Nieuws

Spelenderwijs Nederlands leren in de Zomerbabbels

Zomerbabbels

Onze 'Zomerbabbels' voor asielzoekers en vluchtelingen gaan terug beginnen. 

Voor wie zijn de Zomerbabbels bedoeld?

Het Startpunt van Vluchtelingenwerk Vlaanderen organiseert i.s.m. het Huis van het Nederlands en Muntpunt in Brussel conversatietafels Nederlands – Zomerbabbels - voor beginners.  De doelgroep is een mix van anderstalige Belgen en – niet-Belgen, waaronder asielzoekers en vluchtelingen.

Wat houden de Zomerbabbels in?

Conversatietafels zijn geen klas, maar een gelegenheid om Nederlands te spreken. Het is bedoeld voor mensen die elders al Nederlandse les volgen en het willen oefenen. Er wordt rond de tafel en op wandeling in Brussel over allerlei onderwerpen gepraat in kleine groepjes, onder begeleiding van Nederlandstalige vrijwilligers.

Waar en wanneer vinden de Zomerbabbels plaats?

Op maandag, woensdag en zaterdag in de zomervakantie. 

  • In Muntpunt aan het Muntplein 6 in 1000 Brussel op maandag van 10u tot 11u30 en op woensdag van 14u tot 15u30. Dit is dicht bij het Centraal station. 

  • In Startpunt in de Antwerpsesteenweg 34 in 1000 Brussel op zaterdagen van 10u tot 11u30, dicht bij het Noordstation.

Meedoen?

Wij zoeken nog vrijwilligers voor onze Zomerbabbels:

Coördinator Zomerbabbels

Begeleiders Zomerbabbels

Boekentip: ‘Samen op de vlucht’ - Nadja Van Sever

Kinderboek volgt de reis van twee Afghaanse jongentjes op de vlucht

Het einde van maart betekent ook het einde van de jeugdboekenmaand. Heel wat kinder- en jeugdboeken passeerden de revue. Toch willen we jullie nog een aanrader meegeven, een kinderboek dat voor ons in ’t oog sprong. ‘Samen op de Vlucht’ is het zesde boek dat Nadja Van Sever op de boekenplanken legt en vertelt het aangrijpende vluchtverhaal van twee Afghaanse jongetjes. Het resultaat is een tocht vol gevaren, waarin de jongens zich sterkhouden aan de vriendschap die ze smeden. Hoe is het om zo’n relevant, maar zwaar thema als migratie in een kinderboek te gieten? Auteur van het verhaal Nadja Van Sever geeft les aan de lagere school GBS in Tervuren, we zochten haar na de laatste schoolbel op.


Het idee om een kinderboek aan het thema te wijden, kwam voor Nadja eerder uit onverwachte hoek. Tijdens het eindejaaroverzicht van de VRT werd ze geraakt door een stuk over twee Afghaanse jongetjes die op de vlucht waren voor de Taliban. ‘Voor mijn boeken zoek ik telkens een thema waaruit ik niet alleen een spannend verhaal met hier en daar wat humor kan destilleren, maar waarmee ik de kinderen ook iets kan bijleren. Ik voelde meteen het engagement opborrelen om aan de slag te gaan.’

 

Steun van alle kanten

Aan het begin van de research was het nog afwachten of de samenwerking vlot zou verlopen, maar de steun voor het project bleek enorm groot. ‘Zowel de voogden van de jongeren, als Fedasil zorgden ervoor dat ik met een vijftal jongeren in gesprek kon gaan over hun vlucht. Na die gesprekken heb ik me verdiept in de Afghaanse context: de situatie met de Taliban, de verschillende talen… Ik stond erop om alle feiten zo correct mogelijk weer te geven.’

Daarbij kwam de steun werkelijk van alle kanten. ‘Zelfs Bob Pleysier (ex-directeur van Fedasil) waarmee ik voor het project nooit eerder contact had, nam mijn boek met veel plezier door en controleerde de asielprocedure die ook in het boek uitgebreid aan bod komt. Al die ervaringen heb ik samengesmolten tot het uiteindelijke verhaal, op feiten gebaseerd, maar natuurlijk wel geromantiseerd.’

 

Het vluchtelingenthema op kindermaat

Voor de uitgeverij zijn blik kon werpen op het definitieve resultaat, bracht Nadja haar boek eerst nog voor de klas. ‘Op die manier kan ik uit de eerste hand checken of de kinderen geboeid zijn, of ze de grapjes kunnen smaken en vooral of ze het verhaal volledig begrijpen. Voor mij is dat vaak de beste feedback.’ En wat bleek: de kinderen waren razend enthousiast. Samen met enkele collega-juffen besloot Nadja om een themaweek op te bouwen rond vluchtelingen en asiel. ‘We hebben de kinderen helemaal ondergedompeld. In de klas zelf hebben we ’t gehad over wat het betekent om een vluchteling te zijn en hoe de asielprocedure in elkaar zit. Het lijkt misschien een gevoelig thema dat moeilijk bespreekbaar is voor zo’n jonge kinderen, maar de open mind waarmee ze bepaalde vraagstukken aanpakken, is zeer verhelderend.’

Om het allemaal wat concreter te maken trok de klas zelfs naar het gesloten opvangcentrum in Steenokkerzeel, en waagden de kinderen zich in klas aan een inleefspel: hoe is het om in een land toe te komen waar andere regels gelden, en de mensen een vreemde taal spreken. Dat bracht hen dichter bij de ervaring waarmee vluchtelingen geconfronteerd worden. Natuurlijk lees ik ook iedere week een stukje uit het boek voor, en volgen we samen de reis waarin de twee jongetjes verzeild raakten.’

 

Wil je jouw kinderen ook kennis laten maken met de situatie van mensen op de vlucht, of ben je stiekem zelf benieuwd naar het verhaal? 

Meer informatie kan je vinden op de site van uitgeverij Clavis, en voor een lezing kan je hier terechtGoed nieuws! Het boek ligt al enkele weken in de rekken, maar ook Nadja zelf staat te popelen om in scholen of organisaties lezingen uit haar boek te brengen, en op kindermaat te vertellen over de thematiek.

 

 

Vrijwillige voogden trekken aan de alarmbel: gebrekkige ondersteuning heeft zware gevolgen voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen

België telt ongeveer 450 vrijwillige voogden voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Uit een rapport van Vluchtelingenwerk Vlaanderen waarbij 70 voogden, jongeren en andere betrokkenen werden bevraagd, blijkt dat de voogden en jongeren meer nood hebben aan ondersteuning en een kwaliteitsvolle omkadering. De gebrekkige ondersteuning nu blijkt zware gevolgen te hebben.

'Er zijn heel wat goede initiatieven maar ze opereren naast elkaar,' zegt Charlotte Vandycke, directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. 'Daarnaast zijn de bevoegdheden verdeeld over de Vlaamse en Federale regering wat voor chaos zorgt. Er zijn ook te weinig aangepaste opvangplaatsen en de jongeren moeten te vaak verhuizen, van school veranderen en opnieuw beginnen. Gespecialiseerde hulp is schaars voor deze getraumatiseerde jongeren waardoor sommigen zelfmoordpogingen ondernemen. Sommige jongeren verdwijnen zelfs compleet van de radar.'

'Gespecialiseerde hulp is schaars voor deze getraumatiseerde jongeren waardoor sommigen zelfmoordpogingen ondernemen' 

Heel wat kinderen en jongeren raken in hun thuisland of onderweg hun ouders of andere familie kwijt. Zij komen hier alleen aan en moeten onmiddellijk gesignaleerd worden aan de Dienst Voogdij. Deze dienst neemt hun vingerafdrukken af en voert een leeftijdstest uit. Daarna zorgt Fedasil, de federale overheidsdienst voor de opvang van asielzoekers, voor opvang. Ten slotte krijgen de jongeren een voogd.

In de praktijk verdwijnen een onbekend aantal jongeren en krijgt slechts 1 op drie van de jongeren een voogd. Nochtans is een voogd van levensbelang voor deze kinderen en jongeren: 'Een voogd helpt de jongeren bij het vinden van onderdak, een school, psychische en medische hulp, hobby’s, … Echter door het gebrek aan ondersteuning en kwaliteitsvolle opvang verloopt die begeleiding veel moeizamer dan zou moeten,' zegt Charlotte Vandycke.

Vluchtelingenwerk vraagt dat de verschillende diensten en voogden beter samenwerken, dat er voldoende kwaliteitsvolle, aangepaste opvang wordt voorzien en dat vrijwillige voogden beter ondersteund en omkaderd worden.

Klik hier voor het volledige rapport

 

Het rapport werd geschreven met de financiële steun van het programma Rechten, gelijkheid en burgerschap van de Europese Unie (2014-2020). Vluchtelingenwerk Vlaanderen ondersteunt dankzij het project 'Guardianship Advanced INstruments for child protection in Europe (G.A.IN.)' vrijwillige voogden en niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.