïne te ontvluchten en kwam in België terecht. Meteen wou hij zich zelf inzetten voor andere mensen op de vlucht die hier binnenkwamen, dus ging hij aankloppen voor vrijwilligerswerk bij het Rode Kruis. Hij getuigt over zijn ervaringen op het veld.

Van vrijwilligerswerk naar straathoekwerk

Na enkele weken vrijwilligerswerk bij het Rode Kruis hoorde ik over Samusocial, en meer bepaald over het straathoekwerk voor vluchtelingen. Ik ging er zes maanden aan de slag als vrijwilliger en kreeg nadien een job aangeboden.

Met Samusocial trekken we door de straten van Brussel om mensen te ondersteunen die geen onderdak hebben. We delen basisvoorzieningen uit zoals ingeblikte groenten, tonijn, water, dekens en hygiënekits. Vaak is er ook een verpleegkundige bij die de gezondheid van mensen opvolgt.

Maar bovenal: we praten veel. We proberen contact te maken. Dat is waar sociaal werk uiteindelijk om draait.


Taal als sleutel tot vertrouwen

Ik spreek vijf talen — Frans, Engels, Arabisch, Oekraïens en Russisch — en dat verlaagt de drempel enorm. Het maakt het makkelijker om in gesprek te gaan met de vele migranten die op straat leven, om vertrouwen op te bouwen en mensen echt te bereiken.


Werken tijdens de opvangcrisis

Ik begon bij de straatpatrouille op het hoogtepunt van de opvangcrisis. We waren toen vooral actief rond het Klein Kasteeltje en later in het kraakpand Palais.

Het was allesbehalve evident om mensen te informeren. Veel mensen begrepen niet waarom ze in die situatie terechtgekomen waren. Ze hadden bescherming gevraagd — en toch sliepen ze op straat.

Op een bepaald moment sliepen er naast het Klein Kasteeltje alleen al zo’n 300 mensen buiten. Het regende. Het was een echte nachtmerrie. Je probeert je best te doen. Je past je aan. Maar het werd steeds moeilijker om het menselijk te houden.


Ongelijke behandeling, voelbaar op straat

Het verschil in behandeling tussen Oekraïense vluchtelingen en andere vluchtelingen maakte me ziedend. Dat contrast was elke dag voelbaar.

Oekraïners kregen meteen hulp bij huisvesting en toegang tot het OCMW — en begrijp me niet verkeerd: dat is normaal. Zo zou het moeten zijn.

Maar tegelijk zag ik mensen aan het Klein Kasteeltje lijden en buiten slapen. Dat klopt niet. De ene dag werk je met mensen in een min of meer normale situatie, de volgende dag met mensen die in een mensonwaardige situatie terechtkomen. Dat contrast snijdt diep.


Een boodschap aan de Belgische overheid

Moest ik een boodschap kunnen sturen naar de Belgische autoriteiten, dan zou ik hen vragen om één dag met ons mee buiten te lopen.

Om te voelen wat het betekent om niets te hebben. Geen geld. Geen dak boven je hoofd. Om te begrijpen hoe ingewikkeld het leven wordt wanneer zelfs de basis ontbreekt.


Leven in onzekerheid

Mijn eigen situatie is ook niet eenvoudig. Ik ben nog steeds asielzoeker, en ik weet heel goed dat ik waarschijnlijk geen asiel zal krijgen — als Marokkaan die uit Oekraïne is gevlucht.

Gelukkig studeer ik nog steeds farmacie aan de universiteit van Zaporizja. Ik heb mijn opleiding online kunnen verderzetten naast mijn werk bij Samusocial, en ik hoop dit jaar af te studeren.

Wat daarna komt, weet ik niet. Het lijkt bijzonder ingewikkeld om hier gelijkwaardigheid van mijn diploma te krijgen. Ik weet dus niet of ik in België zal blijven. Eerlijk gezegd zou ik het liefst gewoon terugkeren naar Oekraïne.